week 14 Phnom Penh- Sisaphon

Maandag 24 januari rustdag Phnom Penh

Trouwen en zo

Trouwen doe je hier net als thuis bij voorkeur in het weekend, op vrijdag of zaterdag. Daarmee houdt iedere vergelijking verder op. Voor een trouwfeest nodig je hier bijvoorbeeld alle dorpsgenoten en alle familieleden tot in de vijfde graad uit. Bij elkaar al gauw een paar honderd man. Die passen natuurlijk niet in de bamboehut, dus op het erf tussen hut en highway wordt een grote partytent neergezet, versierd met veel roze strikken en linten. Roze is kennelijk de kleur van het (hetero)huwelijk (ondanks alom zichtbaar aanwezige homoseksualiteit zal het homohuwelijk hier nog wel niet bestaan). In de tent worden grote ronde tafels neergezet, waaraan iedereen aan kan schuiven voor het royale bruiloftsmaal. Mannen links, vrouwen rechts. Op hun paasbest gekleed, mannen in een nieuw overhemd (met de verpakkingsvouwen er nog in) en vrouwen vaak in mooie zijden rokken met een met veel kant en glitter bewerkt bloesje erop. Soms zijn er ook bruidsmeisjes, die er uit zien als zuurstokken in hun knalroze gewaden.

Het tijdschema is anders dan thuis. De feesten beginnen midden in de nacht. Eerst komt namelijk de oppermonnik van de naburige tempel de geesten gunstig stemmen c.q. verjagen. Geesten, restanten van reeds lang overleden voorouders, zijn kennelijk erg hardhorend. De oppermonnik prevelt zijn mantra's daarom keihard in een microfoon, ver voor het ochtendgloren. Als wij 's morgens in alle vroegte langs zo'n partytent fietsen, dan is het echte feest al in volle gang. Iedereen zit al te smikkelen en smullen. Het gaat er allemaal heel gemoedelijk aan toe. Een uurtje later begint de muziek. Ook keihard. Dat is nog niet zo erg zolang de "professionele” band speelt, maar tegen de tijd dat de karaoke begint, gaat het door merg en been. We geven dan even stevig gas op de pedalen. Ze houden hier erg van karaoke, maar ze kunnen helaas ook vaak niet zingen.

Om 12 uur 's middags is het feest al afgelopen. Soms is er nog een nazit van een groepje neven, buurmannen en ooms (dat is dan wel weer net als thuis) en dan komt pas de drank op tafel. Soms komt een hele flard alcoholgeur uit de tent zetten in het voorbijgaan. Maar over het algemeen wordt er niet zoveel gedronken hier, door vrouwen al helemaal niet. Soms is er ook alleen een nazit van de geluidsinstallatie. Dan hoor je van verre de harde muziek, maar dichterbij gekomen is er alleen een lege verlaten partytent. Zelfs de afbreekploeg zien we niet.

Ze trouwen hier jong en krijgen voor zover wij dat vanaf de fiets kunnen beoordelen veel kinderen. Na het huwelijk trekt het bruidspaar meestal in bij haar ouders. Het verzorgen van de ouders als ze op leeftijd raken is namelijk de taak van de vrouw. Vrouwen hebben hier trouwens, zoals in zoveel landen, veel meer taken dan mannen. Niet zelden hebben ze naast hun huishouden, het opvoeden van de kinderen en het verzorgen van de (groot)ouders nog een andere baan. Bijvoorbeeld als marktvrouw, maar ook als wegwerker of bouwvakker. Nu stelt het huishouden hier niet zoveel voor, die eenkamerwoning heb je natuurlijk 's morgens zo aangeveegd. En ramen zemen hoeft niet, die zitten er niet in. Mocht je zelf geen tijd hebben voor vegen, dan is er altijd wel een inwonende oma of tante die het wel wil doen. Of een kind.

Kinderarbeid is hier helaas heel gewoon, in het huishouden, op de markt of op het land. Ze krijgen vanaf jeugdige leeftijd al veel meer taken op hun schoudertjes dan kinderen in onze streken gewend zijn. Oppassen dat je kleine zusje niet van het erf af de highway oploopt bijvoorbeeld. Terwijl je zelf ook nog maar 4 bent. Of als vijfjarige met een groot hakmes cassavewortels in stukken hakken, zodat ze te drogen kunnen worden gelegd in de wegberm. Jongetjes krijgen meer mannentaken, zoals het vastsjorren van 20 strobalen op de brommer of het hakken van grote ijsblokken voor de koelbox.

Kinderen in Cambodja hebben helaas heel veel tijd voor dit soort klusjes omdat ze bedroevend weinig naar school gaan. Ofwel ze gaan helemaal niet, of ze gaan maar een paar uur per dag. Soms zien we ze om 10 uur ‘s morgens alweer in hun lome fietstempo op hun barrelfietsen huiswaarts keren. Dan hebben ze er tweeënhalf uur onderwijs opzitten in scholen die geen schoolboeken noch schriften of pennen bezitten. Soms gaan ze 's middags nog een paar uurtjes, maar er is ons ook verteld dat dit de middagploeg is, die 's morgens nog vrij had. In de tussenliggende uren spoeden de leerkrachten zich naar hun "echte” baan, daar waar ze echt geld mee verdienen. Overheidspersoneel wordt zeer laag gesalarieerd, wat helaas de corruptie verder in de hand werkt.

Terug naar het familieleven. Op kamers wonen, of alleen wonen is hier niet aan de orde. De familie is het samenlevingsverband. Dat heeft ongetwijfeld voor- en nadelen, maar je hier van losweken is in dit armoedige land nog niet echt aan de orde. Echtscheiding waarschijnlijk ook niet, alhoewel niet ieder huwelijk uit liefde wordt gesloten. Mannen "kopen” hun bruid, om het huishouden te doen, is ons verteld.

Tot slot nog een andere interessante observatie over het familieleven: de zindelijkheidstraining. Voor Pampers hebben ze hier natuurlijk geen geld. We nemen aan dat kleine baby's wel een soort luier in de broek hebben, maar zodra ze kunnen lopen, lopen ze in de blote kont. Niet zoals in China met een opening in de bilnaad van de broek, maar gewoon als blote pielemans over het erf. Voor hun 2e jaar zijn ze al zindelijk. En wij maar Pamperen, die driejarigen.

Dinsdag 25 januari transfer naar Siem Reap

Blinde massage

Vandaag laten we ons door een minibusje naar Siem Reap vervoeren, ruim 300 km. We hadden vooraf al gepland om met de boot deze afstand af te leggen, maar toen we dat eens goed bekeken, was een privé transfer over de weg eigenlijk niet veel duurder. Maar wel veel comfortabeler. Al voelt het toch een beetje raar, in een busje zitten met je fiets achterin. We zijn hier tenslotte om te fietsen. Ik betrap mezelf erop dat ik onderweg argumenten zit te verzinnen waarmee ik deze keuze kan legitimeren. Alsof iemand ons erop zal aanspreken, 4200 tropenkilometers achter de rug. Maar de lange rechte Cambodjaanse wegen door droog uitgebloeid rijstgebied konden ons niet meer boeien. Met name vanwege het belabberde weggedrag van de chauffeurs erop. De minibuschauffeur vormde gelukkig een positieve uitzondering.

Gisteren nog naar de massage door "seeing hands” geweest, massage door blinden. We hadden vooraf geboekt, 2 uur. Vorige keer toen we in Phnom Penh waren was het hier vol, konden we maar een uurtje terecht voor wat later bleek de lekkerste massage in drie maanden. Ik mocht mee met Nigah, waar Bram de vorige keer zo tevreden over was. Normaal gesproken onderga ik een massage graag in stilte, voor optimale ontspanning. Maar Nigah zat op de praatstoel en haar verhaal was zo indrukwekkend, dat ik na een korte innerlijke strijd mijn eigenbelang terzijde heb geschoven en haar maar heb laten praten.

Blind geworden na een mazeleninfectie, op 1 jarige leeftijd. "It ruined my life” zei ze op bittere toon. Ze sprak uitstekend Engels, geleerd van een Amerikaan tijdens haar massageopleiding. Voor een ander vak was ze niet geschikt, "I am terribly uneducated”. Voor 30.000 dollar zou ze haar ogen kunnen laten opereren, maar die zou ze natuurlijk nooit bij elkaar kunnen verdienen, ook al werkte ze al zeven dagen in de week, 5-8 uur per dag. Want ze moest ook nog voor haar ouders zorg dragen natuurlijk. De gezondheidszorg in Cambodja is van een bedroevend laag niveau, tenzij je zelf geld hebt. Inmiddels had zal al wel een aangepaste computer, telefoon en geldlezer verworven, maar die waren heus niet door het ziekenfonds betaald. Dat bestaat hier namelijk niet.

Maar ze was in een bijzonder vrolijke stemming. Ze was in love. Met een Fransman, 58 jaar. Zelf was ze net 38 geworden. De Fransman had ze in november leren kennen na een massage. Nu onderhielden ze de relatie via sms en Skype. In maart kwam hij weer, dan zouden ze bespreken of ze zouden trouwen. Verliefd worden op een blinde Cambodjaanse vrouw is niet helemaal een voor de hand liggende keuze, maar ik begrijp hem wel een beetje. Ik vond haar slim en erg charmant. Maar verhuizen naar Frankrijk zag ze eigenlijk niet zitten. Ze zou te eenzaam zijn en geen werk hebben, want ze had natuurlijk geen Franse licentie voor massage. En wie zou er voor haar ouders moeten zorgen? Maar hij had een baan in Frankrijk. Hoe ze dit gingen oplossen was me onduidelijk, maar waarschijnlijk hadden ze er zelf ook geen oplossing voor. Ze had het echter wel over kinderen krijgen. En ze zou haar uiterste best doen om ervoor te zorgen dat haar kinderen wel naar school gingen en een goede opleiding kregen. En zelf ging ze dan psychologie studeren, als ze ooit die kans nog kreeg.

Terwijl Nigah mijn stijve schouderspieren kneedde ("You love your computer too much”, maar ik sputterde dat het van drie maanden fietsstuur vasthouden op bumpy roads was) bedacht ik hoe anders haar leven was van het mijne. Opgegroeid in een land met volop beschikbare gezondheidszorg en onderwijs. In een land waarin veel gemutst en gezeurd wordt, waar niet iedereen (inclusief ikzelf) altijd even goed beseft hoe goed we het eigenlijk hebben. Een schril contrast, zeker nu ik hier vier maanden ben om vakantie te vieren, een onbekend begrip in Cambodja. En wij maar zeuren over saaie rechte wegen en dorre rijstvelden.

Tot slot wenste ze me good luck. Ik haar ook. Na mij nog 29986 dollar te gaan.

Woensdag 26 januari rondrit Siem Reap 40 km

Donderdag 27 januari rondrit Siem Reap 33 km

Vrijdag 28 januari rustdag. Cookingclass en vogelexcursie.

Voor de liefhebber

Links en rechts van de weg eindeloze rijstvelden, met daarin af en toe een meertje. Ik zie daarin alleen de kleine zilverreiger (Egretta garzetta) en de grote zilverreiger (Ardea Alba). (Gier)zwaluwen vliegen laag over de velden. Het zijn vooral de Barn Swallows (Hirundo rustica) en Asian palm swifts (Cypsiurus balasiensis). Opeens vlak voor me op de weg een schaduw. Waar is die vogel? Boven je, dat weet je, maar welke kant is die opgegaan? Ik moet wel oppassen op de fiets natuurlijk, want ik moet niet over de weg gaan zwalken. En om nu gelijk te stoppen, dat houdt het risico in dat je stopt voor weer een grote zilverreiger. Dan zie ik het. Het is een ooievaar. Genoeg reden om te stoppen. Ooievaars heb ik voor het eerst een paar dagen geleden tijdens een vogelexcursie gezien. Toen ging het om de Asian Openbill (Anastomus oscitans). Eerst een, maar even later een hele zwerm, tezamen met allemaal reigers. Kennelijk waren ze opgeschrikt door een roofvogel. Nu, op de lange rechte weg, midden in de rijstvelden gaat het om de Painted Stork (Mycteria leucocephala). Binnen een mum van tijd zweven boven ons 8 van deze ooievaars. Een prachtig gezicht. Een ervan stort zich naar beneden, naar een meertje in het veld. Spectaculair om te zien hoe zo’n grote vogel zijn vleugels vouwt en een beetje draaiend om zijn as met een noodgang naar beneden komt. De rest blijft rondzweven boven ons. "Het is toch net een vliegshow”, zegt Marijke. In het plasje zwemmen overigens 10 tot 15 pelikanen. Waarschijnlijk Spot-billed Pelikanen (Pelecanus philippensis). Dat is namelijk volgens mijn gidsje de enige pelikaan die hier voorkomt, maar er zitten exemplaren tussen die veel witter zijn. Dat zo’n klein vogelgidsje onvolledig is werd goed duidelijk tijdens die vogelexcursie. Veel van de vogels die we (de gids en ik) zagen, stonden helemaal niet in de gids. Sommige stonden dan weer wel in het kleine gidsje van de vogels in Thailand, maar we waren toch echt nog ruimschoots in Cambodja. Het blijft behelpen met die compacte gidsjes, maar als fietser ga je niet op stap met de wel volledige Field Guide to the Birds of South-east Asia van B. King e.a. Veel te zwaar, maar wel met mooie tekeningen. Die gids wil ik alsnog wel voor mijn verjaardag hebben in juni. Mocht je die willen geven, wel het bonnetje bewaren, want misschien krijg ik ‘m dubbel.

Marijke had het al geschreven, de vogelexcursie was vruchtbaar. Samen met een gids van een natuurbeschermingsorganisatie de rijstvelden en wetlands ingetrokken. Lopen over de smalle dijkjes tussen de rijstakkers. De gebieden waar we wekenlang doorheen hebben gefietst. De organisatie waar deze jongeman als freelancer voor werkt is in 2006 begonnen me het opleiden van locale gidsen voor excursies, om daarmee het draagvlak bij de locale bevolking te vergroten niet meer op vogels te jagen. Als tegenprestatie profiteert de locale bevolking van de toeristen die een bezoek brengen aan onder andere het vogelreservaat aan de rand van het Tonle Sap meer, een van de grootste zoetwaterreservoirs van Azië.

Nauwelijks onderweg of we zagen gelijk een stelletje Spot-billed Sucks (Anas Poecilorhyncha) overvliegen en buiten ons gezichtsveld landen. Eenden zijn overal ter wereld aan hun vliegbeeld te herkennen. De gids deed de rest in dit geval. Eerder schreef ik over bijeneters en ijsvogels. Mijn collectie begint steeds completer te worden. De Green-Bee-eater (Merops orientalis) zag ik. Een stelletje zat in een boom en herhaaldelijk maakte een ervan een uitval naar een langsvliegend insect. Acrobaten in de lucht zijn het. Ook de Blue –tailed Bee-eater (M. Philippinus) was weer van de partij. Terwijl ik naar ze keek zag ik op de achtergrond een Black-shouldered kite (Elanus caeruleus) zijn veren poetsen. Later stond biddend in de lucht de Pied Kingfisher (Ceryle rudis), een zwart-witte ijsvogel. Dus zonder de zo karakteristieke ijsvogelkleuren. Grappig maar ronduit frustrerend was de waarneming van de Greater Painted-snipe (Rostratula benghalensis). We zagen hem opvliegen en weer gaan zitten. We wisten precies waar hij was gaan zitten, maar toen we op een meter of 5 afstand waren konden we hem niet vinden. En zoals het eigenlijk altijd met snippen gaan, je ziet ze niet en opeens vliegen ze voor je voeten op en smeren ‘m. Zo ook nu. Allebei stonden we te kijken en zagen hem niet. Zo goed zijn de schutkleuren van snippen.

Soms word je wel eens een beetje gefrustreerd van vogelen. De Chinese Pond Heron (Ardeola bacchus) komt hier veel voor. Maar ook de Javan Pond Heron (A. speciosa). Je kan ze uit elkaar halen door heel goed naar de vleugeltippen te kijken. Bij de Chinese zijn die zwart, bij de Javaanse helemaal wit. En dan is er ook nog de Pheasant-tailed Jacana (Hyrophasianus chirurgus). Een volstrekt andere vogel, maar in vlucht lijkt hij sprekend op de Pond Heron. Het vliegbeeld is wel heel anders. Reigers vliegen een rustige lijn, Jacana’s niet. Laag over het water scheren ze en regelmatig van de lijn afwijkend.

Absoluut hoogtepunt van de vogelexcursie was voor mij de waarneming van de Oosterse Vorkstaartplevier (Glareola maldivarum). De vorkstaartplevier stond al heel lang erg hoog op mijn verlanglijstje. Waarom zullen jullie zeggen? Nou, omdat vogels met vorkstaarten doorgaans prachtige vliegers zijn. Denk maar aan de gierzwaluwen thuis (Apus apus) en alle andere zwaluwen. Hierbij schiet mij te binnen dat ik op de grens met Laos en Cambodja de Crested Treeswift (Hemiprocne coronata) heb gezien. Nauw verwant aan de gierzwaluwen, maar een stuk groter en heel gracieus vliegend. Maar denk ook aan de sterns en de wouwen. En omdat plevieren mooie, bijzondere vogels zijn die min of meer gebonden zijn aan de kust. De Oosterse Vorkstaartplevieren waren vroeg voor de tijd van het jaar. Het zijn trekvogels, die de winter doorbrengen in Pakistan en India. Meestal pas in februari zijn ze terug in Cambodja, nu dus iets eerder. Eerst zagen we er een, daarna nog een aantal, die in de lucht hun kunstjes toonden. Vorkstaartplevieren vangen net als zwaluwen insecten in de lucht, maar kunnen ook op de grond foerageren. Zwaluwen kunnen dat niet, omdat hun poten daar niet geschikt voor zijn. Prachtige capriolen haalde een uit in de lucht, waarbij de vorkstaart eenmaal helemaal zichtbaar werd. Als er veel gecorrigeerd moet worden in de lucht, moeten alle zeilen worden bijgezet en moet ook de staart worden gebruikt om bij te sturen.

Verder gezien:

Plaintive Cuckoo (Cacomantis merulinus)

Purple Swamphen (Porphyrio porphyrio)

 Black Kite (Milvus migrans) – onderweg naar Thailand

Little Cormorant (Phalacrocorax niger) (ik maak er een sport van tijdens een vakantie altijd een aalscholver te zien. Lukt eigenlijk altijd.)

Black Drongo (Dicrurus macrocercus) – je ziet ze overal.

Common Stonechat (Saxicola torquata) (bijna net de roodborsttapuit bij ons thuis (S. rubicola)

Common Myna (Aridotheres tristes) – de meest voorkomende vogel hier

Paddyfield Pipi (Anthus rufulus) – hoe kan het anders.

En nog een aantal soorten kleine vogels die helaas niet in mijn gidsje staan en ik niet kan reproduceren.   

Zaterdag 29 januari rondrit Siem Reap 84 km

De Efteling op de Hoge Veluwe

We naderen de Victory Gate van Angkor Thom. Tussen de hoge bomen langs de weg wordt de poort steeds beter zichtbaar, met daarin het gezicht van Boeddha. Ik kijk even achterom om te zien of er wat achter ons aan komt, zodat ik op het midden van de weg kan gaan rijden. Als ik me weer omdraai zie ik de lippen in het gezicht bewegen. Het lijkt wel of Lord Boeddha iets tegen me zegt. Ik moet me vergissen. Voorzichtig rij ik verder. "Waarom ga je zo langzaam?”, vraagt Marijke. Moet ik haar vertellen dat ik meende te zien dat de poort leeft? Ze zal me voor gek verklaren. Als we onder de poort zijn hoor ik een zachte stem. "Waarom luister je niet naar me, Brammetje?” Ben ik nu gek aan het worden, of is het echt waar? Aan de andere kant van de poort stop ik op de brug. Een lange rij beelden die met elkaar een slang vasthouden staan aan weerszijden van de brug. Sommigen hebben geen hoofd meer, anderen missen een arm. Als ik me omdraai kijk ik weer in het gezicht van Boeddha. Ik zie geen enkele beweging en ik hoor ook niks. "Wat is het hier prachtig, hè?”, zegt Marijke. "Wat een fantastisch bos, tropisch oerwoud eigenlijk. Zo moet het er hier dus allemaal ooit hebben uitgezien.” Ik beaam dat en ben nog een beetje in de war. We stappen weer op en rijden verder naar Bayon, een complex van vele kegels met in elke kegel diezelfde gezichten van Boeddha.

Dit zou je dus kunnen overkomen als je op de fiets langs de tempels rijdt rond Angkor Wat. Je valt werkelijk van de ene verbazing in de andere. De ene tempel is nog mooier dan de andere. Angkor Wat is de bekendste en de grootste en is met de honderden meters gegraveerde mythologische voorstellingen onwaarschijnlijk mooi, bijzonder, eigenlijk is het niet goed in woorden uit te drukken. Bayon is weer heel anders. De torens met de Boeddhagezichten zijn prachtig. En die poorten, ik hou van die poorten. Het lijken net rotsen met daarin een sereen mysterieus gezicht. Het deed mij een beetje denken aan tekenfilms, waarin bomen ook gezichten hebben en kunnen spreken. In die tekenfilms kunnen die bomen je dan ook een oplawaai geven met hun takken. Gelukkig kunnen poorten dat niet.

We zijn net een uurtje terug na onze derde dag tempels bezoeken. Werkelijk, het verveelt geen moment. Het is wel heel vermoeiend. De indrukken die je opdoet zijn kennelijk overweldigend. Vandaag zijn we naar Banteay Srey geweest, een tempel die op 35 kilometer afstand ligt van Siem Raep. Ook weer een onwaarschijnlijk mooie tempel. Gebouwd in de 10e eeuw! Wat een verfijning en wat een werkelijk onvoorstelbare voorstellingen.

Al met al hebben we hier 157 kilometer gefietst rond de tempels. Dat geeft een beetje aan wat de oppervlakte van dit complex is. Vandaar mijn vergelijking met de Hoge Veluwe. En dat van de Efteling, dat hebt u natuurlijk al begrepen. Het is hier een en al zinsbegoocheling.

Zondag 30 januari Siem Reap- Sisophon 108 km

Tempel-nevenzaken

Zoals Bram al schreef was het bezoek aan de tempels van Angkor fantastisch, een van de hoogtepunten van onze reis. Een gigantisch complex met talloze tempels, in verschillende bouwsstijlen en in wisselende staat van conservering. Vooral die tempels die nog niet zo gerestaureerd zijn prikkelen de verbeelding. Hier en daar overwoekerd door de jungle, met veel omgevallen muurtjes en torens. Hoe zouden die er vroeger uit hebben gezien? Wat heeft zich hier allemaal afgespeeld? De wel gerestaureerde tempels zijn niet altijd zo fraai gerestaureerd. Betonblokken moeten verdwenen steunpilaren vervangen. Ook hiervoor ontbrak in dit land kennelijk de expertise, zoals helaas voor alles. Een hele generatie is door de terreur van de Khmer Rouge uitgemoord, en alles moet opnieuw worden opgebouwd. Er is nu buitenlandse bemoeienis met de restauratie, dus misschien komt het nog goed. Ik hoop alleen dat ze niet te veel restaureren, laat het maar zo.

Behalve de tempels waren er nog een aantal andere zaken, die ons bezoek aan Angkor veraangenaamden: de natuur in het park, het fietsen erin en de ontmoetingen. Ze hangen nogal met elkaar samen.

De tempels liggen verspreid in een groot tropisch bos. Zo moet het er hier vroeger overal in zuid oost Azië hebben uitgezien. Metershoge en soms metersdikke tropische woudreuzen omgeven de tempels. Sommige tempels liggen kilometers uit elkaar en als je niet al te veel ingehaald wordt door ronkende tuk-tuks met zwaaiende Aziaten en rammelende toeristenbussen, dan waan je je in een lang vervlogen paradijs. Het was er bovendien erg netjes, geen plastic flessen of andere rotzooi in de berm. Overal waren veegploegen bezig het park netjes te houden. Hier en daar wordt het bos onderbroken door landschapsarchitectonische elementen, zoals lange rechte oprijlanen, waterbekkens en "slotgrachten”. De kennis die in de periode van het Angkorrijk (800-1400 AD) bestond over irrigatie, is nadien helaas ook verdwenen, getuige de dorre rijstvelden op 200 meter afstand van een overvolle Mekong, zoals we elders in Cambodja zagen.

Het leuke van fietsen in het park was, behalve de natuurbeleving, dat onze tandem veel reacties opriep bij de andere toeristen. Meestal zien we onderweg alleen autochtonen die ons fanatiek begroeten en aanmoedigen, maar nu was iedere tempelstop weer aanleiding tot een gesprekje over onze "nice bike”. Bovendien hadden we weer eens in de gaten hoe veel makkelijker het toch fietst, zonder alle bagage (die helaas in omvang weer is gegroeid na teveel geslaagde shoppingexcursies). Er waren ook weer ontmoetingen met fietsers, zoals met een wereldfietsend Kamerlid, een Fransoos met een vouwfietsje, de Cycletours routemaker en een Zwitser op een huurfiets die bekende dat hij er spijt van had dat hij niet een van zijn 5 fietsen van huis had meegenomen.

We hadden ook weer een ontmoeting met Joost en Marion. Die zijn we eind november voor het eerst in noord Laos tegen gekomen en de afgelopen twee maanden hebben we elkaar meerdere keren, eerst bij toeval en later meer afgesproken ontmoet. Altijd onder het genot van een royale hoeveelheid bier ervaringen en tips uitgewisseld over het fietsen in deze streken. Wij gaven hen altijd de schuld van het drinkgelag en zij ons, dus het zal wel een gevalletje de pot verwijt de ketel zijn geweest. De laatste avond in Siem Reap, voordat zij weer naar huis vlogen hebben we in stijl afgesloten. De tuk-tuk chauffeur kreeg de lachkick van onze vrolijkheid. Maar dat kan ook aan een of ander genotmiddel liggen dat hij eerder die avond had ingenomen.

Vrijdag zijn we nog naar een "cooking-class” geweest en heeft Bram aansluitend een vruchtbare vogelexcursie met een gids gemaakt. De leuke kookcursus was inclusief een bezoek aan de lokale markt en dat was eigenlijk nog het interessantste deel. De Australische mevrouw die ons rondleidde woonde al vier jaar in Cambodja en heeft veel onbekende en door ons als oneetbaar beschouwde koopwaar nader toegelicht. Op markten hier kun je namelijk altijd prutjes in plastic zakjes kopen of staan er vage pasta's in grote schalen. Palmsuiker (heerlijk) en vispasta (nog steeds oneetbaar..). Tijdens het kookgedeelte hebben we "amok” gemaakt, een soort Cambodjaanse curry. Mocht je in de komende maanden bij ons komen eten, bereid je er maar op voor. We zullen hem "farang-spicy” maken. En niet "very spicy” , zoals de juffrouw bij de Riverside Bistro in Phnom Penh ten onrechte van Bram begreep. Hij is weer afgekoeld inmiddels.