Week 7 Nakhon Phanon - Khong Ciam

Maandag 6 december rustdag in Nakhon Phanon.

Samenwerken

Het begint al bij het opstappen. Eén, twee en dan tegelijk op het pedaal gaan staan. De tandem komt op gang en daar gaan we. Als de één al gaat terwijl de ander nog niet klaar is, dan gaat geeft dat wat problemen. De eerste keer dat we op een tandem stapten kan ik me nog goed herinneren. Dat was best wel even wennen. Nu gaat het als vanzelf, mits goed gecoördineerd.

We hebben er al meer dan 5000 kilometer opzitten op onze tandem, waarvan bijna 2000 hier in Azië. Deze week gaan we door die grens. Het is een innig samenwerkingsverband op de fiets. Ik zit voorop, stuur, rem en bepaal de versnelling. Het is soms even zoeken welke versnelling voor ons allebei het lekkerst is. Ik heb de neiging bergop heel zwaar te fietsen en op het vlakke een hoge trapfrequentie. Marijke heeft het liever andersom, bergop graag een hele lichte versnelling (echt heeeeel licht) en op het vlakke een beetje zwaar. Aanpassen aan elkaar dus. Het fietsen op een tandem als metafoor voor het huwelijk. Marijke heeft achterop haar werkplek, haar kantoortje, zoals ze dat zelf omschrijft, met de GPS, de Dazer, het fototoestel, het kompas en de routebeschrijving. En niet te vergeten de Buik&vanderHorst zweetbandjes, die ik als afscheidskado van mijn kantoorgenoten kreeg. Een Engelsman op de boot naar Luang Prabang omschreef het zo: jij bent de piloot en zij de navigator. Ik zit dus voorop, maar fiets eigenlijk gewoon achter haar aan. Marijke is sowieso vooral van de planning. Ik voor het domme krachtwerk, alhoewel Marijke ook goed meetrapt natuurlijk. In Nederland kreeg ze al veel commentaar. "Mevrouw, u trapt toch ook wel mee hè?” Daar kon ze nogal pissig over worden. Ik heb overwogen haar een shirt te geven met daarop "Let op wat je zegt”. Dat kan ik hier veranderen in "Mind your words”. Of de Thaise vertaling daarvan, want dat Engels snappen ze toch niet.

De samenwerking komt verder tot uiting in de begroeting van de locale bevolking. Soms zijn de mensen niet eens te zien, maar wel te horen. "Hello, hello” klinkt het vanuit donkere huisjes en stoffig struikgewas. We fietsten gisteren door dorpjes waar volgens mij alleen jaarlijks 150 fietsers van Asian Way of Life door heen fietsen. "Falang, falang”, is de kreet die je veel hoort. "Vreemdelingen, vreemdelingen”. Het is Marijke’s taak te zwaaien, terwijl ik tussen de honden door laveer en de gaten in de weg probeer te ontwijken. Soms is er namelijk sprake van erg open asfalt. En als de honden te opdringerig worden dan bedient Marijke de dazer. Tot nu toe succesvol.

Voor de rest is het ook op een tandem gewoon een kwestie van trappen. En dat al zes weken lang. We zijn het nog lang niet zat. Gelukkig maar, want we hebben nog maanden te gaan. Gisteren hadden we tijdens het fietsen een gesprek over waarom we dit nou eigenlijk doen. En wat we er nu eigenlijk aan vinden, aan al dat fietsen. Want er zijn ook momenten dat je gewoon pijn aan je kont hebt of moe bent. Maar er is altijd die euforie als je er weer bent. Altijd op nieuwe plekjes aankomen en daar weer leuke ontmoetingen hebben. En dat beleven we samen. Dankzij onze samenwerking.

Dinsdag 7 december Nakhon Phanon – Mukdahan 111 km

Mooi weer

"Hoe is het weer daar?” wil Bram’s moeder altijd weten als we vanuit een ver vreemd land contact opnemen. Dat is vanuit Zuid Oost Azie geen lang of boeiend gespreksonderwerp. Het is hier namelijk alle dagen mooi weer. Zonnetje en 30 graden. We grappen wel eens tegen elkaar: "als het morgen mooi weer is gaan we naar het zwembad ". Dat dit zelden of nooit gebeurt ligt aan een stuitend gebrek aan zwembaden op onze route, niet aan het weer. We hebben al zoveel zonlicht gezien dat we de komende 5 jaar alle winterdepressies kunnen tackelen. Wat varieert is de wind. Aan- of afwezig en zwak of sterk. Maar net als thuis (bijna) altijd tegen. Af en toe komt er een wolkje langs. Verder bleef het  6 weken lang droog, al zag het er vandaag wat dreigend uit. In Laos fietsten we 2 minuten in een kloof door wat natte laaghangende bewolking. Voordat we goed in de gaten hadden dat het regende was het al weer afgelopen.

Om te fietsen is het niet te warm, al kan een onbeschaduwde klim om 1 uur ’s middags er wel inhakken. De door onszelf veroorzaakte rijwind koelt voldoende en op de rustdagen blijven we net als de Thai lekker in de schaduw.

Nou, meer valt er niet te zeggen over het weer hier. Sterkte met de winter, daar in Holland.

Woensdag 8 december, rustdag in Mukdahan

Slaapplekken

"Nemen jullie een tent mee?” was een veel gehoorde vraag dit najaar voor ons vertrek. Nee, want kampeerspullen wegen ook minstens 5 kilo en die moeten we dan ook weer allemaal de berg opfietsen. Bovendien zijn er hier geen of nauwelijks campings, tot nu toe zagen we er slechts 1. Voor wildkamperen zijn we niet moedig genoeg. Maar dat hoeft gelukkig ook niet, er zijn voldoende hotels, guesthouses en "resorts” (let op de aanhalingstekens).

De routeboekjes van Asian Way of Life hebben de route in etappes gesplitst en aan het eind van de etappe staan overnachtingssuggesties. Soms vinden we de routes te kort of de aangeboden slaapplek niks en dan plakken we twee routes aan elkaar, zoals gisteren toen we een stevige 110 km getrapt hebben. We proberen de categorie "eenvoudig” of "zeer eenvoudig” te vermijden, luxepaarden als wij zijn. Wij zijn ook niet van de gedeelde badkamers.

Kamers in "onze” categorie kosten gemiddeld 400 – 500 bath, € 10 – 12,50 per nacht. Geen geld dus, maar ruim boven de gemiddelde backpackersbegroting. Dat heeft dan vervolgens weer zo zijn voordelen. Onze goedkoopste overnachtingsplek was in Pakbeng, Laos, 5 euro. Voor de suite in Vientiane waren we ongeveer 34 euro kwijt, maar dan had je ook wat. Meestal hebben we voor deze bescheiden prijs airco en soms een fan. Dat laatste is op zich ook best lekker, alleen staan ze soms zo afgesteld dat je het bed wordt uitgeblazen. Verder is er heel regelmatig een koelkast (type retro), die overigens altijd leeg is, maar handig voor de door ons meegebrachte yoghurtjes en de dagelijkse dosis Singha bier. De bedden zijn zonder uitzondering altijd keihard, met soms een zachter gat in het midden. Dan bezorgt ons dan weer de nodige intimiteit in de nachtelijke uren, we rollen lekker tegen elkaar aan. Van oudsher slaapt men hier op een bamboematje. De transitie naar een lekker zacht matras heeft hier nog niet plaatsgevonden, kom over tien jaar nog maar eens terug.

De inrichting van de badkamer is een hoofdstuk apart. Traditioneel bestond de Aziatische badkamer uit een mandibak en een gat in de grond cq vloer. De mandi, meestal een oude olietank of een voormalig haringvat, is gevuld met liters water. Gedurende dag neemt dat water lekker de omgevingstemperatuur aan. Bedoeld om je lijf mee te begieten bij het wasritueel, en voor het besprenkelen van je genitaliën na de toiletgang (lekker fris, beter dan toiletpapier). Tenslotte wordt het "toiletje” er mee doorgespoeld. Daarvoor drijft er een plastic bakje, al dan niet met handvat, in de mandi. Dankzij voortschrijdend inzicht verschenen in de loop der jaren bovenop het gat in de grond eerst het hurktoilet en tegenwoordig in de wat luxere badkamers het zittoilet, regelmatig nog zonder doortrekmogelijkheid. Het hurktoilet is overigens van een beter ontwerp dan zijn Franse equivalent, vanuit spetterperspectief dan. Voor het afspoelen van de billen is nu vaak een doucheslang gemonteerd. Soms komt het water daar met zo’n kracht uit dat het een purgatoire werking heeft (voor wie nog weet wat dat is).

Toeristen willen graag net als thuis een warme douche. In die wens wordt voorzien door een boiler of geiser, die ervoor zorgt dat het water minder koud maar zelden erg heet is. Helaas hebben ze nooit bedacht, dat je die beter kan ophangen in een apart hoekje van de badkamer. Douchegordijn of douchebak tref je zelden aan. Voor het douchen eerst even de bril omhoog doen, dan kan je de rest van de avond nog droog zitten.

Gevolg van dit alles is, dat de Thaise badkamer vrij schoon oogt, geen last heeft van rondslingerend toiletpapier en altijd kletsnat is. Maar als je de broekspijpen omhoog doet (met de fietsbroek heb je er sowieso geen last van) is er niks aan de hand. Onderweg maak ik bij de koffiestops altijd graag een excursie naar het toilet van de familie. Altijd interessant, al was het maar vanwege het grote aantal tandenborstels. Alleen wonen is hier niet in trek, maar daarover later nog eens.

Nog even terug naar het begrip resort: aanvankelijk hadden we daarvan hooggespannen verwachtingen. Zwembad, cocktails, je kent het wel. Maar inmiddels zijn die wat bijgesteld. Soms liggen de resorts wat landelijker dan de guesthouses (soms zelfs uitgesproken landelijk met nergens enige menselijke activiteit in de regio), maar meestal stelt het  niet zo veel voor. Op het eerste oog lijkt het heel wat, maar bij ingebruikname blijkt niets zo te werken als je zou verwachten. Dat komt omdat het begrip "onderhoud” hier onbekend is. Maar ook daarover later, dat is ook wel weer goed voor een heel hoofdstuk.

Tot slot, nog buitengewoon goed nieuws. Op deze rustdag zijn we nog eens naar de weegschaal bij de 7–eleven geweest. Na de teleurstellende ervaring in Mae Sai wilde ik eigenlijk niet, maar het voelt allemaal wat strakker, dus ik durfde het aan.

Bram is inmiddels 7 kg kwijt. Ik 500 gram, het schiet al lekker op.

Donderdag 9 december Mukdahan- Khemmarat 92 km

De brandweerwagen

We waren vanmorgen al om tien uur op de plaats van bestemming, Don Tan. Zoals gewoonlijk om half zeven opgestaan en kwart voor acht zaten we op de fiets voor 38 kilometer. Met kerst hebben we een ecolodge gereserveerd in Laos om ons eens even lekker te (laten) verwennen. We liggen al wat voor op het schema, dus als we met het huidige tempo door blijven fietsen houden we nog meer dagen over. Aangekomen bij de aanbevolen bungalows aan een leuke binnentuin was er alleen een oude dame, die een briefje in het Thais liet zien. Aan haar non-verbale communicatie konden we opmaken dat er voor ons geen plek was. Er was een paar kilometer terug ook een resort, maar zonder warm water. Terugfietsen komt in ons vocabulaire echter niet voor. We zijn daarom doorgefietst naar de volgende plaats van enige importantie, 57 kilometer verderop. We draaien onze hand nergens meer voor om.

We hadden al even gerust bij een benzinepomp. Die gebruiken we veel als plasplek, maar soms verkopen ze ook drankjes. Lekkere koude koffie uit een blikje. Interessant wat er dan zoal langskomt bij het tankstation. Zomaar de tank volgooien is er niet bij hoor. 100 of 200 Baht en daar krijg je plm. 3 resp. 6 liter diesel voor. Opeens verscheen een mevrouw op haar brommertje, met in de zijspan een frituurpan voor het bakken van bananen. Toen bleek de dame van de pomp niet alleen, er kwamen er van alle kanten mensen tevoorschijn om met de bananenmevrouw te praten. Die bracht vast het laatste dorpsnieuws. En alle mannen naar onze tandem kijken. Ze vroegen niet eens hoe duur die was deze keer. Vlak voor we weer wegreden kwam er nog een auto met een koe en een kalf in de bak. Verderop kwamen we deze auto weer tegen bij een winkel. Moeder koe was iets vergeten.

Zagen we verderop op een marktje een kraampje met verse ananas. We zijn er voor gewaarschuwd om geen reeds voorgesneden fruit te eten. Je weet nooit hoe lang geleden die al is gesneden. Ik pak een kleine ananas en het mes dat op de kraam lag en geef het aan een dame. Ik lach er vriendelijk bij en de bedoeling is duidelijk. De ananas wordt overgedragen aan een jongeman, die mij eerst de hand drukt voordat hij aan de klus begint. Heerlijk natuurlijk, verse ananas. We krijgen er een zakje bij met suiker, zout en peper. Dat moeten we eroverheen doen. Doe het niet, het is niet lekker. Gewoon zo opeten. Terwijl we daarmee bezig zijn stopt de brandweerwagen. Kort daarop komt een tankwagen, die een slang uitrolt en aansluit op de brandweerwagen. We zitten voor een goede observatie aan de verkeerde kant van die brandweerwagen. Er was geen brand, zoveel was wel duidelijk. Ik ben dus even op onderzoek uitgegaan. Bleek dat, terwijl de markt nog in volle gang was, de gangen tussen de marktkramen, vast werden schoongespoten. Ik moest nog uitkijken dat mijn schoenen niet natgespoten werden. Ik hoop alleen dat ze voor een echte brand nog een goede slang reserve hebben. Er zaten wel 30 gaten in de slang. Niet allemaal even groot, soms een klein straaltje, dan weer een fonteintje en onder een plastic zak door die om de slang was gebonden gutste het water uit de slang. Naspoelen denk ik, voor wat de man aan het begin had laten liggen
Je moet sowieso altijd goed opletten hier. Als iemand een brommer start en hij staat in de rijrichting, dan gaat hij rijden. Niet eerst achterom kijken of het wel kan, nee, rijden.  

En die ecologde, we denken dat we die maar wat vervroegen. We vieren onze kerst maar wat eerder dit jaar.

Vrijdag 10 december Khemmarat- Ban Song Khon 38 km

Bungalows

In het stukje over slaapplekken hebben we eigenlijk vergeten te vermelden dat we erg fan zijn van bungalows. We waren o.a. reeds in de riverview bungalows, de honeymoon bungalow en in meerdere Mekongview bungalows. Op de een of andere manier geeft een bungalow toch meer het gevoel van iets "eigens" dan kamer 407 op de 4th Floor (die ze bij ons trouwens derde verdieping zouden noemen). Als je zolang onderweg bent heb je daar meer behoefte aan. Verder geeft een bungalow meer natuurbeleving. Zo huist bijvoorbeeld op het zoldertje van deze gloednieuwe bungalow ongetwijfeld een muizenfamilie, gezien de grote hoeveelheid muizenkeutels op de wastafel. Ook gekko’s, hagedisachtige wezens die midden in de nacht hun naam roepen en je daarmee uit de slaap houden, zijn erg fan van bungalows.

Groot voordeel van de bungalow is ook dat we onze fiets naar binnen kunnen rijden. Dat is beter voor de nachtelijke gemoedsrust, al voelen we ons hier erg veilig. De fiets in de kamer is ook erg handig als kapstok of wasrek, want aan haakjes doen ze hier niet echt.

Vandaag hebben we een korte etappe gefietst, 38 km door afgelegen platteland, dat voor het eerst sinds dagen bepaald niet plat was. We hebben de eerste versnelling weer eens moeten inzetten. Dat is prettig om de klimspieren wat te activeren, die hebben we straks in Laos op het Bolavenplateau (ja, echt waar, daar komen de Efteling Laven vandaan) weer bitter nodig. De volgende etappe morgen is bijna 100 km, en dat aan elkaar plakken is zelfs voor onze inmiddels flink getrainde benen een beetje te veel van het goede. Straks in Cambodja komt nog een 145 km etappe, een daarvan is meer dan genoeg. Overigens is de zadelpijn de beperkende factor in het fietsgenot, niet zozeer de benen. Kennelijk is de zithouding op een tandem toch niet optimaal, omdat je meer rechtop zit. Maar dankzij de tip van collega Astrid, ook tandemfietster, om Sudocreme te smeren ("goed voor baby’s billetjes”) houden we het nog aardig vol.

Aan het eind van de etappe wachtte een eenvoudig resort, van het soort waar we niet zo dol op zijn, met koud water. Maar 2 km daarvoor troffen we aan de linkerkant van de weg opeens een gloednieuw resort aan met prachtige ruime comfortabele bungalows. 1000 bath, dat wel, maar we hebben de afgelopen dagen niet zoveel geld uitgegeven door gebrek aan bestedingsmogelijkheden. Resort verder weer volledig verlaten, vraag me af of ze dat gaan redden in deze afgelegen streek zonder enige toeristische attractie dichtbij, met deze prijsklasse. Dan moet je er al iets extra’s bij bieden, zoals golfbaan of zwembad, maar niets wijst erop dat dit nog in de planning zit. Bij onze aankomst om kwart over tien liep het voltallige personeel uit: Broer, moeder, 2 tantes, een neef en enkele nichtjes van het eigenaarskoppel, dat even afwezig was (matras kopen bleek later), maar via de mobiele telefoon in rudimentair Engels ons uitlegde dat we zeer welkom waren en lunch, diner en ontbijt konden gebruiken. Dat is erg handig als je in de middle of nowhere zit. Het dorp vlakbij heeft wel een eetstalletje, maar die gaan als je pech hebt ’s avonds bij het invallen van de duisternis dicht. En wij zijn ook niet zo van de zelf opgewarmde zakjes noodlesoup. Al was het maar omdat we het gasbrandertje dat we daarvoor bij ons hadden inmiddels naar huis hebben gestuurd.

Die lunch was ook weer buitengewoon interessant. Er was alleen een Thaise menukaart, maar na uitgebreide discussie met de keuken en 5 andere familieleden kon ons een heerlijke schaal Tom yam soup worden geserveerd, op ons verzoek "farang-spicy”, dat is beter voor onze ingewanden. Benieuwd wat straks het diner gaat opleveren. Er is kip en vis weten we inmiddels, en rijst en noodles, dus het moet culinair weer lukken vanavond. Bovendien hebben ze speciaal voor ons een hele doos Singa bier gehaald bij de buurtsuper. Ze hadden alleen maar Heineken. Maar dat hebben we thuis ook.

’s Avonds echter bleek ons bungalowpark de hottest place in town. In meerdere opzichten trouwens. Alle bungalowtjes stroomden vol met weekendgasten en het restaurant vulde zich met locals. We moesten zelfs op ons eten wachten! Helaas waren we vergeten erbij te zeggen dat het niet zo spicy moest. De papaya salad zorgde ervoor dat bij Bram, die toch heel wat kan hebben op spicy gebied, de oogbollen haast uit de kassen rolden. Volgende keer maar weer farang spicy of mai ped, in goed Thais.

Zaterdag 11 december Ban Song Khon – Khong Chaim 93 km (en 4 km gewandeld)

Sombermensen

De Westerse man op het terras reageert wat aarzelend op mijn vraag of dit guesthouse leuke kamers heeft. "Het is druk vandaag, zaterdag, er is dus niet zoveel plaats”, antwoordt hij. Dat hadden we ook al gemerkt. Het guesthouse dat we in eerste instantie op het oog hadden was vol, dit guesthouse was al het derde. "Het is hier wel een dooie boel hoor”, zei de man, "’s avonds na negenen is hier niks meer te beleven”. Voordat Marijke met de waard naar de potentiële kamer ging kijken zei ze nog dat bij ons ‘s avonds na negenen toch het licht uit gaat, dus dat is verder geen keuzecriterium. Ik heb een beetje last van mijn voet dus ik ging naast de man zitten, de helft van een Nederlands echtpaar. Zij waren ook op de fiets. De man keek even naar onze tandem en zei "is dat een bidon van Max Huerzeler?” Enigszins verbaasd beaamde ik dat. "Daar gaan wij al jaren naartoe om in het voorjaar een weekje te wielrennen.” "Oh, ik ben daar dit jaar voor het eerst geweest”, zei ik. "Heel leuk en je kan iedere dag een andere groep kiezen waar je mee rijdt, je kan kiezen voor de bergen of het vlakke”, zei de man. Mij schoot door het hoofd dat ik het maar een beetje slappe hap vind als je de ene dag voor een zware groep kiest, om dan de volgende dag een beetje rustig aan te doen. Het is maar een weekje! "Er zijn niet zoveel van die clubs waar je zo kan wielrennen”, ging de man verder. De vrouw deed ook een duit in het zakje: "Mallorca vind ik verder eigenlijk maar niks”. Ik vertelde dat ik vijf keer in het voorjaar met Henk Lubberding naar Lanzarote ben geweest en ook een paar keer naar Italië. "En dan zijn er op Mallorca zelf meerdere clubs, onder andere van Rompelberg”, ging ik verder. "Keuze genoeg”.

Om het gesprek op een ander onderwerp te brengen vroeg ik wat zij vandaag gereden hadden. "We hebben vandaag zo’n saai stuk gereden. Dit was onze tweede etappe, we zijn begonnen in Ubon Ratchatani. Toen we de boekjes van AWOL binnen kregen dachten we meteen "dit wordt niks". Dat kan je ook wel zien. Er is hier geen toerist te bekennen. Toeristen gaan naar interessante plekken waar wat te zien is. Nee, we vinden het maar niks.” "O, wij hebben anders een hele leuke route gereden vandaag. Zijn jullie nog bij de rotstekeningen langs geweest?”, vroeg ik. Nou vielen die een beetje tegen, dus het is maar goed dat ze die hadden overgeslagen.
"Je kan beter in Limburg fietsen”, ging de man verder. Zijn vrouw corrigeerde hem door hem erop te wijzen dat je nu, in december, niet in Limburg kan fietsen. "Hooguit langlaufen”, grapte ik, verwijzend naar het koude weer in Nederland. "Oh, lag er sneeuw dan?”. "Ja joh, er lag toch sneeuw toen we weggingen”, corrigeerde de vrouw de man opnieuw. Ze ging verder met de verwachting dat de tocht door de Smaragden Driehoek, die ze gaan rijden ook maar niks was. "Maar goed, we hebben ons erover heen gezet en gaan er toch een paar leuke weken van maken.”

"En welke route rijden jullie hier”, vroeg de man. We vertelden dat we in Bangkok waren begonnen en helemaal naar het noorden waren gefietst, via een stukje Laos, nu langs de Mekong zuidwaarts en straks weer Laos ingaan, Cambodja doorrijden, misschien nog een stukje Vietnam meenemen en dan weer richting Bangkok. "Chang Mai is leuk”, zei de man. Daar hadden ze eerder gefietst. Maar Laos vond hij maar niks. "Ja, wel aardige mensen, maar verder vond ik er niet veel aan”. Het  bleek dat ze backpackend door het land waren getrokken in een minibusje en dus eigenlijk niet zoveel van het land hadden gezien, gaf de vrouw later ook toe. We wisselden uit waar wij nog meer in den vreemde gefietst hadden. Wij vertelden over Zuid-Vietnam, zij over Birma en Costa Rica. "Dat viel zo tegen, Costa Rica. We zijn we een hele week aan de voet van zo’n vulkaan geweest, niks van gezien, altijd in de wolken. En iedere dag regen. "Ze zeggen daar dat er een regenseizoen en een bijna altijd regenseizoen is” somberde de man verder. En zo het ging maar door. Het restaurant hier in het dorp was ook niks en er zou vast nog veel meer narigheid uit deze mensen zijn gestroomd als we niet naar onze kamer waren gegaan.

Onderweg naar onze kamer keken we elkaar aan en barsten in lachen uit, ver genoeg van deze sombermensen zodat zij het niet konden horen. Een paar weken geleden waren we ook al Nicolas uit Straatsburg tegengekomen. Fietste in zijn eentje heel Eurazië door, maar maakte zich druk om alles en leek helemaal niet te genieten. Een paar jaar geleden zijn Marijke en ik - voor de laatste keer met een gezelschap – naar Equador geweest. Onder onze reisgenoten was een groep vrouwen die via de VVAA geboekt hadden. Vrouwen van artsen, een oud-apotheker en zo. Ze waren overal bang voor. Vruchtensap uit een pak: "Ik ben toch een keer zo ziek geworden van vruchtensap, dat drink ik niet meer op vakantie”. Eieren: "Die worden nooit goed doorgebakken. Nee hoor, stel je voor”. We gingen ook naar de Galapagos-eilanden. Een van die trutten bleef de hele tijd op het strand zitten want ze hield niet zo van snorkelen. Op de Galapagos, ongeveer de mooiste snorkelplek op aarde! Ons advies voor bangerikken of aartsontevredenen: blijf gewoon lekker thuis.

Na een wielerweekje in Italië strandde ik ooit op het vliegveld van Bologna. De vlucht viel uit vanwege een defect toestel. Ik stond naast een man die na het bericht te hebben aangehoord gelijk zei: "Nou, daar staan we dan. We worden helemaal aan ons lot overgelaten. Je zal het zien. Ik heb dit eerder in New York meegemaakt, nou er was mooi niemand bereikbaar.” De waarheid was dat we een half uur later door de KLM een prima hotel aangeboden kregen. Ik had inmiddels aangepapt met een Italiaanse kunstenaar die met een plastiek onderweg was naar Amsterdam en een Nederlandse dame die in Italië woonde en voor Koninginnedag ook naar Amsterdam ging. We hebben met z’n drieën heerlijk gegeten op kosten van de KLM en een hele leuke avond gehad. Die man zat ook in het restaurant, helemaal alleen aan een tafeltje. It’s in the details, stupid!    

En dan nog dit. Vandaag bij de rotstekeningen een bordje rijst met kip gegeten. Wij wilden daarna ook nog wel een papayasalade. Daarvoor liep ik even naar de kokkin toe. Na gisteravond wilden we nog maar een heel klein beetje, ietsie pietsie spicy. De vrouw pakte een enkel pepertje en liet dit met een prachtig gebaar in haar vijzel vallen en barste daarna in een daverende lach uit. Ze had zo’n plezier. Zulke ontmoetingen, zelfs op saaie routes maken je dag leuk!

Vanavond zaten de sombermensen in het restaurant waar wij ook wilden eten. Normaal gesproken gaan we dan bij mensen zitten en wisselen reiservaringen uit. We zijn na zeven weken samen soms ook wel eens door onze gesprekstof heen. We hebben ze gemeden. Stel je voor dat het besmettelijk is!