week 9 Pakse- Stung Treng

Maandag 20 december Pakse- Champassak 40 km

Naar de andere kant

Daar ligt de Mekong weer. We gaan steeds verder naar het zuiden en de rivier wordt steeds breder. Het is een spiegelgladde plas water en alleen aan de flessen waar de vissers hun netten aan vastgemaakt hebben kun je zien dat het water stroomt. We gaan naar de overkant, naar Champassak. Morgenavond, 21 december, is hier met volle maan een muziekfestijn. Wat Phou, een oude tempel, is dan helemaal verlicht met olielampjes. Eerst moeten we nog aan de overkant zien te komen.

Er liggen veel kleine bootjes in de rivier. We hebben gehoord dat je met meerdere pontjes naar de overkant kunt. Ons is geadviseerd de grote pont te nemen. We kijken rond en zien alleen iets wat op een aanlegsteiger lijkt. Overal staan kraampjes en er lopen mensen rond die koude drankjes verkopen, en vlees van onbekende herkomst, op stokjes. Op de aanlegsteiger staat een tweewielig trekkertje  dat ik nog ken uit mijn jeugd in Valkenburg. Er liggen wat manden in de bak. Als we onze aanlegsteiger nog eens goed bekijken, dan zien we dat het de pont zelf is. Al snel komt een heel gezelschap aan boord. Een jongeman valt ons erg op. Hij loopt met een sjaaltje om zijn nek en over zijn hoofd geslagen en met een zonnebril op. Bijna niemand draagt hier een zonnebril. Hij gedraagt zich als een echte nicht met sterallures.

Dat is zo grappig hier in Azië, aan de ene kant is men heel preuts. In het openbaar affectie tonen is not done. Aan de andere kant is men hier buitengewoon tolerant tegenover homoseksualiteit. We hebben al eens geschreven over onze ontmoeting met Joke, die al een tijdje in Thailand woont en een Thaise vriend had. Die heeft met een werkgroepje vanuit de ambassade een onderzoek gehouden naar seksuele variaties. Zij vertelde dat er in Thailand meer seksuele variaties zijn dan alleen hetero's, homo's en lesbiennes (waarom heten lesbiennes eigenlijk ook niet gewoon homo's?). Wat al die tussenvormen dan moeten zijn, dat weet ik ook niet, maar volgens Marijke zijn er allerlei genetische varianten. Terwijl ik dit opschrijf schiet me iets grappigs in gedachten. Anderhalve week geleden ben ik in Pakse naar de nagelstudio geweest. Ik heb een nagelschaartje bij me, maar om de nagel van mijn grote teen te knippen is meer gereedschap nodig. Die moesten ze daar maar knippen, konden ze gelijk wat aan mijn eksterogen doen. In de strakke fietsschoenen gingen die een beetje opspelen. Ik leg uit wat er moet gebeuren maar de dame kijkt me vragend aan. Dan de kaart van alle opties dan maar. Pedicure, het staat erop. Ik moet op een stoel gaan zitten. Op de bank naast me zit een jongen. Zijn teennagels keurig gelakt, afwisselend zwart en wit. Ook al zo'n jongen, waarvan wij zouden zeggen: een nicht. De dame die me de stoel heeft gewezen komt terug met haar gereedschap en pakt een blad van de leestafel. Een homomagazine. Een westerling die zijn voeten laat verzorgen, nou daar hebben we ook een blad voor. Heel gewoon dus.

Het gezelschap waar de jongen met het sjaaltje deel van uitmaakt blijkt een dansgezelschap te zijn, dat we de volgende dag zien tijdens de repetities voor het muziekfestijn. Hij blijkt veruit de beste danser en dat vindt hij zelf ook. Op de pont, die bestaat uit een paar drijvers die met planken bij elkaar gehouden worden, komen nog twee busjes vol met mensen. Ze blijven allemaal in hun busje zitten. Op het laatste moment komt er ook nog een vrachtwagen. Moet ook nog mee, terwijl de pont eigenlijk al aan het varen was. De vrachtwagen moet een stukje door het water rijden om op de pont te komen. De pont moet eerst een kwartslag draaien voordat hij aan de overtocht kan beginnen. Waarom dat is weet ik niet. Alle ponten die hier liggen zijn zo. Wij zouden een ander model ontwikkelen.

Het is weer een mooi tafereeltje, deze overtocht. Je hebt uitgebreid de tijd om alle mensen te bekijken. En bekeken te worden natuurlijk. Een tandem hebben ze nog nooit gezien. De mensen komen kijken of sturen hun kind om even gedag te zeggen en te zwaaien. Bij het dansgezelschap hoort ook nog een meisje met een bontjasje aan. Heerlijk met deze temperaturen!

Dinsdag 21 december, rustdag in Champassak 22 km

Wat Phou

Op deze rustdag bezoeken we het tempelcomplex van Wat Phou. Na weken met weinig culturele activiteiten een heel bijzondere excursie. In dit land is door achtereenvolgende oorlogen door de eeuwen heen weinig cultuurhistorisch erfgoed overeind gebleven. Wat Phou heeft waarschijnlijk model gestaan voor de tempels van Ankhor Wat in Cambodja, een paar honderd km zuidwaarts. Er zijn resten gevonden van een weg die deze complexen met elkaar verbond. Dit complex is alleen veel en veel kleiner. Alhoewel het al sinds 2001 een Werelderfgoed is, wordt er pas sinds dit jaar gewerkt om het te restaureren. Dat wordt gefinancierd door India en Frankrijk. Dit omdat het oorspronkelijk een Hindutempel was, respectievelijk omdat ze tijdens hun koloniale tijd er niks aan hebben gedaan, denk ik. Het geheel verkeert in een zeer vervallen staat, maar dat maakt het zo bijzonder. Wij zien als westerlingen immers alleen maar strak gerestaureerde kastelen en kerken tegenwoordig. Hier kan je je fantasie nog levendig aan het werk zetten.

Het tempelcomplex ligt prachtig op een heuvel met bovenaan wijds uitzicht over de Mekongvallei. Er is een lange "oprijlaan” tussen twee kunstmatige vijvers, die uitkomt bij twee gebouwen, waaraan nu gewerkt wordt om te voorkomen dat ze verder instorten. Ooit hebben er meerdere gebouwen gestaan, maar daar zijn nu alleen nog resten van te zien. Een lange trap naar boven die al gedeeltelijk hersteld is, leid je langs een Boeddhabeeld. Mensen branden daar hun wierook en bidden tot Boeddha. De trap eindigt boven bij een sereen tempeltje, dat met veel kunst en vliegwerk overeind wordt gehouden, maar volop in gebruik is. Vanuit de rotsblokken boven de tempel sijpelt water, dat de heilige bron vormt waarom deze plek ooit is uitgekozen. Ik heb met het water ervan mijn gezicht gewassen. Het hele complex ademt een sfeer uit alsof de mensen die er rondlopen het louter religieuze redenen bezoeken. De enkele andere Westerling die er loopt lijkt al even verbaasd als ik en kijkt zijn ogen uit. We kunnen ons allebei niet herinneren ooit zoiets gezien te hebben.

Je moet een beetje moeite doen om er te komen. Je gaat met een veerboot waar geen bussen op kunnen de Mekong over. Gezelschappen worden overgeladen in kleine busjes, waarmee ze 12 kilometer over een hoenkeboenk weggetje verder worden vervoerd. Menig toerist heeft dat er kennelijk niet voor over. Maar de nieuwe weg vanuit Pakse is bijna klaar. Dan hoef je niet met de pont over en de nieuwe weg zal zeker de eerste jaren goed zijn. Waarschijnlijk is het dan over met de rust en de speciale sfeer bij dit complex. Als het helemaal gerestaureerd is blijft het vast ook prachtig, maar heeft het wel deze authentieke charme verloren.

's Avonds is bij de tempel bij volle maan een werkelijk prachtige voorstelling. Met name vanwege de entourage. Er branden duizenden olielampjes in het tempelcomplex, we hadden 's morgens gezien hoe ze met olie gevuld werden.

De blikkerige muziek en de zang zijn niet echt mijn smaak. De dansen vind ik wel leuk. Het doet me denken aan de verhalen van vroeger over Indië. Maar als ik naar boven loop, tussen al die lichtjes en daar ver beneden me ook al die lichtjes zie en daar, in alle stilte van een afstand dat exotische geluid hoor, dan raak ik ontroerd. Prachtig. En natuurlijk dit alles onder een volle maan. Ik zie ook nog eens een vallende ster en doe een wens. Na afloop van de voorstelling stroomt opeens het complex vol met tientallen locals. Full moon party. Er is er een groots volksfeest (voor Laotiaanse begrippen dan) met veel lampionnen, drijvende bananenbladerenbootjes met kaarsjes en lotusbloemen en nog veel meer. We laten met Joost en Marion, die al enkele weken onze fietspartners zijn een Thaise lampion op. Hier mag dat nog. Het wordt een latertje deze avond, we liggen pas om half elf in bed!

Woensdag 22 december Champassak-Kingfisher Ecolodge 40 km

Donderdag 23 december Kingfisher ecolodge- Khong Island 92 km

Ecolodge

Gisteren waren we een nachtje in de Kingfisher Ecolodge. Eigenlijk hadden we daar de kerstdagen geboekt, maar omdat we sneller fietsen dan gepland hebben we die boeking maar omgezet naar een paar nachtjes eerder. Helaas maar 1 nacht, het was vol verder, ondanks de stevige prijs van 75 $.

Prachtige houten bungalow op palen met zicht op de wetlands. Na aankomst de rest van de middag zitten staren door de verrekijker en zitten te genieten van het uitzicht. Niet bijzonder veel vogels gezien, maar ons in Thailand aangeschafte kijkertje is ook niet zo fantastisch. Als je hier langer blijft kun je olifantentrekkings maken of het natuurpark verder intrekken. Deze door een Italiaan opgezette Ecolodge bezorgt ook veel mensen uit het lokale dorpje werk. Een wandeling door het dorpje is dan ook een aanbevolen activiteit. Wij deden dat de volgende ochtend ongewild, met volgepakte fiets omdat we een zandweggetje te vroeg afsloegen. De dorpelingen wezen ons vrolijk de verkeerde kant op. Een afstekertje dachten we eerst nog. Na een half uur kwamen we tot de conclusie dat we hier niet op onze gravelweg uit zouden komen. Al met al liepen we een uur vertraging op, want niet zo fijn is als je nog 90 km moet fietsen.

Ecotoerisme schijnt het thema te zijn van de nieuwste toeristische ontwikkelingsplannen voor Laos. We hebben er behalve gisternacht niets van gezien maar weten wel dat het bitter nodig is. Ik schreef al eerder over alle omgehakte bomen en gebrek aan dierenleven. Afvalverwerking staat hier nog in de kinderschoenen. In principe gooi je je afval in de wegberm. Of indien in de buurt, in de Mekong. Zojuist gooide de ober van het aanpalende terras een lege plastic waterfles zo de plomp in. We zagen ook al eens een volle poepluier in de rivier verdwijnen. De rivier die ze verder voor alles gebruiken: de was, als bad en als riool. Voor afstanden verder dan 25 meter pakken ze hun brommertje. In de bamboehutjes staat de televisie altijd aan, al moet ik erbij zeggen dat er meestal ook wel iemand op een bamboematje voor ligt om er naar te kijken.

Maar het uitzicht uit onze Kingfisher bungalow was geruststellend. Er is hier gelukkig dus wel natuur. Je moet er alleen flink voor betalen.

Donderdag 23 december Kingfisher- Khong Island 92 km

Armoede

Bram vindt een beetje dat ik te negatieve stukjes schrijf over Laos. Alsof het hier niet zo leuk is. Dat is absoluut niet waar, het is een geweldig en indrukwekkend land om doorheen te reizen. Maar ik word er ook een beetje droevig van en maak me grote zorgen over de toekomst van de Laotianen. Het verschil tussen onze welvaart en die van hun geeft me soms een ongemakkelijk gevoel.

We hebben er een kleine maand doorheen gefietst inmiddels, eerst in het Noorden en nu ruim 2 weken hier in het Zuiden. De armoede van de mensen raakt je, ook al zien ze er niet ongelukkig uit. Ik weet niet of er echt honger wordt geleden, maar hun voedselaanbod is weinig gevarieerd. Rijst is het hoofdbestanddeel. De inrichting van hun hutjes is rudimentair, al staat er vaak een satellietschotel op het erf en een brommertje onder het huis. Een gordijn scheidt het winkeltje van de slaap/woonkamer. De karige garderobe hangt aan een paar hangertjes en in de hoek zwerven een paar potten en pannen. Koken gaat op een houtskoolvuurtje. Meubels zijn er niet of nauwelijks.

Wat me echter het meeste raakt is dat ze weinig moeite lijken te doen om zich uit deze armoede te ontworstelen. Ondernemingszin, creativiteit, werklust, prestatiedrang en competitie lijken hier onbekende begrippen.

Gisteren ontmoetten we opnieuw een boeiend Italiaans trio. We waren ze in Champassak ook al tegengekomen. Een goed Engels sprekende 65 jarige nepblondine, reizend met haar Downsyndroom dochter en haar gigolo. Een zeker 15 jaar jongere man, prachtige kop, maar je kon zien dat hij een zwaar leven had gehad. Drugs, had hij Bram al toevertrouwd, jarenlang. Maar nu gewillig fietsend met de dochter van zijn vriendin achterop. Ze logeerden in een guesthouse even verderop, dat gerund wordt door een Laotiaanse die de helft van het jaar in Canada woont. "Laotiaanse mensen zijn zo verschrikkelijk lui” had deze hospita hen toevertrouwd. Ze zijn gericht op het nu, als dat maar aangenaam is dan zien ze morgen wel weer verder.

Elementaire gezondheidszorg ontbreekt. Als je hier echt wat krijgt moet je naar Thailand. Een tandarts hebben we niet gezien. De levensverwachting is navenant. Kinderen gaan vaak niet naar school, we zien te vaak zwaaiende kindertjes in de hutjes op tijden dat ze eigenlijk op school zouden moeten zitten. Geen geld voor een schooluniform.

We hebben onderweg vaak verbeterplannetjes gemaakt om de economie te stimuleren. Er lijkt hier sprake van een planeconomie. Per dorp maken ze 1 product, allemaal in dezelfde uitvoering. Zo maakten de messensmeders 1 model mes, de bamboemandjesdorpelingen een soort mandje. Een ander dorpje verkocht "dakpannen”, ook van bamboe. Gisteren kwamen we langs het koeiendrolletjesdorpje. Alle bewoners droogden keurige toefjes koeienpoep in de berm, nog niet eerder gezien. Zo zijn er onderweg kraampjes waar je wat kan kopen. Alle kraampjes verkopen dan hetzelfde product, bijvoorbeeld witte knolletjes die appelachtig smaken. Gisteren kwamen op een kruispunt waar kennelijk veel locale bussen stoppen. De bussen worden bestormd door vrouwtjes en kinderen, die allemaal dezelfde waar verkochten. Alleen gebakken bananen, en niet de verse waar wij driftig naar op zoek waren.

Wij zouden adviseren: gooi deze producten eens door elkaar. Grote kans dat ze in het bamboedorpje zowel een mandje als een dakpan kunnen verkopen. Of zien we dat verkeerd?

De grootste dreiging komt voor de Laotianen echter uit China. Die Chinezen willen wel. Hard werken, plannen maken, alles aan de kant. Zonder respect voor cultuur en natuur.

Laos wordt onder de voet gelopen ben ik bang. Wingewest in het nieuwe kolonialisme. Je wordt er niet vrolijk van.

Overmorgen gaan we naar Cambodja. Of het daar beter is? Ik vrees van niet.

Vrijdag 24 december rondrit Khong Island 22 km

Zaterdag 25 december Khong Island- Don Det 40 km

Zondag 26 december Don Det- Stung Treng, Cambodja 83 km

Vanmorgen Laos verlaten, zuidwaarts op weg naar Cambodja. De afgelopen dagen verbleven we op de zogenaamde 4000 islands, een eilandencomplex in de Mekong. Voor Laotiaanse begrippen vrij toeristisch. Don Det, het tweede eiland waar we verbleven is een echte backpackersbestemming. Ons routeboekje wees een verblijf op dit eiland af, dat zou sportieve fietsers niet passen, maar wij vonden het wel gezellig, ook als zijn we de backpackersleeftijd ver te boven. Guesthouses en internetcafé's wisselden elkaar af met traditionele Laotiaanse huishoudens in bamboehutten. De hoofdstraat was een zanderig hobbelpad. Maar de prijzen lagen fors hoger, zoals overal op de wereld in toeristenbestemmingen. Er was ruim aanbod op het gebied van de "happy” producten: cakejes, drankjes en andere verborgen verleidingen, die wij gelukkig makkelijk links kunnen laten liggen. Gesproken met andere Nederlandse fietsers, altijd weer gezellig en nuttig. Al was het alleen maar omdat je zo wordt voorbereid op welke fietsers je nog meer op het traject kunt tegenkomen. Zo zagen we vandaag een aangekondigde Chinees en zijn hier in het guesthouse twee dito Fransen. Eigenlijk 4, want er is ook nog een stel op Brompton vouwfietsen, maar daarover had de geruchtenmachine nog niet gerept. Ook niet over Toon en Fia, op weg naar China, waar we in de volle zon vanmiddag ruim een kwartier midden op de vrijwel verlaten highway 7 in the middle of nowhere heel gezellig ervaringen mee hebben gewisseld.

Gistermiddag hebben we samen een stukje geschreven over dingen die ons waren opgevallen in Laos. We hebben het niet op de website gezet. Het werd een beetje zeurderig stukje over dingen die er allemaal niet zijn of die ze in onze ogen nogal onhandig uitvoeren. We waren duidelijk toe aan een nieuw land. Laos is zoals eerder gezegd indrukwekkend, de mensen zijn zeer vriendelijk, maar van hun indolentie (of is het Laolentie) kregen we een beetje de kriebels.

Onmiddellijk na de grens proefden we een andere sfeer. Eerst natuurlijk nog even de Laotiaanse grensbewakers, die een spelletje petanque moesten onderbreken voor onze aankomst. Eerst kwamen ze even naar onze tandem kijken. Daarna kwam het formele deel. Hiervoor verdween een van de heren achter zijn loket met ondoorzichtig glas, met een doorgeefluikje op navelhoogte. Je steekt je paspoort door het luikje en daarna hoor je een stem. Wij zijn dan gewend de man even aan te kijken. Dat betekent dus bukken en in die houding overleggen wat de bedoeling is. Geld natuurlijk. Twee dollar elk. Kon ook in Kippen. Zo kwamen we daar ook nog gedeeltelijk van af. We hadden ze willen spenderen aan wat drinken, maar er was geen kraampje te zien. Na het betalen van de Kippen kreeg ons paspoort een paar hoorbare stempels. We konden Laos verlaten nadat de jongste bediende de slagboom opende. Het contragewicht van de slagboom was een hoeveelheid puin dat met een net bij elkaar werd gehouden. Goodbye Laos.

In Cambodja moesten we eerst een gezondheidsverklaring afgeven aan twee mannen die onder een partytent zaten. Tikje formeel en de thermometer waarmee onze bewering dat we geen koorts hadden werd getest deugde niet. Marijke had 35,5. Hierna werden we ontvangen door een vriendelijke man. Dat bleek de visaman. Ook hier moest natuurlijk betaald worden. Of dat ook in Kippen kon? Jazeker. Eigenlijk hadden we te weinig. "Oh, dan doe je er toch tien dollar bij”. Hij kon rekenen! Met het visum nog even langs een ander loketje met weer een formuliertje. Ook hier moest natuurlijk geld over de counter. Wij telden onze resterende Kippen en ik kwam een klein beetje tekort. "Mag het ook iets minder zijn?”, vroeg ik eigenlijk tegen beter weten in. Grensbeambten zijn niet de meest plooibare types. "Geef maar hier, is goed”. Het verdwijnt toch in hun linkerbroekzak. Enigzins verrast nemen we ons paspoort weer in ontvangst en wendden we ons tot de dames met hun stalletjes die ons uitnodigden om wat te komen drinken. Ook tegen betaling natuurlijk. Marijke was helemaal blij. Hier waren weer dingen te koop. Ik was op de een of andere manier opgelucht. Daar moet ik maar eens heel goed over nadenken waar ‘m dat nu precies in zit.

In het eerste uur Cambodja zagen we meer vogels dan in heel Laos. Bijeneters, arenden, een werkelijk schitterende hele grote gierzwaluw, die prachtige blauwe vogel uit Noord-Thailand (ik ga in Phnom Penh op zoek naar een nieuwe vogelgids) en nog meer onbekende soorten. Er staan hier ook nog veel bomen, alhoewel we ook hele stukken gerooide bomen hebben gezien. Een rooimachine in actie zelfs.

Na 85 kilometer over Highway 7 door een verlaten, maar boeiend gebied arriveerden we in Stung Treng, wederom aan de Mekong. Morgen een monsteretappe van 143 kilometer, maar als de wind net zo staat als vandaag, dan gaat dat zeker lukken.
 

Zondag 26 december 2011 Stung Treng

Onder de klanken van "alle 20 Nederlandstalig goed" vieren wij toch nog een beetje Kerst. De hotelbaas van ons eerste guesthouse in Cambodja voelt met ons mee. Eenzame buitenlanders in den vreemde. "Laat het einde van de zomer maar komen, ik heb mijn dromen, ik heb de tijd voor mijn vrijheid genomen", klinkt het hier. Beetje bizar. Verder is de kerst geheel en al aan ons voorbij gegaan. Gisteravond hebben we geprobeerd een kerstdiner te genieten. Dat viel een beetje in het water toen mijn Pork sweet en sour pas 10 minuten kwam nadat Bram zijn Curry al op had. Maar we klagen verder niet, gelet op alle verhalen en foto's die ons uit Nederland bereiken.