Week 3 Chiang Mai- Chiang Rai

Dinsdag 9 november, Chiang Mai

Stukje tikken

Ook op rustdagen vinden we de tijd om een stukje te tikken. Gek genoeg kost dat meer moeite dan op de fietsdagen. Meer afleidingen waarschijnlijk. Vandaag was het watjesdag: tempels bezoeken (Wat in het Thais). Eerst die boven op de bult, Wat Doi Suthep, een Mont Ventoux-achtige beklimming die we niet per fiets maar per songhtaew (mix tussen busje en taxi) hebben afgelegd. Zoals ik al zei, watjes. Maar er komen nog genoeg beklimmingen.

De fiets is er weer helemaal klaar voor. Deze heeft een nachtje bij de fietsenmaker overnacht. Die is er in geslaagd de schijfrem weer te repareren.

Dat kostte nogal wat moeite. De jeugdige maar deskundig ogende fietsenmaker moest de schijfrem helemaal uit elkaar halen om hem aan de hand van een montagetekening op de website weer in elkaar schroeven. Dat duurde gisteravond zo lang dat we de fiets maar daar hebben achtergelaten. Totale kosten voor de reparatie: twee setjes remblokjes (een reserve met het oog op komende Laotiaanse afdalingen) 15 euro en arbeidsloon 2.50 euro. Terwijl hij er ongetwijfeld uren mee bezig is geweest. Een passende gelegenheid voor een goede fooi. De tuk-tuk chauffeur die ons voor de hoofdprijs terug naar het hotel bracht kreeg er geen, ook al vroeg hij er wel om (de eerste trouwens in twee weken Thailand). Verder nog een viertal tempels bezocht en toen vonden we het el weer genoeg. Chiang Mai is een leuke stad, met veel voorzieningen voor toeristen. Dat is wel weer prettig nadat we de afgelopen fietsdagen erg afhankelijk waren van onze zeer beperkte kennis van het Thais. Maar het is hier wel weer meteen een stuk duurder. Waren we op het platteland hooguit 20-25 euro per dag kwijt, hier gaat dat niet lukken.

Het leven was erg goedkoop de laatste weken. We betaalden maximaal 15€ voor het hotel (met airco, warme douche, koelkast en overal Wi-Fi!), 50 cent pp voor een bordje gebakken rijst met kip of ei en een kwartje voor een grote tros bananen (favoriet fietsersvoedsel). Grootste kostenpost vormt nog het blikje koel helder Singha bier, waar we menen recht op te hebben aan het eind van de etappe. Soms kost dat wel 1€!

Morgen weer fietsen, we hebben er zin in. Aan het eind van de etappe van 70 km volgt het sjiekste hotel van de hele reis ongetwijfeld. 35 euro voor 1 nacht!! Maar daarvoor moeten we wel 30 km heuvels overwinnen.

Op ons lijstje thema's hebben we toegevoegd: de oude(re) blanke Westerse man met een jonge Thaise deerne. En er volgt ook nog meer over massages en het Boeddhisme, zonder dat die enige relatie met elkaar hebben, overigens. Althans niet noodzakelijkerwijs.

Ook in dit driesterrenhotel trouwens: muizen in de lobby!

Donderdag 11/11 Royal Ping garden resort- Chaing Dao 30 km

Pech II

Pech blijft ons een beetje achtervolgen. Eerst de overstromingen die toch een beetje roet in ons fiets-eten gooiden, vervolgens de schijfrem die het niet deed met een lekke band als gevolg. En nu vertoont onze versnellingsnaaf dezelfde kuren als afgelopen voorjaar onderweg naar Berlijn. Het zijn met name weer de 6e en 7e versnelling die met veel gekraak laten weten dat ze niet in goede doen zijn. We kunnen nog wel fietsen, maar sommige versnellingen niet gebruiken. We hebben onze fietsenmaker Warmerdam al op de hoogte gesteld en Rohloff is ook al geïnformeerd. Ik heb al voorgesteld een nieuwe naaf naar Chiang Rai te sturen. Daar zit onder andere een Nederlander met een fietsbedrijf, die de naaf vast kan vervangen. Hoe dit gaat aflopen, we houden jullie op de hoogte. Al met al was dit de reden dat we gisteren geen stukje hebben geschreven. Ons dure hotel met prachtige tuin, maar met muffe donkere kamers, had een zeer trage internetverbinding.

Maar wat is pech als je nu weer op de veranda zit van een huisje op palen, met een prachtig uitzicht op enorme bergen, in een vogelreservaat. Bananenbomen in je voortuin en hoge palmen, waaronder je een beetje in de schaduw kan zitten (oppassen voor vallende kokosnoten!). De rust en de stilte is een enorm contrast met Chiang Mai, een paar dagen geleden. Een beetje jammer is dat de verrekijker die we mee hebben net zo scheel is als de leeuw van Dactari. (Voor de jongelingen onder onze lezers: Dactari was een kinderserie in mijn jeugd. Een jachtopziener in Afrika met een tamme leeuw, die gruwelijk scheel was). Maar verder ontbreekt het ons aan niks.

Vandaag een betrekkelijk kort stukje gefietst. Heeft niks met de naaf te maken, maar vanwege de speciaal aanbevolen bungalows waar we nu zijn. Onderweg hier naartoe een olifantenshow bezocht. Was best aardig.

Hier in het plaatsje, Chiang Dao, is een grot en daardoor is het in het dorpje zelf redelijk toeristisch, voor Thaise begrippen dan. Maar sinds wij twee jaar geleden in China in de Boeddha Water Cave zijn geweest hebben we het hoofdstuk grotten afgesloten. Erger, mooier, spectaculairder en krankzinniger kan het gewoon niet. Dat was meer speleologie dan grotbezoek. Marijke wordt er nog wel eens zwetend wakker van. Ik heb maanden last gehad van gekneusde ribben als gevolg van het tijgeren door een nauwe doorgang, die voor mijn torso iets te nauw was. We zijn klaar met grotten.

De pech is voor ons geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten. Dat is ook reizen, omgaan met teleurstellingen. Het is leuk om te zien hoe wij daar op reageren. Ook tijdens de fietstochten moeten we elkaar soms ook een beetje opbeuren. Grappig is dat moeilijke momenten meestal iets met psychologie te maken hebben. De routebeschrijving vermeldt niks over beklimmingen, maar de ene berg na de andere dient zich aan. Of de beschreven hellingshoek is anders dan voorgesteld. Je leert jezelf en de ander wel beter kennen gedurende de tocht. En dan zijn we nog maar net weg! Het smaakt naar meer.

Dan toch maar iets over een thema, anders verzamelen we alleen maar thema's zonder er een uit te werken: veiligheid. Dat is een onderwerp dat nog wel wat aandacht kan gebruiken hier. Het verkeer is voor ons overigens best veilig, iedereen rijdt ruim om ons heen. Je moet alleen altijd oppassen, maar dat moet thuis ook. Ons meest kritieke moment was toen we een graafmachine passeerden, die plotsklaps draaide, waardoor de achterkant de weg gedeeltelijk blokkeerde. Ik moest uitwijken, maar achter ons aan kwam een vrachtwagen, die ook verrast was. Het ging goed, maar het had anders kunnen aflopen. En het moet regelmatig niet goed gaan. Mensen zitten in laadbakken van pickup-trucks, of boven op vrachtwagens. Een ongeval lanceert ze. Helmen zijn nog lang geen gemeengoed. Ook niet op motoren. Met name de kinderen die tussen ouders worden vervoerd op de brommer hebben nooit een helm op. Er heerst hier een groot vertrouwen in het herstelvermogen van het kinderbrein kennelijk.

Maar ja, Bram heeft dit voorjaar met fietsvriend Co op Mallorca gefietst en die vertelde dat hij in zijn diensttijd 40 jaar geleden op de motor, zonder helm, met een geweer over zijn schouder en met scherpe munitie in zijn broekzak naar de schietbaan reed. Ze lopen hier gewoon iets achter. Gisteren een jongen gezien die een brommerongeluk had gehad, waarbij hij geen helm op had. Zijn inmiddels genezen hoofd leek gespleten. Hij liet een soort van trots al zijn littekens zien, maar had er ogenschijnlijk toch niet heel veel aan overgehouden. In de fietsenzaak hing een labeltje aan een fiets: always wear a helmet when you drive a bicycle. Ten eerste zie je bijna niemand fietsen; fietsen is voor losers. Ten tweede draagt zeker geen enkele fietser een helm.

Het is hier met veiligheid een beetje hetzelfde als met hygiëne: natuurlijk is het bij ons veel beter geregeld, maar bij ons ook wel een beetje doorgeslagen. En als iedereen bij ons in het verkeer nou net zo rustig bleef als hier, dan zou dat alleen al heel erg veel ergernissen schelen.

Vrijdag 12 november Chiang Dao- Fang 93 km.

Plakken

We hebben maar weer eens twee etappes aan elkaar geplakt. 35 km vinden we toch te weinig. Maar 93 km was wel weer pittig, omdat we tot 55 km flink moesten klimmen. Dat gaat echter steeds beter, we hoeven niet altijd meer terug te schakelen naar de eerste versnelling. De naaf doet het ook weer beter, na een tip van de importeur om de uitvalnaaf wat losser te zetten. Vanochtend in de mist vanuit Malee's bungalows vertrokken. Armstukken aan, want het was tamelijk fris, na een lange nachtrust in de honeymoonbungalow. Alleen het matras stamde uit de tijd van onze eigen honeymoon, bijna 25 jaar geleden al weer. Maar verder het was wel een heerlijk plekje.

Wat een beetje tegenvalt tot nu toe zijn de fietsroutes, we fietsen toch vaker dan ons lief is op grote doorgaande wegen met langsrazend vracht- en busverkeer. De leuke landelijke weggetjes zijn in de minderheid. Dat heeft dan wel weer als voordeel dat we minder last hebben van honden. Dankzij het drukke verkeer blijven die meer op afstand.

Bij aankomst in Fang (waar ook weer niet zoveel nightlife is) wilden we naar de massage, maar die was te ver weg volgens de hotelboy. Vervolgens werden er snel twee dames opgetrommeld die een uurtje stevig in onze geteisterde kuiten hebben geknepen. Op ons kingzise bed in de hotelkamer, toch een wat vreemde gewaarwording. De avondmaaltijd hadden we in 20 minuten al verorberd, gezellig lang tafelen kennen ze hier niet. Vroeg slapen maar weer, morgen gaat om half zeven weer de wekker. We hebben dan ook weer een korte etappe, maar in de ochtend fiets je het lekkerst, minder warm.

Zaterdag 13 november Fang naar Thaton 38 km

Losers

We schreven er al eerder over: fietsen is hier iets voor "losers”. In de machtspiramide op de Thaise wegen staan fietsers met afstand onderaan. Tanige oude mannetjes met verweerde koppen willen het nog wel eens doen. Op aftandse fietsen trappen ze in een zeer rustig tempo van rijstveld naar bamboehut. En kinderen fietsen soms, als ze nog te jong zijn voor de brommer. Wat de leeftijdsgrens daarvoor is weten we niet, juist toen we het er vanmorgen tijdens de colapauze over hadden kwam er een tienjarige snotneus langs op zo'n ding. Maar dat zal wel illegaal zijn, leuk vertier op de vrije zaterdagochtend.

De rest van de bevolking brommert, als ze tenminste nog geen auto hebben. De brommers zijn eigenlijk motoren, 125 cc. Geschikt om een gezin van maximaal 5 personen op te vervoeren. Zoals gezegd, meestal zonder helmen. Of met een soepkeuken in de zijspan. Laadbakken in de zijspan komen ook voor, gevuld met mensen, rijstbalen of gaspotten. Taferelen met gestapelde levende varkens zoals in Vietnam hebben we hier gelukkig nog niet gezien. Daarna komt een breed scala in landbouwvoertuigen, in iedere streek weer een andere uitvoering. Altijd met chauffeur met bivakmuts. Een niveautje hoger komt de pick-uptruck, meestal een Isuzu. Laadbak gevuld met landarbeiders, bijvoorkeur rechtopstaand met het hoofd in de wind. Dat waait zo lekker door bij 80 km/hr. Of hooibalen, 6 meter hoog opgetast of lange stalen pijpen, aan voor en/of achterzijde onbeschermd drie meter uitstekend.

In toenemende mate zijn er echter ook auto's, vooral Japanners en altijd met getint glas. Meestal een fors formaat gezinsauto, aan Fiatjes 600 doen ze hier niet. Wel aan dikke Mercedessen en SUV's. Een Hummer hebben we ook al gespot. Bovenaan de pikorde op de steeds drukker wordende Thaise wegen staat de vrachtauto of bus. Soms opgeleukt met felkleurige beschilderingen. Die hebben in principe altijd voorrang, ongeacht van welke kant ze komen. Aan het stuur hangt bij iedereen een verzameling amuletten en jasmijnkransen(de boeddhistische variant van de rozenkrans, menen wij). Dat helpt allemaal voor een safe journey. Wij hebben ook maar zo'n ding aan de stuurtas gehangen. In de Thaise verkeerstructuur is onze positie immers wat ongewis. We ogen niet echt als losers, dus we krijgen nogal eens voorrang terwijl we er geen recht op hebben. Zodat de chauffeur ons eens goed kan bekijken. Of om oma de gelegenheid te geven met het handje van het los op haar schoot gezeten kleinkind te zwaaien. Als bijrijder heb ik de dankbare taak om terug te zwaaien, Bram heeft beide handen aan het stuur nodig om ons door stromen brommers en auto's heen te loodsen. Maar echt spannend werd het toch nu toe nog nooit, het is gewoon even wennen.

Vandaag maar 38 km gefietst, inclusief een aantal kilometers verkeerd. Van Fang naar Thaton. Daar een bootje genomen naar "My dream guesthouse”. Inderdaad een droom, wil je meegenieten kijk op http://www.mydreamguesthouse.com/. Zou zo maar kunnen dat we hier nog een dagje blijven in onze riverview bungalow die maar 10 euro per nacht kost. Geen ontvangst van de mobiele telefoon, voor het eerst deze vakantie. Daar word ik altijd een beetje onrustig van, met onze krakkemikkige moeders thuis. Maar dat zal in Laos ook het geval zijn, dus kan ik er vast een beetje aan wennen.

Maandag 15 november My Dream- Chiang Rai 27 km

Rustdag

Gisteren een rustdag genomen. Daar hadden we volgens het door ons opgestelde schema geen recht op, maar we zaten op zo'n mooi plekje. Een bungalowtje aan de rivier bij een Karen dorpje. De Karen zijn een van de minderheden hier in Thailand. Hun volksgenoten aan de andere kant van de grens met Birma hebben vorige week de wapens opgenomen tegen de junta aldaar. Hier is het echter rustig. Vanaf de veranda hadden we een prachtig uitzicht en konden we 's middags heerlijk ons boek lezen.

Na het ontbijt zijn we eerst naar de overkant van de rivier gegaan. Daar waren nog een paar dorpjes van minderheden, de Akha en de Lahu. Wat ze met elkaar gemeen hebben is dat ze tasjes, bandjes en andere niet echt noodzakelijke producten vervaardigen voor toeristen. Wat ze verder met elkaar gemeen hebben is dat het hele kleine mensjes zijn die in armoedige dorpjes wonen. En dan zijn de dorpjes dicht bij de rivier nog het welvarendst, hoe hoger op de berg, hoe armer. Nadat we de rivier via een schommelende hangbrug waren overgestoken bleek dat de weg aan de overkant eigenlijk die naam niet verdiende. We hadden vanaf onze veranda al gezien dat iedereen heel rustig op zijn brommertje reed, maar nu zagen we ook de reden daarvan. Een onverharde weg met veel stenen en keien en met duidelijke ingesleten sporen van water uit de regentijd. Niet eens te fietsen voor ons. Dus dan maar lopen met de fiets aan de hand en fietsen als het even wel kon. Opeens verschenen uit het niets twee oude vrouwtjes met hun tasjes en bandjes. Opvallend, zoveel toeristen komen hier nou ook weer niet. Ze konden aan ons twee bandjes kwijt voor onze voorfietstassen, zodat we die eindelijk uit elkaar kunnen houden. Kleine vrouwtjes dus, in klederdracht en met gitzwarte tanden van het kauwen op de beetlenoot. Na de transactie met de bandjes te hebben afgerond nog een foto gemaakt van een van de dames, die nadat Marijke het resultaat op het schermpje liet zien zei: "beautifull”. Dat was ze misschien ooit wel geweest, maar door dat met open mond kauwen met uitzicht op die tanden, nee, nu niet meer.

In het dorpje zelf heb ik geproefd van een hele bittere boon, die met een heet goedje erop best heel smakelijk was. Waarschijnlijk was het tamarinde. Ik dwong respect af bij de dorpelingen. Als we hier uit eten gaan moeten we ook altijd uitleggen dat het eten best spicy mag zijn. Ze kijken dan altijd een beetje achterdochtig of ongelovig, maar meestal is het heel goed te doen en best heel smakelijk. Wel is het eten een tikkeltje eenzijdig. Ik heb van mijn lieve compagnons een tegoedbon voor een etentje bij terugkomst in een befaamd Leids restaurant gekregen. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat we regelrecht vanaf Schiphol een tafeltje reserveren. Vooralsnog lukt het allemaal heel erg goed, ook het eten aan de stalletjes aan de weg. Maar daarover een andere keer.

Terwijl ik die bonen aan het eten was verzamelde zich de dorpsjeugd om ons heen. Een aantal jonge meiden met hun kinderen en jongens op brommertjes. Een brommertje kost hier overigens niks: 6000 Baht, omgerekend 150 euro. En dan heb je dus een 125 cc motorfiets.

Vlak voor het dorpje werd de weg opeens verhard en konden we verder fietsen naar de hotsprings, warmwaterbronnen. We hadden onze zwemattributen meegenomen. Bij wat huisjes stond een jonge dame in een huisje met slagboom. Die vertelde dat hier inderdaad de hotspring was. Opgetogen liepen wij erheen en constateerden dat hier niet in te badderen was: 57 graden. Wel was er rond deze bron een prachtige vijver met lotusbloemen, een verlaten camping en wat recreatiebungalows. Een eindje verderop bleek de badversie van de hotspring. Een veldje vol met picknickende Thai, met een paar stalletjes met etenswaren, een bad waarin het water uit de daarnaast gelegen hotspring een beetje was aangelengd met koud water. Nadat Bram een Thaise jongen bevrijd had uit zijn kleedhokje waarvan de deur niet meer open gingen we ook het warme water in. Zeker zo'n 35 graden, vrij heet dus.. Dat ben je dus redelijk snel zat. Na een heerlijke papayasalade hebben we ons met een bootje over laten zetten (Marijke's idee) in de veronderstelling dat de weg daar beter zou zijn. Dat was wel zo, maar toch nog wel veel onverhard. We wisten gelijk wat ons de volgende dag te wachten stond met onze koude spieren.

Bij het avondeten verscheen onze gastheer. Wat hij gebruikt had weten we niet, maar hij was in hogere sferen. Hij riep maar dat hij happy was en bedankte ons uitgebreid dat we er nog waren en we moesten alle klamme fotoboeken van de afgelopen 15 jaar bekijken. De tekst was door het vocht uitgelopen en niet meer echt leesbaar. Hij verdween even naar achter en we hebben hem niet meer teruggezien. Ongetwijfeld door zijn vrouw naar bed gestuurd.

Vandaag de weg van gisteren in de andere richting terug gefietst richting Chaing Rai. De fiets met bagage de berg opduwen is nog best een klus, maar een helling op een onverharde weg met een stijgingspercentage van 20% is echt te bar. De hellingen bleven tot ongeveer 14 kilometer, tot vlak na het olifantendorp. Nu zitten we in Chiang Rai en gaan morgen weer verder, richting Gouden Driehoek. Nog een klein weekje Thailand en dan komt Laos en de echte hoge bergen.