Week 4 Chiang Rai-LuangPrabang

Dinsdag 16 november Chiang Rai- Mae Chan 68 km.
Roze

Vandaag een licht glooiende etappe. Niet zoveel bijzonders over te melden, al om 1 uur in ons volgende overnachtingadres. Een prachtig resort deze keer, met zwembad. Ook weer geheel verlaten. Het toerisme heeft een stevige knauw gekregen door politieke onrust en overstromingen. We kregen weer discount, 15 euro gaat deze nacht kosten. Maar of we daar nu ook voor kunnen ontbijten bleef een beetje onduidelijk. De juffrouw sprak nauwelijks Engels. Zo kon ze geen antwoord geven op de vraag waarom alle vrouwen vandaag in het roze lopen. Een van de prinsessen jarig?

Dat slechte Engels is een mooi bruggetje naar een thema: het onderwijs.

De scholen in Thailand liggen meestal buiten de bebouwde kom. Grote complexen met sportvelden en veel gebouwen. Omgeven door hekwerk versierd met nationale vlaggen en gele vlaggen, de kleur van het koningshuis. Een bewaker bij de poort. Voor zover we kunnen beoordelen is er maar één soort school, waar alle regionale kinderen van 5 tot 18 naar toe gaan. Met bussen, songtheaws en brommers worden ze aangeleverd. Althans de kinderen die naar school gaan, zeker de kinderen van de minorities doen dat niet altijd (langdurig). Alle kinderen in uniform, de meisjes in een truttige lange rok met overhemd en stropdasje, de jongens in een korte broek met hetzelfde overhemd, maar soms ook in t-shirt en trainingsbroek. Verschillende kleuren per school, dus het zal wel uitmaken in welke klas je zit. Het mooie van de Thaise scholen is, vanuit het perspectief van de werkende moeder dan, dat de kinderen van half negen tot half vijf onderdak zijn, niks geen theedrinken met moeders om half drie. Wat ze er al die uren leren is ons niet helemaal duidelijk, hun Engels is in het algemeen zeer beperkt en hoofdrekenen kunnen ze ook niet echt. Maar glimlachen en duimen opsteken kunnen ze als de beste, zeker naar dwaze buitenlanders die in de tropische warmte heuvels beklimmen met een tandem.

Woensdag 17 november Mae Chan- Mae Sai 50 km

Birmese bruiloft 

Gisteren "the northern most point of Thailand” bereikt. Deze tekst prijkte op een bord vlakbij ons guesthouse. Het is nog niet eens waar ook, heb ik inmiddels op de kaart gezien. Een paar kilometer naar het oosten is nog een klein uithoekje waar een nog "northener point of Thailand” is. Aan de overkant van de rivier is Myanmar, oftewel Birma. We wilden graag een bezoekje aan dit land te brengen, voor zover mogelijk vanwege ons double-entryvisum dat we hier niet aan wilden opofferen.

We meldden ons bij de douane en legde ons visumprobleem voor. "You can make a copy of your passport in the shop over there” zei de vrouwelijke beambte. We vreesden dat dit ons verhoudingsgewijs een vermogen zou gaan kosten, maar dat viel alles mee, 12 bath. De winkelmevrouw(veel Chinezen hier) had haar monopoliepositie kennelijk nog niet in de gaten of de buurvrouw had misschien ook een kopieerapparaat. Met die kopie konden we tegen inlevering van ons paspoort de brug oversteken naar Tachilek, de zusterstad van Mae Sai. De douaneambtenaar daar begon een van de kopieën keurig op te vouwen, van stempels te voorzien en aan elkaar te nieten en tegen betaling van 1000 baht (25 euro) mochten we een middagje Myanmar in. De andere kopie, die van Marijke, hield hij zelf. In Thailand hadden we ook al 200 Baht moeten betalen voor een paar stempels. Duur middagje dus. Maar wel zeer boeiend.

Eenmaal door de douane stond een heel legertje mannetjes ons op te wachten. Eerst de tuktuk-chauffeurs die een reisprogramma voor ons in gedachten hadden (maar daar trappen we niet meer in). Daarna de verkopers van een kaartspel met daarop de beeltenissen van alle kopstukken van het Irak-bewind onder Saddam Hussein. Dat kaartspel werd aan het begin van de Golfoorlog verspreid door de Amerikanen. De meesten ervan zijn al dood, zeiden we tegen de verkopers. Daarna volgden de verkopers van Viagrapillen en sigaretten. Beide hadden we niet nodig. Nadat we ons door deze zwerm hinderlijke, opdringerige mannetjes hadden gewerkt volgden marktkraampjes, met dezelfde waren als aan de andere kant van de brug, voor een hogere prijs. Maar eigenlijk al heel snel daarna kwamen we in een ander soort markt terecht met dagelijkse levensbehoeften voor de plaatselijke bevolking. Sarongs werden verkocht en ook het witsel dat vrouwen in Birma op hun wangen aanbrengen ter versiering en verkoeling. De stinkende vismarkt werd net opgeruimd en we staken een riviertje over waarin een enorme hoeveelheid troep lag. Dat lag trouwens overal. Boven de gebouwtjes staken de torens van een tempel uit. Een heel ander soort tempel dan in Thailand met andere Boeddhabeelden. Eigenlijk heel kitsch met veel knipperlichtjes. Opvallend was echter dat de kennis van de Engelse taal bij de mensen groter leek dan in Thailand, resten van een koloniaal verleden kennelijk.

We waren een beetje onthutst over wat we allemaal zagen. Heel slechte wegen. Rotzooi overal. Vrouwen die de was deden bij een waterput en die zichzelf ook maar gelijk wasten. Wel met sarong aan. Een vrouw liep met een stapel was op haar hoofd weer naar huis. Een heel ander verkeersbeeld, met fietsers nota bene. En dat allemaal binnen een straal van een kilometer van Thailand waar het ook niet allemaal is zoals thuis, maar waar dit soort taferelen niet meer voorkomen. En heel veel bedelaars.

Op de terugweg belandden we opeens in een Birmese bruiloft in een halfopen restaurant. De bruid had een mooie roze jurk aan. De andere bruiloftsgasten waren ook prachtig gekleed, de mannen in hun "zondagse” sarong met mooie witte blouses. Voordat we het goed en wel in de gaten hadden zaten we aan het bruiloftsmaal, ook al hadden we al geluncht. Een bordje rijst met een stukje kip, een soepje erbij, gefruite uitjes en een atjar-achtige salade. Glaasje limonade erbij en we waren opeens de eregasten op een bruiloft. Nog even poseren met het bruidspaar en nadat we hen een gelukkig huwelijk hadden toegewenst vertrok het gezelschap in een stokoude maar feestelijk versierde Toyota Corolla naar het stadhuis. Het bruidspaar samen op de bijrijderstoel en minstens vijf mensen op de achterbank. Het kostte nog even wat moeite de oude Corolla aan de praat te krijgen, maar daar gingen ze. We hadden zelfs het idee dat nog even overwogen werd ons ook mee te vragen naar de Cityhall. Toen iedereen al weg was en wij nog een beetje in ons bordje rijst zaten te prikken kwam een stel terug op een brommer. Ze waren de bloemen vergeten. Wuivend en glimlachend reden ze weg.

Het was een bijzondere middag.

Dit is Azië!     

Donderdag 18 november Mae Sai-  Chiang Saen

Pikzwart en graatmager

Broer Jan wilde weten of we al pikzwart en graatmager waren. Helaas twee keer nee dus. Om met onze huidskleur te beginnen: het is hier ook winter, we zitten ongeveer 3000 km boven de evenaar, dus de zon staat laag, is niet supersterk en de dag is kort. Bovendien hebben we tot nu toe voornamelijk met de rug naar de zon gefietst en smeren we ons meestal redelijk trouw in met factor 30. Maar op mijn bovenbenen begint nu toch een demarcatiezone à la Joop Zoetemelk te ontstaan, die niet helemaal meer zo charmant oogt in het zwembad. Maar aangezien we in de spaarzame zwembaden toch meestal maar alleen zijn tot nu toe is dat niet zo’n ramp.

Om de vraag over het gewicht te beantwoorden zijn we gistermiddag even op de weegschaal gaan staan bij de 7-eleven na ons indrukwekkende bezoek aan Birma. Bram was in vergelijking met thuis (bij het wegen van fiets en bagage) 3.5 kg afgevallen en ik was bijna 2 kg zwaarder dan mijn kleerloze ochtendgewicht ! Ik ben er de rest van de middag chagrijnig over geweest. Bram probeerde het nog met "toegenomen spiermassa in je bovenbenen” maar dat mocht niet echt helpen. Het is niet eerlijk verdeeld in de wereld (maar dat was me die middag trouwens ook wel weer duidelijk geworden). 1000 km fietsen in de tropen en dan toch geen onsje afvallen. Ik ben hier natuurlijk niet primair om af te vallen maar het was toch wel leuk geweest als de voorspelling van Els T: "kind, er blijft niets van je over” een beetje zou uitkomen. Maar ik heb nog ruim drie maanden te gaan, ik blijf hopen. Of zouden al die mensen die mij toeriepen in Nederland (en misschien hier ook wel..) dat ik een beetje zat te niksen in die bijrijderspositie toch een beetje gelijk hebben?

Vandaag weer een relatief korte etappe, 46 km. Met als verassing een groot deel onverhard. In Chiang Khong, onze volgende etappeplaats wordt door de Chinezen een brug over de Mekong aangelegd, om de doorvoer van hun producten naar de Thaise zeehavens te vergemakkelijken, en passant worden ook de aan- en afvoerwegen verdubbeld. Ongetwijfeld ook met Chinees geld. Kilometerslang ploegden we door stoffige rode aarde, min of meer aangeplet, maar dat was niet overal even succesvol gelukt. De heuveltjes waren ter compensatie van ons leed door de graafmachines wat afgevlakt, behalve die ene kilometer klim van 9% waarvan de aanblik alleen al mij de moed in de schoenen deed zakken. Bram is in zijn eentje naar boven gefietst, ik lopend met mijn bidonnetje erachteraan. Best heet, want vandaag was de warmste dag tot nu toe. Bovenaan: blik op de Mekong! De rivier die ons de komende tijd gezelschap gaat houden, of omgekeerd, wij houden de rivier gezelschap. Vanmiddag hebben we onszelf beloond met een 2 uur durende massage op de kade van de Mekong, in de open lucht, ventilator erbij, blik (indien de ogen geopend) op Laos en voorbijvarende bootjes. Het was weer niet vervelend. De massagedames hadden alleen hinderlijk veel plezier over de omvang van mijn kuiten. Komt van het fietsen, heb ik maar beweerd…..

Vanavond gezellig biertje gedronken en gegeten met de eerste andere fietser die we hebben ontmoet, Douwe, uit Leiden, op een Santosfiets!

Vrijdag 20 november Chiang Saen-Chiang Khong 72 km

Stukje tikken II

De laatste dagen komt er het niet zo van, dat stukje tikken. We worden teveel afgeleid door contacten met medereizigers, vooral Hollanders. Eerst Douwe uit Leiden, alleenreizend op de fiets. We vonden het alle drie leuk om weer eens Nederlands te praten en ervaringen uit te wisselen. Alleen zijn fascinatie voor honden deel ik niet echt, wel honderd foto’s had hij er van gemaakt. Ik maar 1. Om straks in de website te plakken bij ons hondenstukje ”kijk, dat zijn ze nou”. Ze gedragen zich overigens beter de laatste tijd.

In Chiang Khong hadden we ook interessante ontmoetingen. Met Allan, die 29.500 km around the World had gefietst en sedertdien geen meter meer had getrapt. Wel was hij een fietsmuseum begonnen in deze stoffige maar charmante grensplaats. Sterke fascinatie voor alles wat met fietsen te maken heeft. Inclusief foto’s van Fauso Coppi, Marco Pantani, een oud Rabobank fietsshirt en enkele collectors items op fietsgebied. (Ik wijd daar niet over uit, dat is Bram’s afdeling). Hij reisde op een racefiets met smalle bandjes met 11 kg bagage inclusief tent en kookpotten. Geen tandpasta mee, hij deed het met zeep. Da’s pas een bikkel.

Bij het museum ontmoetten we ook Joke, die haar geleende fiets kwam terugbrengen. Ze was een week in CK geweest en dan kan een Hollandse niet zonder fiets. Druk pratend en extravert. Over haar Thaise vrienden, het wel een wee (vooral dat laatste) van het Thaise koningshuis, over de politieke situatie met de Roden en de Gelen, haar shoppingexcursie naar Birma waar ze voor weinig geld een I Phone 4 had gescoord, het slechte onderwijs in Thailand (ze worden bewust dom gehouden door de regering) en zo voort. Zeer informatief, met een sprankelende ironische ondertoon. Binnen no time wisten we ook alles over het plaatsje en haar inwoners. "Waarom we niet wat langer bleven” zei ook een Amerikaan die we 4 keer zijn tegengekomen in de 24 uur dat we er waren. Hij was er al een maand, beetje rondhangen, internetten en keuvelen met voorbijgangers. Kortom, het was reuze gezellig in Chiang Khong. Het leek wel alsof we figureerden in een aflevering van Peyton Place (voor de jeugd: de jaren 60/70 voorloper van GTST).

Maar wij gingen verder, naar de overkant , naar Laos. Want daar bleek Ellen te zijn, ook uit Zoeterwoude, op de fiets vanuit China op weg naar Cambodja. Via onze beide websites wisten we dat we bij elkaar in de buurt zaten. Die avond sloot ook Wietske zich bij ons aan, een jong meisje uit Amsterdam, ook alleen op stap, die er even helemaal doorheen zat omdat ze onder de netelroos zat. Helaas had de plaatselijke apotheek geen anti-allergiemiddelen, zodat ze het moest doen met drie pilletjes Zyrtec die ze van een Italiaanse jongen had gekregen.

Vandaag en morgen zitten we op de slowboat naar Luang Prabang. Ellen stapt na 1 etappe uit, ze gaat het rondje Laos fietsen waarvan wij nu hebben besloten om dat niet te doen. Teveel bergen, teveel klimmen. Wij spelen toerist deze week. Ook lekker.

 

Zaterdag 21 november oversteek naar Loas 5 km

Stoer plan

In de periode voordat we deze reis maakten hebben we onze plannen aan veel mensen verteld. Enerzijds omdat het nu eenmaal noodzakelijk was dat sommigen ervan af wisten, anderzijds ook wel omdat we er heel erg naar uit keken. "Stoer plan” zei menigeen. De verwachtingen die wij hadden zijn tot nu toe uitgekomen, dat hebben jullie inmiddels wel kunnen afleiden uit onze enthousiaste verhalen (hoop ik). Wij hebben de plannen wel wat bijgesteld, omdat onze verwachtingen over het op de tandem in de hoge bergen fietsen niet helemaal zijn uitgekomen. En Marijke’s affiniteit met die echt stevige klimmen is zoals bekend beperkt.

In de voorbereiding naar deze reis zijn we onder andere naar Berlijn gefietst en hebben in Duitsland menige heuvel (volgens Marijke bergen) bedwongen. In Noord-Thailand is het ook allemaal goed gegaan, alhoewel er een enkele berghelling was die we moesten lopen. Laos is van een andere orde. De hellingen zijn soms lang en af en toe erg steil. Wat je op een tandem niet kan, maar op een gewone fiets wel, is gaan staan op de pedalen. Dat heeft als nadeel dat je op moeilijke stukken niet je lichaamsgewicht in de strijd kan werpen op boven te komen. En je zit nogal lang in dezelfde houding, wat voor je kont weer niet zo goed is. Dat is de reden dat we een stukje Laos overslaan en met de boot doorvaren naar Luang Prabang. Van daaruit maken we een dagtocht naar watervallen op zo’n 30 kilometer afstand en laten ons de volgende dag een kleine 150 kilometer verder brengen om daar onze fietstocht te vervolgen. Vlak is het daar nog allerminst, maar we gaan ervan uit dat we dat wel weer aankunnen.

De laatste dagen hebben we opgetrokken met Ellen de Geus, daarover schreef Marijke gisteren, en via haar kwamen we ook in contact met Nicolas uit Straatsburg. Die is sinds juli onderweg, met een fietsframe dat hij bij het afval heeft gevonden. Ellen heeft al enkele lange verre fietsreizen op haar palmares staan en Nicolas is net door Tadzjikistan, Pakistan, China en dus nu door Laos komen fietsen. Beide hebben in China enige tijd samen met Tjirk gefietst, die inmiddels 7 maanden onderweg is en helemaal uit Nederland is komen fietsen. Tijdens het eten gisteren kwamen er indrukwekkende verhalen over tafel, maar tegelijkertijd hadden we ook wel iets van: dat hoeft nu voor ons ook weer niet. Nicolas had soms veel moeite moeten doen voor onderdak, vinden van iets eetbaars en reed soms uren over vlakke, onverharde wegen, waarop zijn gemiddelde snelheid niet boven de 5 tot 7 kilometer per uur uitkwam. Ook stoere verhalen over passages op 4.000 meter en exotische oorden. Onze, voor ons toch wel bijzondere, reis steekt daar maar mager tegen af. Beetje trappen door het vlakke Thaise platteland.

We slaan een stukje bergen over. We zijn hier uiteindelijk om een geweldige tijd te hebben en daar allebei van te genieten. En dat is niet tot "bloedens toe” op onze tandem toch die bergen op gaan fietsen. Ik heb goed naar Allen uit Chang Khong geluisterd, die na zijn wereldreis van 29.500 kilometer geen meter meer gefietst heeft. En toch zit het risico er een beetje in dat we ons door die verhalen laten beïnvloeden. Het is raar dat we er bij hebben stilgestaan of het niet een beetje slap van ons was. Maar, zoals ik al zei, als we die verhalen zo hoorden over de primitieve en bij tijd en wijle moeilijke omstandigheden, dan hoeven wij niet zo nodig. We willen best een beetje afzien, maar er zijn grenzen. En na zware arbeid een warme douche is echt heerlijk. En dan wil ik het nog niet eens over dat biertje hebben.

We blijven een paar dagen in Luang Prabang. Het is een prachtig stadje, waar we misschien wel 4 dagen zouden kunnen doorbrengen. Dat doen we dus waarschijnlijk niet. Terwijl ik dit schrijf zitten we voor de tweede dag op de boot en is het onze 3e dag dat we niet fietsen. Daar komen dus nog een paar dagen bij en dan hebben we wel weer genoeg de toerist uitgehangen en zal het fietsershart weer harden gaan kloppen. Voordeel van ons plan is dat we tijd besparen en langer door Cambodja kunnen fietsen. Dat is ook een leuk vooruitzicht, want daardoor komen we zeker aan Angkhor Wat toe!  

Maandag 23 november Luang Prabang

IJsvogels en bijeneters

Onze verrekijker hebben we inmiddels op een hotelkamer achtergelaten. We hebben ook al twee keer een zending spullen die we niet gebruiken teruggestuurd naar huis. Die verrekijker was niet goed meer, je zag alles dubbel, en we gaan geen spullen de berg op slepen die we toch niet gebruiken. Jullie moeten je er dus wel van bewust zijn wat voor offer wij brengen door ons notebook voor het schrijven van deze stukjes mee te slepen(weegt zeker een kilo).

Zonder verrekijker is het moeilijker om vogeltjes die wat verder weg zijn goed te bekijken. We zijn hier in eerste instantie natuurlijk om te fietsen. Om de haverklap afstappen om weer naar een vogeltje te kijken kan niet. Je komt niet in je ritme en de dagtochten gaan dan wel erg lang duren. Blijven over de vogels die wat groter zijn of gemakkelijk te spotten. Daarvoor hebben we dan maar een vogelgidsje birds in Thailand aangeschaft (250g).

Het is een beetje vloeken in de vogelaarskerk, maar ik ben niet zo’n "klein grut-vogelaar”. Rietzangers, sprinkhaanrietzangers, duinpiepers en noem al die kleine vogeltjes maar op, ik ken ze wel, maar kijk liever naar een boomvalk die een zwaluw slaat of een roerdomp die denkt dat hij niet gezien wordt. Zo is dat hier in Thailand en inmiddels Laos ook. Kleine vogeltjes zijn hier wel veel kleuriger dan bij ons. Geel, rood en een mooie roodborst, die zwart/wit is (Copsychus saularis). Maar ik kom uitgebreid aan mijn trekken met de ijsvogels die hier in de nattere gebieden op de telefoonlijnen zitten, net zoals de bijeneters in wat drogere, open gebieden.

Er zijn in Thailand, ik weet nog niet hoe het in Laos zit, 6 soorten ijsvogels, waaronder de soort die ook bij ons voorkomt (Alcedo atthis). Die tref je overal in Eurazië aan. Er komt zelfs een ijsvogel (ruddy kingfisher, Halcyon coromanda) voor die geen blauw in zijn verenkleed heeft. Heel zeldzaam. Daar staat tegenover dat de black-capped kingfisher, H. pileata) spectaculair violet-blauw op zijn rug heeft. Werkelijk prachtig! We hebben nog niet alle soorten gezien, maar we hebben ook nog even.

Drie soorten bijeneters zijn er in Thailand (ook hiervan weet ik nog niet hoe dat in Laos zit). Bij ons in Nederland zie je zelden bijeneters. Daarvoor moet je naar Spanje en Frankrijk. Ze broeden bij ons wel, maar die plaatsen worden bewust geheim gehouden om een grote toeloop van mensen te voorkomen. En hier zitten dus drie verschillende soorten op telefoonlijnen of vliegen een stukje met je mee, langs de kant van de weg. Bijeneters zijn fantastische vliegers, een van de weinige soorten die libellen op het menu heeft staan. Twee soorten daarvan hebben we gezien, de blue-tailed bee-eater (Merops philipinus) en de kleine groene bijeneter (M. orientalis). Je krijgt er gewoon nooit genoeg van naar deze prachtige vogels te kijken.

Een andere soort die ik al een paar keer heb zien zitten is de klauwier. Welke van de drie soorten weet ik niet. Ik herkende ze aan hun silhouet. En een vogeltje dat heel erg doet denken aan de roodborsttapuit (Saxicola mauris). Verder opvallend weinig roofvogels en nergens meeuwen. Wel veel reigers in de rijstvelden en ook in de gebieden die onder water stonden. Op het vliegveld van Bangkok begon het al. Naast de start- en landingsbaan stonden tientallen kleine zilverreigers (egretta garzetta). Ook de blauwe reiger (Ardea cinerea) ontbreekt hier niet. Een bijzondere reiger is de chinese Pond-heron (A. bacchus). Als die zit zie je alleen maar bruin verenkleed, maar eenmaal op de wieken verschijnen veel witte delen en zie je nauwelijks nog de bruine veren. De grote zilverreiger (A. alba) is er ook en de cattle ergret (Bubulcus ibis). Geen echte reiger, maar ziet er wel bijna net zo uit. Tweemaal hebben we de Cinnamon roerdorp gezien (Ixobrychus cinnamomeus). Vliegend. En ook hier is een ooievaarachtige, de Asian openbil (Anastomus oscitans). De Woolly-necked ooivevaar (Cinonia episcopus hebben we nog niet gezien.

Ik kan de lijst met waarnemingen nog verder uitbreiden, maar dan wordt het echt een oeverloos betoog en verliest iedereen die niet heel erg geïnteresseerd is zijn aandacht, voorzover ik die inmiddels al niet kwijt ben. Ik moet er alleen nog een paar vermelden. De Asian Fairy Bluebird (Irena puella). Haast ijsvogelblauw, werkelijk prachtig. De zwaluwen en gierzwaluwen. Bij ons waren de huiszwaluwen net weg toen we op reis gingen en hier zijn ze weer. Niet dezelfde uiteraard, de zwaluwen van ons gaan naar Afrika, maar deze komen uit noordelijker delen van Azië. Twee soorten zwaluwen (Hirundo rustica en H. tahitica). De gierzwaluw is de Apus nipalensis. En duiven, veel duiven. Teveel om op te noemen.     

Tot slot dan nog even de kooivogels. Heel vaak zie je hier in hele kleine kooitjes de red-whiskered bulbul (Pycnonotus jocosus). Ze komen veel voor in de natuur. De beo (Gracula religiosa) is hier ook inheems en die vind je natuurlijk overal ter wereld in kooien aan. Een eenmaal de black-collared starling (Grapucia nigricollis) in een kooitje gezien, die een boel kabaal maakte! En natuurlijk zie je bij de tempels mini-kooitjes met mussen en tortelduiven. Die kan je kopen om vrij te laten, waarbij je een wens mag doen. Borden waarschuwen bezoekers de vogels niet te kopen, want hiermee hou je de vangst ervan in stand.