Week 8 Khong Ciam-Pakse

Zondag 12 december , rustdag in Khong Chiam

(Geen) keuzestress

Boerenkool met worst? Zuurkoolstamppot, Tonijncarpaccio, Gegrilde paprika's ? Risotto con funghi, Uiensoep, Carpaccio, Gazpacho, Hazenrug met cranberrysaus? Tournedos met gorgonzolasaus? Witlof met ham en kaas, met kruimige aardappels? Spruitjes (alleen voor B.), Bruine boterhammen (van Us Bertus) met Weipoortse kaas? Karnemelk van Nel van Leeuwen? Boeuf Bourguignon met een goed glas Bourgogne?

"Sorry, no have”

Rijst dan maar? Of zullen we eens noedels doen?

Maandag, 14 december 2010 Rustdag

"Sorry, no have”.

De Laotiaanse ober staat naast onze tafel en geeft opnieuw dit antwoord op de vraag of hij behalve twee Beer Lao ook springrolls wil brengen. "Sorry, no have”, zegt hij nogmaals als Marijke vraagt of hij echt geen springrolls heeft. Springrolls zijn de Aziatische bitterballen, dat zal toch niet waar zijn. Ze is de wanhoop nabij. Ze had vandaag niet zo'n goede fietsdag. Om half elf had ze al honger. De avond daarvoor was het eten dramatisch. Meer dan de helft is onaangeroerd teruggegaan en het ontbijt was niet meer dan een paar toastjes, een spiegelei en marmelade. Het is de hele verdere dag niet meer goed gekomen en nu barst ze van de trek en moet snel iets eten.

We zitten op het dakterras van het Pakse Hotel samen met Joost en Marion, twee gezellige Brabanders die we al een paar keer zijn tegengekomen. Zij waren voor ons de afgelopen dagen een verkennende eenheid en gaven, helaas af en toe gecodeerd, hun ervaringen door over overnachtingsmogelijkheden. We hebben een prachtig uitzicht over de stad en omdat het nog niet helemaal donker is kan je de vleermuizen heel goed zien die inmiddels tevoorschijn zijn gekomen. Joost dreigt de ober over de rand van het dakterras te gooien. Deze geeft geen krimp en blijft vriendelijk lachend aan onze tafel staan. Hij wil uiteindelijk toch wel zijn best doen en zal de keuken vragen wat voor mogelijkheden er zijn om toch aan onze wens tegemoet te komen. Binnen vijf minuten staan er twee bordjes heerlijke springrolls op tafel. Joost had hem als enige in de gaten.

Het was de eerste keer hier in Azië dat iemand een geintje met ons uithaalt. Later op de avond zal hij ons nog een keer dollen. In Azië zijn mensen ontzettend onderdanig. Ergens bevalt ons dat respect en gevoel voor gezag wel. Als ik na terugkomst op mijn werkplek zit en iemand komt naar me toe, ik zal geen krimp geven op de vraag: "Bram, mag ik je iets vagen?” Ze zullen het nog een keer vragen en nog wel een keer misschien. Langzaam zal ik me omdraaien op mijn stoel en zeggen: "EERST BUIGEN!” Zoiets moet je wel goed voorbereiden natuurlijk. Ik leg het hierbij vast in de week.

Deze ober, die overigens perfect Engels en zelfs redelijk Frans sprak, was de eerste die zich aan die onderdanigheid had ontworsteld, we moesten er even aan wennen. We hebben een heerlijke avond gehad en de jongeman kon natuurlijk rekenen op een leuke fooi. Dat kwam misschien ook wel omdat we weer eens wat anders konden eten dat rijst of noedels.

Joost en Marion waren overigens ook de sombermensen tegengekomen. Wij vertelden ons verhaal over deze azijnzeikers. Marion vertelde dat ze een echtpaar was tegengekomen in een restaurant. Hun lichaamshouding had haar ervan weerhouden contact met ze te maken! Aan de hand van haar beschrijving konden we opmaken dat het om dezelfde mensen ging. Joost en Marion hadden overigens wel heerlijk gegeten in het bootrestaurant op de Mekong, de sombermensen niet natuurlijk.

Woensdag 15 december, Pakse, rondrit 40 km

Nikserigheid

Pakse is de tweede stad van Laos, zo'n 70.000 inwoners. Zoiets als Katwijk. In de Franse koloniale tijd was dit de hoofdstad van het zuiden van het land. Dat kun je nog zien aan brede, boulevardachtige wegen en aan de architectuur van sommige gebouwen. Die zijn echter inmiddels zwart uitgeslagen door de zure regen en hebben hun eertijdse grandeur al lang verloren. Op de boulevards liggen nu vooral rondslingerende plastic zakken, zoals te doen gebruikelijk in Laos.

Pakse is zo'n stadje waar je rondzwerft en je afvraagt waar het centrum is. Het duurt even voordat je in de gaten hebt dat je daar al bent. Niks Hema of Blokker, laat staan de Zara of H&M. Een aantal stoffige winkeltjes met het bekende assortiment van chips, rijst en water. Een kapsalon, een massagesalon en drie identieke winkels met slechte kwaliteit schoenen. Een grote markt, gelukkig met veel fruit en daarnaast 50 stalletjes met matige kwaliteit t-shirts en dito schoenen en tasjes. De enige bezienswaardigheden volgens de Lonely Planet vormen twee Wats, maar tempels hebben we al genoeg gezien. Kortom, ideale locatie voor een rustdag, je hoeft helemaal niets in deze nikserigheid. Dat komt goed uit, want het is hier 38 graden. Een kopje lekkere lokale koffie drinken, een massage en dan om half vijf weer snel naar het dakterras voor een sundowner.

Omdat we twee rustdagen hebben genomen in Pakse hebben we de volgende dag toch maar weer een fietstochtje gemaakt, naar een dorpje 15 km noordelijker, waar zijdeweefsters actief zouden zijn (alweer volgens de LP). Het stond niet aangeven langs highway 13 en toen we op een kruispunt aan een mevrouw vroegen waar het was (ik tilde een beetje mijn rokje op en mompelde"silk”) bleken alle buurvrouwen onder het (bamboe)huis (de meeste huizen staan hier op palen) aan grote weefgetouwen te zitten weven. Monnikenwerk, dunne draadjes worden handmatig door het weefgetouw geduwd, ik schat zo'n centimeter per uur. Met prachtig resultaat, we hebben maar wat aangeschaft. Van een indrukwekkende nikserigheid was ook het huis van de overbuurvrouw. Van binnen en buiten in een toestand die bij ons onmiddellijk in het openluchtmuseum zou worden opgenomen. Onvoorstelbaar dat ze zulke prachtige materialen maken zonder daar enige toeristische winst uit te halen.

Op de terugweg waren we beiden in gedachten al een verbeterprojectje begonnen. Begin bijvoorbeeld eens met een bord langs de weg. Een stalletje met de stofjes van alle buurvrouwen (ieder had haar eigen kleurtje) lijkt ons ook niet zo moeilijk te realiseren. Dat gaat op de duur ongetwijfeld ten koste van de authenticiteit, maar kan hun welvaart makkelijk vergroten.

En wij, Westerlingen, maar denken dat de mensen daar gelukkiger van worden. We kunnen het maar niet laten. Armoede en welvaart, we komen er vast nog wel weer op terug de komende weken.

Donderdag 16 december Pakse – Tad Fane 40 km

Tijgers

De veranda van ons hutje biedt uitzicht op één van de Tad Fane Twin Waterfalls. De andere wordt aan het oog onttrokken door de bomen. Na meer dan 30 kilometer soepel klimmen naar een hoogte van bijna 1.000 meter zijn we aanbeland op het Bolaven Plateau. Dat is vooral bekend van de vele koffieplantages. Hier in het Tadfane resort zitten we aan de rand van een groot nationaal park. Zover het oog reikt zijn er alleen maar bomen te zien. Een prachtige diversiteit aan groentinten, met soms een bruine. Die boom is dood, denk ik. Of misschien wel een Laotiaanse variant op de rode beuk. Ik weet het eigenlijk ook niet.

Met mijn verrekijkertje speur ik de boomtoppen af, op zoek naar een gibbon. Een heilloze onderneming natuurlijk. Dan moet je wel heel erg veel geluk hebben. Het is al een mooi idee dat we zo dicht bij deze mensapen zijn dat we ze misschien wel horen. Vanavond of morgenochtend. De roep van een gibbon draagt heel ver. Een paar jaar geleden waren we in Italië in een natuurpark waar ook wolven voorkwamen. We hadden even een kleine pauze toen ik een gekef hoorde, dat ik niet thuis kon brengen. Het was niet van een hond. Marijke werd helemaal een beetje onrustig van het idee dat er misschien een wolf in de buurt was. In de buurt is ook een relatief begrip, want ook het geluid van wolven draagt heel ver. Zeker het gehuil van wolven. Dat hoorden we vorig jaar in Canada, aan de andere kant van het meer. Prachtig. Hoe komt het toch dat het voor de meesten van ons pas echt is als je het dier ook gezien hebt? De mens is nu eenmaal een visueel ingesteld dier, daar zal het wel door komen. Ik vind het ook prachtig als ik het dier alleen maar hoor. Weten dat je in de nabijheid van een bijzonder dier bent, in zijn natuurlijke omgeving, vind ik bijna net zo boeiend als het dier zien. Toch tuur ik straks nog even verder met mijn verrekijkertje en hoop toch zo dat er straks 300 meter verderop, bovenaan de waterval waar het nog een riviertje is, een tijger even wat komt drinken. Die komt hier namelijk ook nog voor! Stel je toch eens voor! Kans van slagen?: 0,000001 procent, en dat is nog hoog ingeschat denk ik. Horen zal ik ‘m wel niet. Maar ik zal heel goed luisteren vannacht. Als ik tenminste niet als een blok in slaap val, want 34 km klimmen is toch wel vrij vermoeiend.

Vrijdag 17 december Tad Fane – Tad Lo 80 km

Bolaven

We zijn een rondje aan het fietsen op het Bolavenplateau, een hoogvlakte in Zuid Laos. Begin vorige eeuw zijn de Fransen begonnen met het aanplanten van koffiestruiken, omdat het koele klimaat hierboven daar uitermate geschikt voor bleek. En koel is het hier. We ruilden het snikhete Mekongdal in voor een ongekende koude, we realiseerden ons ineens hoe erg het in Nederland moet zijn. Voordeel is thuis dat er kachels zijn, hier niet. In ons hutje lagen we onder twee dekens dicht tegen elkaar aan te bibberen. We lagen er al om 8 uur in, omdat het fraai gelegen maar weer zeer verlaten en enigszins vervallen resort geen avondvertier bood. Bovendien was het veel te koud voor buiten zitten. Na 9 uur slaap was het de volgende ochtend gelukkig weer wat warmer. En helaas geen tijgers en gibbons gehoord, die vonden het vast ook veel te koud.

Op het plateau zie je overal de koffiebessen en -bonen liggen te drogen op de erven en in de wegberm.
 
In de jaren 90 zijn de voormalige staatsplantages weer aan de eigenaren teruggegeven en, sorry dat ik het zeg, maar voor het eerst in Laos zien we mensen op grote schaal hard aan het werk. Desondanks zien we hier ook weer veel armoede. De hoogvlakte wordt van oudsher bewoond door minderheden. We schreven al eerder dat we niet zo goed de verschillende soorten Aziaten uit elkaar kunnen houden, maar iemand uit een minderheid pik je er vaak wel uit. Kort van gestalte en gesloten van karakter. Zoals alle volkeren die in afgelegen gebieden door de eeuwen heen sterk op zichzelf waren aangewezen, kennen ze een grote gemeenschapszin maar zijn hun sociale vaardigheden niet zo goed ontwikkeld, een beetje zoals de Zwitsers. Als een klein iemand niet onmiddellijk begint te glimlachen bij de begroeting dan is het iemand uit een minderheid, hebben wij geconcludeerd. Ze wonen in armoedige dorpjes, grotendeels nog bestaand uit bamboehutjes. De meer welvarenden hebben een golfplaten dak op het hutje, dat ongetwijfeld beter bestand is tegen de regen.

De kindertjes, gekleed in (voorheen witte) schooluniformpjes, zwaaien trouwens wel weer uitermate vriendelijk als we langsrijden. Of liever gezegd stuiven, want op de derde dag "incasseert u de klim van de voorgaande dagen” zoals de routebeschrijving aangeeft. Over een prachtige nieuwe asfaltweg, die enige maanden geleden met hulp van Japan is aangelegd, waren we in een oogwenk weer beneden, met een nieuw record maximumsnelheid: 69 km/hr. Naarmate je lager komt zijn er ook weer mooiere huizen, hoe hoger je woont, hoe armer je bent. Soms protserig mooi, met veel glimmend hekwerk om het erf.

Vandaag een rustdag in een lekker resort, opnieuw bij watervallen. Ons hutje heeft ook een golfplaten dak, maar daarmee houdt de gelijkenis wel op. Het blijft toch indrukwekkend, deze verschillen in welvaart tussen ons en de mensen hier. Gelukkig kunnen we ons geweten sussen doordat we hier ons geld naar toe brengen. Nou maar hopen dat dit ook bij de mensen zelf terecht komt.

Zojuist even gekeken naar de olifanten bij hun middagbadje. Ook al hebben we dat al eerder gezien, het blijft leuk. Verder de gebruikelijke invulling van een rustdag: uitslapen, wasje doen, even rondlopen, lunchen, dutje, stukje tikken, biertje drinken, diner en dan rond half tien weer naar bed. Morgen mogen we namelijk weer klimmen, jippie!

Zondag 19 december Tad Lo- Pakse 93 km.

Teruggefietst naar Pakse omdat ze in het beoogde, opnieuw prachtig bij watervallen gelegen resort geen internet hadden. En het was broodnodig tijd voor een Skypesessie met dochterlief. Heerlijk om weer even bij te praten. Aansluitend weer dakterras en massage. Och, het is toch zo slecht nog niet in Pakse. En dat klimmen: eitje…