Week 12 Phu Quoc-Kep

Maandag 10 januari- donderdag 13 januari rustdagen op Phu Quoc

Tropical island

Phu Quoc heeft alles wat u van een tropisch eiland mag verwachten, schreef de Lonely Planet. Ongerept en onontdekt. Prachtige eenzame stranden, authentieke vissersdorpjes enzovoort. Onze verwachtingen waren hooggespannen, we zouden een "nieuwe” vakantiestemming ontdekken. Hier aangekomen bleek dat een flink aantal mensen ons voor was geweest, sterker nog, ze waren hier allemaal glebeven en bezetten alle resorts langs Long Beach. Inderdaad, een prachtig 5 km lang zandstrand, maar inmiddels omzoomd met talloze toeristen-voorzieningen. We waren een beetje teleurgesteld. Te laat.

Na twee dagen noodgedwongen afzien in een superdeluxe vijfsterrenresort, dat net zo goed in Gran Canaria of Antalya had kunnen staan, begrijpen we inmiddels toch een beetje wat de LP bedoelt.

Eergisteren naar dit Mai Phuong resort gefietst, een tochtje van 28 km, waarvan de laatste 10 km over een goed te berijden "dirtroad”, waar mijn longen helaas niet zo van houden. Authentiek vissersdorpje onderweg, met hutjes op palen in de kwelder. Tussen de huisjes in de nattigheid ook hier weer heel veel plastic afval. Even een ijskoffie gedronken in een gloednieuw resort in aanbouw, met werkelijk prachtig uitzicht op een tropische baai. Het begon er een beetje op te lijken.

In ons resort hebben we een ruim houten bungalowtje betrokken pal aan zee. "Beachfront”, stond er op de website, maar dat is weer wat overdreven, van strand is voor onze deur niet echt sprake, het zeewater klotst op 8 meter afstand tegen een op authentiek Vietnamese wijze gemetseld muurtje dat als "zeewering” dient; er is hier nagenoeg geen golfslag. Als we 's nachts het raam openzetten horen we het zachte ruisen van de golfjes er tegenaan. Een live new age muziekje. Een eindje verderop is gelukkig wel een klein strandje. In de baai dobberen vissersbootjes en er komt af en toe een snorkelende toerist langs. Ons uitzicht op de baai wordt een beetje belemmerd door een grotere vissersboot, waar op geklust wordt. Helaas hadden ze het renovatieafval in onze voortuin gemieterd. We hadden geen zin daar drie dagen tegenaan te gaan zitten kijken, dus hebben we eerst even opgeruimd, inclusief al het rondslingerende plasticafval. Verbaasde blikken van de poetsdames, die vervolgens toch maar mee gingen helpen.

In de sfeervolle tuin van het resort staan rustieke zitjes van rode plastic tuinstoelen (er zijn rode en blauwe beschikbaar in deze regio van de wereld) en kokospalmen vol met kokosnoten. Dat is even opletten, want jaarlijks worden honderden mensen getroffen door een vallende kokosnoot. Hieraan overlijden meer mensen dan aan aanvallen van haaien. We konden gisteren nog net een vallende palmtak ontwijken, kan ook voor een kleine hersenschudding zorg dragen. Achter ons hutje staat de brommende generator (die volgens Bram aggregaat heet), die de elektriciteit levert. Die valt gemiddeld 1 keer per uur uit, dus echt heel authentiek allemaal. 's Nachts staat die gelukkig uit, alhoewel er wel de hele nacht stroom is. Het restaurant is prima, lekker verse seafood, wat je in romantische beachfront zitjes op kan eten. Het restaurantpersoneel is buitengewoon vriendelijk en functioneert volstrekt inadequaat, maar we hebben vakantie, dus daar maken we ons niet druk om. Kortom, een prima plekje waar we ons beter thuis voelen dan in het luxe resort.

Het is goed toeven hier. Vanaf het strandje kunnen wij gaan snorkelen of kanoën. Er worden ook boottochtjes georganiseerd naar kleine eilandjes in de buurt, waar het nog mooier snorkelen is. We besloten dat voor later te bewaren. We hebben, jawel, de fiets gepakt. De "dirtroad” verder noordwaarts gevolgd. De eigenaar van dit resort vertelde over verlaten stranden en een seafood restaurantje helemaal op het puntje in het noordwesten. Trappen maar weer. Al snel waanden we ons meer in meer in de omschrijving van LP. Weelderige tropische bossen aan de rechterkant van de weg en mooie verlaten stranden links. Opeens een vogelgeluid. Heel hard, moest een grote vogel zijn. Neushoornvogel (Anthracoceros albirostris)? De andere drie soorten neushoornvogels hier zijn bedreigd tot zeer bedreigd in hun voortbestaan, dus die zullen het wel niet zijn. We wachten even maar zien alleen een eekhoorn wegrennen. Jammer. Een kilometer verderop bij een groepje hutjes worden enorme hoeveelheden visjes op grote zeilen gedroogd. De kleine worden verwerkt tot vissaus. De grotere werden eruit gepikt maar wat ze daar mee doen is ons niet duidelijk geworden. Plotseling zie ik roofvogels boven zee om elkaar heen buitelen. Eerst alleen een aantal visarenden (Lesser Fish Eagles, Ichthyophaga humilis). Opeens verschijnt een veel groter exemplaar, een zeearend, de White-bellied Sea Eagle (Haliaeetus leucogaster). Later verschijnt er nog een exemplaar, een jonge vogel. Dat was duidelijk te zien aan de bruine rug, die zichtbaar werd bij de buitelingen die de vogel maakte. Een prachtig schouwspel. Met het fietsen schoot het niet erg op zo natuurlijk, maar dat maakte in dit geval niks uit. We hebben hier alle tijd van de wereld en maken daar dankbaar gebruik van.

Bij een afslag naar links worden we geconfronteerd met veranderende tijden hier op het eiland. De aanleg van een weg en van een brug, vlakbij een vissersdorpje. Vooruitgang heet dat. In het dorpje was een klein restaurant, dat misschien die naam helemaal niet verdient. Smerige, verweerde tafeltjes, die met een doekje ook niet meer schoon te krijgen waren, kapotte stoeltjes en een televisie die knetterhard aanstaat met een vechtfilm. De mevrouw van het restaurant had in een schriftje al haar vragen in het Engels laten opschrijven: Do you want to eat seafish? Do you want to eat lobster? Voor de hand liggende vragen in een vissersdorpje. Nee, wij wilden alleen even wat drinken, het was pas half elf. Ook goed. Of we dan misschien een parelketting wilden. Mooi zwarte parels. 100 US dollar moest die kosten. Marijke vond ‘m wel mooi, maar wij hebben geen 100 dollar bij ons, nog daargelaten dat we dat voor de ketting wilden betalen. Wij telden tijdens een prettig kort afdingritueel de inhoud van onze portemonnee en kwamen tot 40 dollar. De verkoopster moest er even over nadenken, maar ging overstag.

We gingen nog even verder met onze eilandtour, maar hadden al besloten straks in dat dorpje vis te gaan lunchen. Verser kan niet. We passeerden nog een dorpje waar de tijd stil leek te hebben gestaan. Bij een poging een strandje te vinden reden we het terrein van een resort op, waar we een Rus tegenkwamen. Igor met zijn vrouw, deze keer geen met veel juwelen behangen lellebel. Hij was een andere Rus dan al die andere die we hier op het eiland tegenkwamen, vertelde hij in prima Engels. Hij werkte voor een luchtvaartmaatschappij. Nee, niet Aeroflot, alhoewel hij daar nog wel het T-shirt van aanhad. Met hen belandden we even later in een beter restaurant in het dorpje van de parelketting en hebben overheerlijk verse krab gegeten. Op de terugweg naar ons resort zijn we uit de kleren gegaan en hebben langdurig in de warme tropische zee gezwommen op een verlaten strand, met palmbomen en zilverwit zand. Het bestaat dus nog echt.

Vandaag zaten we om tien uur in de boot voor het snorkel- en visavontuur. Onderweg vloog de zeearend weer over, maar het leek alsof de overige vier mensen in ons gezelschap het helemaal niet interessant vonden toen ik hen erop wees. Hoe kan dat nou? Het snorkelen was leuk, mooie vissen gezien. Het riep herinneringen op aan het snorkelen op de Galapagos. Dat was echt fantastisch. Ik ving de meeste vissen van het gezelschap, die we overigens niet terug hebben gezien, maar door de schipper richting keuken werden afgevoerd, voor eigen gebruik kennelijk.

Vanavond zijn we nog even de zee in geweest voor ons resort. Samen een beetje dobberen in een autoband en de dag doornemen. Mijmeren hoe lekker het wel niet is. Hier, de reis en tussen ons. Zo lang al op elkaars lip en nog geen noemenswaardige ruzie gehad. En terwijl we terugzwommen zagen we boven de bomen van het resort de neushoornvogel vliegen. Door zijn onmiskenbare vlucht is verwarring uitgesloten. Wauw!

 

Vrijdag 14 januari Phu Quoc- Rach Gia 36 km

Eilandleed

Kijk, ze hebben hele grote garnalen in de bak zitten, lijken wel kreeften. Zijn vanmorgen vers aangeleverd. Oh, kreeft hebben ze ook trouwens. Of zullen we weer die gegrilde kleinere garnalen nemen die we gisteren hadden? Die waren wel erg lekker. Of schelpjes, met knoflook en peper? Ja, maar ze hebben ook drie soorten coquilles. Bijvoorbeeld van de BBQ. En van die wulkachtige schelpen, maar die vind ik nooit zo lekker. Of toch maar weer krab? Of een visje in bananenblad met citroengras? Inktvis, och dat hebben we gisteeravond al gehad, zo vers uit zee in de pan.

Wat denk jij, toch zeker geen chicken sweet en sour?

Zaterdag 15 januari Rach Gia- Ha Tien 93 km

Staren en stalken

Weer zo'n irritant toetertje achter ons. Gisteren hebben we besloten ons er niet meer door te laten opnaaien. Daarvoor nog wel door Rach Gia gereden in een behoorlijke balorige bui en vocaal met het getoeter meegedaan. Enkele mensen snapten kennelijk onze actie en moesten lachen. Het merendeel van de mensen reageert helemaal niet. Dat komt er nou van met zo'n overdosis getoeter, niemand luistert meer. Het toetertje blijkt van motorfiets met twee kasten achterop. Vriendelijk lachend kijkt de bestuurder ons aan en steekt zijn duim op. Wij stellen dit soort aanmoedigingen wel op prijs. Even later komt ons een vrachtwagen tegemoet. Als claxon heeft ook hij een luchthoorn die hij flink gebruikt. Samen met de bijrijder zwaait de bestuurder naar ons. Toeteren heeft hier een heel andere lading dan bij ons. Ze bedoelen het niet echt om je van de weg af te blazen. Ook een kwestie van cultuurverschil.

Wij hebben vanavond onder het eten zitten praten over de dingen die ons opvallen en die ons ook zijn gaan irriteren. Vanmiddag fietsten we bijvoorbeeld langs het strand. Daar lag zo'n enorme berg afval aan plastic dat ik er een foto van heb gemaakt. In de oceanen drijft een enorme hoeveel plastic. Plasticeilanden worden ze genoemd. Het ziet er naar uit dat daar binnenkort nog heel wat bij komt. Ze maken er hier zo'n puinzooi van! Maar dat hadden we in eerdere stukjes ook al aangehaald. Wel wordt ons weer duidelijk dat wij in Europa onze zaakjes toch redelijk voor elkaar hebben. Ook al ligt er als ik straks weer naar kantoor rijd, op het eind van de N11 bij de Van der Madeweg ook een hele berg blikjes en andere troep die mensen uit de auto smijten.

Dan zijn er de dames. Als we onderweg een drankje drinken in een tentje, dan gebeurt het vaak dat de dames van de bediening ogenschijnlijk achteloos naar ons en dan met name mij komen zitten kijken. Ze zitten dan zo te staren, dat als Marijke hen aankijkt, ze het helemaal niet zien. Ze houden hun blik strak op mij gericht. In het superdure resort laatst ging een van de dames nog verder door echt aan mij te gaan zitten, waar Marijke bij was.

En dan zijn er ook nog de Tijgermeisjes. Zoals Bavaria op het WK vorig jaar meisjes in jurkjes had gehesen, zo is er hier in Azië in sommige restaurants een meisje in een bijpassend jurkje dat het bier inschenkt. Van het biermerk Tiger zijn dat de Tijgermeisjes. Je neemt een slok en hup, krijg je weer een beetje bier erbij in je glas. Een leeg flesje levert een vragende blik op. Ok, doe er dan nog maar 1. Gisteren zaten we na het eten nog na te kletsen en besloten nog een flesje voor ons beiden te nemen. Ik had nog een beetje bier in mijn glas, Marijke had niks meer. Wie krijgt er als eerste bier? Juist, ik natuurlijk. Marijke vindt het maar niks al die aandacht van de Tijgermeisjes c.s.

Stalkers hebben we soms ook. Brommertjes die ons kennelijk zo interessant vinden dat ze achter ons of vlak naast ons blijven rijden. Altijd mannen. Ze kunnen het soms heel lang volhouden. Bij het binnenrijden van Chau Doc was er een man die ons bij het binnenrijden van de stad langdurig achterna reed. En daar houden we dus helemaal niet van. Meestal is het genoeg om even de benen stil te houden en vaart te minderen. Dan moeten ze ons uiteindelijk wel inhalen. Dat hielp niet bij het aanhoudende mannetje. Dan toch maar even stoppen en een drankje drinken en weer verdergaan. Ze zijn allemaal heel vriendelijk hier en ook al bedoelen ze het misschien niet zo zoals wij denken, maar stalkers schudden we af. Zijn ze helemaal betoeterd!

Zondag 16 januari Ha Tien- Kep 42 km