week 10 Stung Treng-Phnom Penh

Maandag 27december Stung Treng- Kratie 143 km

Dinsdag 28 december rustdag in Kratie

Ontmoetingen

Gisteren onze monsteretappe gereden. 143 kilometer. We zagen om zes uur de zon opkomen. Het begin was nogal lastig, omdat het maar op en neer ging en veel vals plat. We kwamen daardoor niet echt in een goed ritme. Na 30 km de eerste colastop. Terwijl we daar zaten passeerde ons de merkwaardige Chinees met wie we in de boot zaten vanaf Don Det naar het vasteland. Een hyperactieve man die wel wat Engels sprak, maar een echt gesprek kon je niet met hem voeren. Hij zat in Stung Treng in hetzelfde guesthouse als wij en was kennelijk ook lekker vroeg vertrokken. Hij was vanaf de oostkust van China onderweg naar Zuid Vietnam, om daarna weer naar China terug te gaan. Rond half elf, na 65 kilometer zat hij bij een kraampje aan de weg en riep ons met veel armgebaren. "I am hungry”, zei hij, terwijl hij de pannendeksels optilde in het keukentje. Wij ook inmiddels en samen aten we wat. De Chinees luid smakkend en met open mond. Wij ontweken zorgvuldig de gerechten die ongerechtigheden konden bevatten. Dat had de Chinees niet gedaan, maar de behendigheid waarmee hij de botjes van de kippennek weer naar buiten werkte was indrukwekkend. Maar ook afstotelijk. Smeerkezen zijn het. Tot een tafelgesprek kwam het helaas niet.

Vlak daarvoor hadden we Ivan ingehaald, een bebaarde vijftiger from the Isle of Man (een vlaggetje daarvan wappert aan zijn fiets). Ook zijn aanwezigheid op het traject was ons reeds aangekondigd. Ook al een merkwaardige man. Degene die hem eerder had ontmoet vertelde dat Ivan op dat moment naast zijn fiets liep, midden op de dag, om ook eens wat andere spieren te gebruiken. Het is midden op de dag nogal heet hier. Op de fiets heb je daar niet zo'n last van, je creëert als het ware je eigen bries. Ivan's fiets is ook bijzonder, een fiets met 3 wielen. Hij heeft een trailer achter zijn fiets, gemaakt van een doormidden gezaagd frame met een achterwiel, waaraan hij ook 2 tassen heeft hangen. Al met al heeft hij 6 fietstassen bij zich. "Let's stop and chat”, zei Ivan toen we hem inhaalden. Ivan was al 4 jaar aan het fietsen. Normaal gesproken is hij altijd met Kerst op Man bij zijn dochter. Dat had hij dit jaar niet gedaan. In april was hij vertrokken en via Nederland, Duitsland, Polen, Oekraïne, Kazachstan, Rusland, China, Laos nu in Cambodja aangekomen. Vandaag ontmoette ik hem weer terwijl ik wat zat te drinken. Op z'n 51e was hij met een zak geld ontslagen en sindsdien fietst hij. Alles verkocht, behalve zijn huis, waar nu zijn dochter in woont. Ik vond het fascinerend om zijn verhalen te horen. Hij vond Cambodja maar niks, dacht dat hij er nooit terug zou komen. Veel te toeristisch. Veel liever overnacht hij in een dorpje waar niemand zich meer kan herinneren dat er een Westerling is geweest. Zodat dan via de telefoon een leraar Engels wordt opgetrommeld.

Terug naar onze monsteretappe. Bij 80 km dronken we wat bij een mooi huis. Het leek wel een guesthouse, maar waarschijnlijk woonden er gewoon veel mensen. Een aantal mensen was bezig stukken van een dood dier te demonteren. Er was volgens mij niet geslacht, want ik zag geen ingewanden en zo. Wel zag ik een stapel dozen bier. Heineken moet maar goed opletten, want er stond een doos van het merk Lucky Beer tussen, dat qua kleur precies overeenkomt met het Heineken groen. In plaats van een rode ster heeft dit merk 2 rode sterren. Ik heb er bewust geen foto van gemaakt, noch een akte van constatering. Werk komt wel weer een keer. Terwijl we daar onze cola dronken kwamen er steeds meer mensen om ons heen staan. We telden er uiteindelijk 17. Een jongen had een kommetje schraapsel van het vlees in een beetje soep gedaan en wilde dat aan ons tafeltje opeten. Maar daar kwam niks van in. De oudste aanwezige man joeg hem weg. Dit tafeltje was voor de farang. We zaten alweer op de fiets toen diezelfde man met mijn bidon aan kwam lopen. Gelukkig had hij het op tijd in de gaten. Je kunt niet zonder, en te koop zijn ze niet hier.

We volgden Highway 7 tot ongeveer kilometer 100. Tot die tijd was de weg vaak verlaten en waren er nauwelijks huizen te zien. Nadien sloegen we af naar de oude weg naar Kratie en die was beduidend minder van kwaliteit, maar veel levendiger. Opeens was er een feest onder een afdak links van de weg. We stopten om even te kijken en besloten om toch maar door te rijden. Nog 40 kilometer te gaan en de kilometers ging al tellen. Op het moment dat we opstapten stopte opeens de enthousiaste omroeper van het feest. Alsof de buitenlandse gasten uiteindelijk waren gearriveerd en ………… weer doorreden. Eigenlijk geen ontmoeting natuurlijk, maar wel een grappig incident.

De Chinees haalde ons nog eenmaal in en die hebben we daarna niet meer gezien. Waarschijnlijk komen we hem later nog wel een keer tegen. Ik stel me voor dat in vroeger tijden het ook zo moet zijn gegaan. Je hoorde over andere reizigers op het traject en je kwam elkaar af en toe tegen. Zij wisselden dan informatie uit over struikrovers. Wij over wegcondities en guesthouses.

De laatste ontmoeting van de dag was met een bewakingsman bij bank van de ATM. Marijke ging even pinnen (dollars!) en ik stapte af en merkte toen pas hoeveel pijn ik in mijn benen had. De laatste 20 kilometer nog even volle bak gereden. Terwijl ik daar heen en weer stond te drentelen stelde deze man de vraag die ons al honderd keer is gesteld: "How much?”, daarbij wijzend op de fiets. Normaal gesproken kan ik daar nog wel een grapje over maken door te vragen of de vragensteller hem wil kopen. Of we zeggen: net zoveel als een motorfiets. Je ziet dan een verbaasde blik: maar waarom koop je dan in godsnaam geen motorfiets? Ditmaal moet ik kortaf zijn geweest. Zijn vraag was toen: "Are you tired?” Yes, I was tired.

Woensdag 29 december rondrit Koh Trang eiland 14 km

Dolfijnen

"I've made some beautifull pictures of water” zegt een man in het bootje naast ons. Een snuivende dolfijn, die met een korte sierlijke boog uit het water komt en dan weer verdwijnt op de foto zetten is nog niet zo eenvoudig. Het is half vijf in de middag, de zon gaat langzaam onder en we drijven met nog een paar andere bootjes roerloos in het water. Dolfijnen spotten. Irrawaddy dolfijnen, een van de drie soorten zoetwaterdolfijnen ter wereld. Een ernstig bedreigde diersoort. Er waren al eerder plekken langs de Mekong waar je ze zou kunnen zien, maar hier had je de meeste kans. Wat heet, terwijl we de trap afliepen naar het bootje had ik er al vijf gespot. Een uur lang dreven we tussen ze in, in stilte. De motor werd niet gebruikt om ze niet te verstoren. Soms kwamen ze met zijn drieën tegelijk naar boven. Zie dat maar eens op de foto te krijgen. Merkwaardige behoefte van de mens trouwens. Waarom zou je een beeld dat voor eeuwig op je netvlies staat gegrift ook nog op de foto willen zetten? Die mystieke sfeer die er hing voel je toch niet terug in de pixels.

Vandaag op onze tweede rustdag hier eerst ontbeten met zicht op de zeer levendige markt en vervolgens met een bootje naar de overkant voor een eilandtochtje. Authentiek en bijzonder. Nu maar een biertje gaan drinken bij de vriendin van Bram, een van de dames met een stalletje aan de Mekong tegenover ons hotel. De zoveelste Mekong sunset, maar we kunnen er niet genoeg van krijgen.

Donderdag 30 december Kratie- Kampong Cham 131 km

Lachende koe

Lunchtijd. Naast de weg doemt een leegstaand houten gebouwtje op. We slaan de zandweg in, achter een brommertje aan met een man en vrouw erop. Het huis is helemaal nog niet klaar. Het staat op palen. Er is een trap naar boven, maar onder de gedeeltelijke vloer kunnen we goed in de schaduw zitten. Marijke gaat bezig met de broodjes La Vache Qui Rie (jawel, Cycletoursgangers, dat hebben ze hier ook). Ik zie dat het brommertje is gestopt. De man wenkt me. De broodjes zijn straks pas klaar, dus ik loop op de man af. "Hello”, groet ik. De man spreekt alleen Khmer, waar ik dus helemaal niks van begrijp. Zijn vrouw zit met een grote mand achterop en doet niet mee aan de "conversatie”. We wisselen wat woorden uit, wat niet tot enig begrip over en weer leidt en ik wil me omdraaien om terug te lopen. De man pakt me bij mijn arm en brengt twee vingers naar zijn mond. Gaat hij me nou een kusje toewerpen? Hij maakt nog een keer die beweging en ademt daarbij krachtig uit. Vervolgens wijst hij in de richting van de zandweg. Ah, dat is dat hij bedoelt! Hij wil dat ik meega om wat te gaan roken bij hem thuis.

De eerste keer dat ik in Laos aan land kwam werd er al opium aangeboden. De volgende dag, op de boot naar Luang Prabang, sprak ik een Engelsman die me zijn ervaringen met het roken ervan vertelde. Hij vond het heerlijk. "Het is een heel aangenaam gevoel en je hoeft voor de rest van de dag niks meer”. Hij had het gerookt met de eigenaar van een guesthouse in India. De hele verdere middag hadden ze samen een beetje voor zich uit zitten kijken en lekker ontspannen zitten kletsen. De vrouw stapt van de brommer af en biedt me haar plek aan. Ik denk aan Marijke. Die kan ik toch niet alleen laten daar, in the middle of nowhere. "Waar ben jij dan geweest?”, vraagt ze als ze me weer ziet. "Die man nodigt ons uit om te komen eten bij hem thuis” lieg ik. "Laten we met hem meegaan, dan eten we daar. Als hij niks fatsoenlijks te eten heeft, dan hebben we altijd nog ons eigen brood”. "Bram, kom nou toch! Dat gaat toch niet. We moeten nog 60 kilometer fietsen, dan gaan we toch niet met een wildvreemde mee waarvan je niet weet hoe lang het allemaal gaat duren”. "Ja, maar het is toch leuk! Dat maak je niet iedere dag mee. Ga nou maar gewoon een keer mee, we hebben nog tijd zat.” We rijden met de tandem achter de man aan de zandweg af naar een dorpje, een kleine kilometer verder. Er staan een stuk of tien bamboehutjes op palen. De varkens lopen vrij rond in het dorp, net als de koeien en kippen. Een van de mooiste hutjes blijkt van de man. Via een steile trap komen we op een soort veranda, met uitzicht over een dorre vlakte, waarboven grote gierzwaluwen sloom rondzweven. Ik schrik als de man plotseling achter mij staat met een pijp in zijn handen. Hij lacht zijn tanden bloot, die vol zwarte aanslag zitten. Hij neemt nog een trek, blaast de rook boven mijn hoofd uit en steekt mij de pijp toe. Ik twijfel nog even en waar is Marijke eigenlijk gebleven? Mijn nieuwsgierigheid wint het en ik neem een trekje. De rook voelde ik door mijn keel en luchtpijp mijn longen inlopen. Een beetje zoet is het, niet vies, maar ook niet echt lekker. Ik kan goed merken dat ik het roken niet gewend ben. Ik hoor Marijke in het huis zelf lachen. Haar typische giechellachje. Die heeft het dus ook naar haar zin. Ik neem nog een trek van de pijp, waarna ik een merkwaardig gevoel krijg in mijn hoofd. De man lachte en spoort me aan nog een trekje te nemen. Die Engelsman had gelijk, het is een heerlijk gevoel. Ik word een beetje mellow, zoals ze dat noemen. Ik ga even liggen in de hangmat aan de rand van de veranda. Met mijn handen onder mijn hoofd en mijn ogen dicht lig ik heerlijk te genieten. Opeens merkt ik dat de hangmat langzaam heen en weer wiegt. Ik open mijn ogen en zie de vrouw, die haar haren heeft losgemaakt en me met een verleidelijke glimlach aankijkt. Ik glimlach terug en draai me om. Ik hoor haar nog roepen, maar het was al te laat.

"Wat is er? Lig eens even stil! Je maakt me wakker”. Marijke klinkt knorrig. We liggen samen in een keihard hotelbed. Niks hangmat, weg mellow gevoel. Ik ben een beetje gedesoriënteerd. Ik draai me om en slaap weer verder.

Vrijdag 31 december rustdag in Kampong Cham

Verademing

Cambodja is in sommige opzichten een verademing. De natuur is mooier, de akkers groener en de steden en dorpen een stuk levendiger. We bleven een dagje langer in Kratie, omdat we het daar zo naar onze zin hadden. Kratie is een provinciestad met hetzelfde aantal inwoners als Pakse, maar van nikserigheid was hier geen sprake. Bruisend eerder. We hebben twee uur op een caféterras (jawel, u leest het goed: terras!) naar de markt zitten kijken. Levendige taferelen, geuren en kleuren. Stiekem met de telelens foto's zitten maken van prachtige koppen. Vrouwen dragen een slap zonnehoedje of een sjaalconstructie op hun hoofd, vaak nog met een petje eronder. En ze dragen pyama's! Kanariegele, knalroze of gifgroene pyama's. En hier ook weer handschoenen en teenslippersokken tegen ongewenste zonlicht.

De verademing zit vooral in de energie die het land uitstraalt. Cambodjanen bewegen zich sneller, praten expressiever en werken ook harder. Uiteraard dit allemaal binnen de Aziatische context, je moet je er zeker geen New Yorkse taferelen bij voorstellen. Enigszins tot mijn verbazing blijkt Cambodja nog onder Laos te staan op de Human Development Index van de VN. Waarschijnlijk is de achterstand die ze moeten inhalen na de jaren van het schrikbewind van de Rode Khmer, groter. Je ziet hier vooral jonge mensen, geboren na die tijd, na 1979. Waarschijnlijk is ook het verschil tussen arm en rijk hier groter. We zagen een witte Rolls Royce rijden, maar ook hutjes, die nog armoediger ogen dan de Laotiaanse bamboehutjes. Zo bivakkeerde een gezin onder een zeiltje dat door een paar bamboestokken omhoog werd gehouden, midden in een schaduwloos pas geoogst cassaveveld. Bedelende kinderen zijn er helaas ook hier.

Een nadeel van die energie is hun weggedrag. Ze rijden hier als gekken. En toeteren dito. Daar moeten we wel even aan wennen na het – in vergelijking daarmee – gezapige weggedrag van de Thai en Laotianen.
 

We zijn nu ook nog een extra nachtje in Kampong Cham gebleven, weer een levendig provinciestadje. Met een comfortabel hotel (wifi!) en een paar Westerse tentjes. Hopelijk kunnen we daar nog een beetje Oud en Nieuw vieren. Maar voor hetzelfde geld liggen we weer vroeg in bed. Morgen op weg naar Phnom Penh, de hoofdstad van dit land. We hebben de keuze tussen de highway of een gravelweg langs de Mekong. Dat wordt dan wel weer stofkapje op. Als een Cambodjaanse Lexus je met 120 km per uur komt inhalen op een "dirtroad” is dat adembenemend. Letterlijk, wel te verstaan. En je ziet de eerste 500 meter niks meer. Dat is dus zeker geen verademing.

Zaterdag 1 januari Kampong Cham- Phnom Penh 103 km

Stofhappen

We zitten op een trendy caféterras in Phnom Penh. Bram leest de Financial Times en ik onderhoud de contacten met het thuisfront. Wifi alom hier. Phnom Penh is verbazingwekkend. Vijftig meter verderop is een traditionele markt, waar levende vissen spartelend wachten op een genadeklap van de verkoopster. Om me heen genieten Westerlingen van het happy hour en internationale tapas (helaas geen Hollandse). Vanmorgen een citybiketour gedaan, maar na een kwartiertje zijn we het hotel weer ingevlucht. Niet te doen, je moet zo opletten op het chaotische verkeer dat je de Wat en de vermaarde Franse ambassade helemaal mist. We zijn hier weliswaar om te fietsen, maar we blijven ook graag in leven. Gisteren hebben we even getwijfeld of fietsen in Cambodja wel zo'n goed plan is. Na een barre tocht over stoffige dirtroads, waarover straks meer, kwamen we weer op highway 6, voor de laatste 40 km naar de hoofdstad. Deze weg is zo breed als een Hollandse provinciale weg in de jaren 60. Daarover rijden handkarren, een enkel fietsend schoolkind, tuk-tuks, brommers, grote particuliere auto's, minivans, volgeladen vrachtauto's en andere exotische transportvoertuigen, bussen en vrachtauto's. Niet noodzakelijkerwijs in de juiste rijrichting en allemaal met heel veel haast. En met een harde toeter. Wij zetten af en toe ons belletje in, maar dat is meer een protestactie, want het geluid verdwijnt in het rumoer van de andere weggebruikers. Tot zover lijkt het voor de naïeve lezer nog niet echt dramatisch, maar het grootste probleem zijn de inhaalacties. Cambodjanen denken altijd in te kunnen halen tenzij het tegendeel bewezen is. We zijn nog niet van de weg geblazen, maar ik heb spijt dat we ons oranje fietsvlaggetje bij nader inzien niet mee hebben genomen. Ik heb al zitten denken over constructies met bamboestokken overdwars en in de hoogte, om ons meer volume te geven, want de voorrangsregels gaan hier zijn gebaseerd op de massa/omvang van het voertuig. Overmorgen moeten we de stad ook weer uit, hopelijk is die weg iets rustiger, maar ik wil er nog maar niet teveel over nadenken. Ik zie iedere keer die krijttekeningen nog voor me op het asfalt van een schematisch mens, met vaak een schematische auto erbij. In een geval lag het bloed er nog naast.
 
 
Wat ook bizar is hier, is het personenvervoer. Stel je het volgende voor: je bent de trotse bezitter van een minivan. Daar achteraan bevestig je een metalen rekje van een halve meter. In de lengte van de auto steek je dan daarover een paar bamboestokken, drie meter uitstekend, (dat was mijn inspiratiebron) en daarboven op laad je zakken rijst, bananen, dozen Angkor bier of andere primaire levensbehoeften. Daarbovenop dan twee brommers en dan heb je nog mooi een zitplaats op de brommers voor twee mensen, mocht op het dak geen plaats meer zijn. En dit alles bij 80 km per uur op de verkeerde weghelft. We zagen ook een volgeladen vrachtauto met hout, waar de mensen op het dak van de cabine hadden plaatsgenomen. En een vrachtauto met een laadbak vol met oranje monniken (ze zijn altijd zo decoratief op de foto), waarbij de achtersten zich moesten vasthouden aan de medebroeders die wel zo gelukkig waren om de railing vast te mogen houden. Cambodja is een van de drie landen in de wereld waar het aantal verkeersdoden vorig jaar is toegenomen. Wij weten inmiddels hoe dat komt en hebben een simpel verbeterplan: niet meer inhalen en niet meer op het dak zitten. Maar of ze naar deze betweterige Westerlingen willen luisteren?

Terug naar de dirtroad. We waren voorbereid op 70 km stofhappen, maar dat bleef gelukkig beperkt tot 35. Tot onze aangename verassing waren de eerste 16 en laatste 19 opeens verhard. Beetje hobbelig asfalt, maar daar zeuren we niet over. De rest was een zanderige, met veel stenen lukraak half-verharde (of eerder kwart-) bobbelweg. De hele tijd door authentieke dorpjes, waar we vanuit ieder hutje of huisje stevig aangemoedigd werden. Gelet op de toestand van mijn longen vandaag niet echt voor herhaling vatbaar. Morgen eerst maar even langs de bamboewinkel.