Week 1 Ayuhttaya - Khanu Woralaksiburi

Dinsdag 3 januari Ayuhttaya- Lopburi 65 km

Het k woord

Behalve de enigszins obscene betekenis voor het uitwendige vrouwelijke geslachtsorgaan wordt het k woord gebruikt als aanduiding voor dingen die niet deugen. Het is k-weer, het is een k-auto en al wat dies meer zij. Marijke en ik bespraken wanneer het k-woord geoorloofd is. Het wordt soms te pas en te onpas gebruikt. Je kan ook gewoon de toevoeging rot gebruiken of snert.

Door een Amsterdamse wethouder werd het k-woord gebruikt voor criminele Marokkanen. Dat werd wel gezien als ondiplomatiek voor deze ambtsdrager. Het gebruik gaat dus kennelijk ook gepaard met een zekere maatschappelijke status. Het k-woord wordt in hogere sociale kringen minder gebezigd dan in de lagere.

Zijn er dan toch uitzonderingen? Kan het k-woord door iedereen worden gebruikt voor iets wat niet deugt? Ik denk het wel na onze ervaringen gisteren in Lopburi. Die stad staat bekend om de apen die in het centrum van de stad op en rond de oude tempels leven. Het zijn prachtige tempels en wij wandelden de trap op naar het hek dat toegang bood tot het tempelterrein. Nog voor wij door dat hek waren kwam er een kleine makaak op Marijke af, klom op haar schouder. greep haar bril en ging ermee vandoor. "Mijn bril”, schreeuwde Marijke. Het zal je maar gebeuren dat je nog net kan zien dat iets dat jouw wereld voor vaagheid moet behoeden in de bek van een aap verdwijnt. Ik achter die aap aan. Nu zijn apen betrekkelijk snel, ook als ze een bril in een van hun pootjes vasthebben. Sneller dan ik in elk geval. Af en toe bleef hij even zitten en beproefde het beestje of het ook eetbaar was wat hij net had veroverd. De teleurstelling die dat moet hebben opgeleverd weerhield hem (of haar) er niet van het weer op een lopen te zetten als ik de achterstand bijna had ingehaald. Hij kroop bij het spoor dat door de stad loopt onder een hek door en daar keken we elkaar diep in de ogen. Hij bleek niet gevoelig voor vleiende woorden, vloeken hielp ook niet. Ik kon er met geen mogelijkheid bij, maar verderop zag ik een paar stenen liggen. De aap besloot net ook die kant op te lopen, hetgeen eigenlijk wel mooi uitkwam. Ik had net een flinke steen te pakken (ga ik die nu gooien, met het risico dat ik de bril beschadig?) toen ik op het hoger gelegen tempelterrein een man aan zag komen, die met een katapult een steen schoot naar de aap, die ogenblikkelijk de bril losliet, waarna ik me daarover kon ontfermen. Een paar krasjes op de rechter brillenpoot, verder onbeschadigd gelukkig.

Na het geplande bezoek aan de tempel, waarbij we onze brillen goed vasthielden liepen we langs wat winkels en stuitten op een groepje apen, waarbij er eentje aanstalten maakten om in mij te klimmen. Ik was hem voor door een met een trapbeweging op andere gedachten te brengen. Luid sissend en dreigend met open bek liet hij weten dat het vervolgen van de tocht niet tot de mogelijkheden behoorde, als het aan hem lag. We keerden snel terug naar ons guesthouse. Einde tempelexcursie.

Het gebruik van het woord kut voor apen in de stad is dan ook volledig gelegitimeerd. Kutapen.

Woensdag 3 januari 2018 Lop Buri - Ban Dong 72 km

 

Ochtendgloren

Het fijnste deel van de tropische dag is de ochtend. En misschien ook de avond maar daar hebben we nog niet zoveel ervaring mee. We hebben erg veel moeite om tot half 9 wakker te blijven. Dientengevolge zijn we soms om half 5 al weer wakker, dus van de ochtend weten we alles. Ergens tussen kwart over 6 en half 7 wordt de knop omgezet en wordt het licht, in een kwartiertje tijd. De tweede ochtend zaten we al om kwart voor 6 in de koelte op de fiets, in het donker. De apen sliepen nog maar de rest van de stad was al wakker. Dan gaat de TL lamp in het woonhuis aan en kun je heerlijk naar binnen gluren. Overdag zijn de huizen donker, dan zie je niet zoveel. Over het Thaise huis dat er heel naders uitziet dan thuis,  zullen we het vast nog wel een andere keer hebben.

Maar het interessantst aan de ochtenden zijn de bedeltochten van de monniken. Op iedere straathoek is hier een Boeddhistische tempel en de monniken daarvan zijn voor hun eten afhankelijk van de lokale gemeenschap. Als je ’s morgens zo vroeg op de fiets zit, zie je overal langs de kant van de weg mensen staan met voedsel voor de monnik. Meestal vrouwen trouwens, en op het platteland beduidend vaker dan in de stad.

Altijd rijst, soms met een groente/vlees prutje erbij. De monniken lopen gehuld in hun karakteristieke oranje gewaad op blote voeten hun bedelwijk.  In groepjes van 3, of soms solitair. Ze prevelen een gebedje (en een dankwoord nemen we aan) en het eten verdwijnt in de bedelnap (die wij kennen van de Xenos). Hoe de inhoud van de nap er na de bedeltocht uitziet is wel een punt van zorg. Hoe houden ze  die overheerlijke gerechten van de Thaise keuken apart? Sommige monniken pakken het dan ook slimmer aan. Die voeren een handkar mee (soms bestuurd door een dienstbare buurjongen) met daarin allemaal gestapelde bakjes zoals wij die kennen van tafeltje-dekje. Bij ons zit er dan achtereenvolgens aardappelen, andijvie en een gehaktbal in, hier de  zoetzure kip apart van de viscurry en de papaja-salade.

De monniken eten maar 1 keer per dag, voor 12 uur ’s middags. Dat lijkt zielig, maar aangezien sommigen flink op weg zijn om net zo gevuld te raken als hun Boeddha krijgen ze kennelijk toch wel genoeg binnen. De rest van de dag bestaat uit mediteren. En de afgevallen bladeren op het omvangrijke tempelterrein aanvegen, ook heel Zen. 


 

Donderdag 4 januari 2018 Ban Dong - Chai Nat 35 km

Vrijdag 5 januari Chai Nat- Nakhon Sawan 80 km

Zaterdag 6 januari rustdag

 

Tik

Doordat we over het platteland rijden waar weinig andere fietsers komen zijn we op onze tandem een bezienswaardigheid. Of het nu daarom kwam of omdat we er zo hongerig uitzagen, maar toen we een bordje gebakken rijst zaten te eten bij een tentje langs de weg kregen we van een klant van het andere tentje ook nog een bord papajasalade aangeboden. Met sticky rice, on of our favorites!

Later die dag werden we geconfronteerd met een tik in de fiets. Voorspoed en tegenspoed wisselen elkaar af. Dat is ook fietsreizen. Waar komt die tik vandaan? Waren we net van een andere tik (in de cranck) af, hebben we er een andere voor terug die veel harder is. In de loop van de dag verdween de tik weer. Raadselachtig. De volgende dag was de tik er weer. Het is heel erg irritant als je – zoals in dit geval – om de andere pedaalslag een tik hoort die je ook nog een beetje voelt. Alles blijft het doen, dat wel. Op internet blijkt dat dit een regelmatig terugkerende klacht is onder fietsreizigers. Wat je het beste kan doen is alles nalopen om te kijken of alles wel goed vast zit. Dat heb ik gedaan, met als resultaat dat er een heel klein schroefje, waarmee het achterwielpad vastzit, afbrak.  Zie daar maar eens aan te komen hier in Thailand. Ik heb een moedige poging ondernomen en via een tiental winkeltjes kwam ik na een uur lopen uiteindelijk bij een ijzerwarenwinkel terecht die allerlei schroefjes en moertjes had. Natuurlijk niet het schroefje dat ik nodig had, maar wel iets om het euvel provisorisch te verhelpen. Ging niet helemaal vanzelf en we moesten nog een keer terug – ditmaal op de fiets, want we kunnen gewoon rijden – om het helemaal voor elkaar te hebben. En het toeval wil dat een vriendin maandag naar Chiang Mai komt en die het desbetreffende originele schroefje wel mee wil nemen.

Het is niet de eerste keer dat we tijdens een tocht technisch malheur hebben, het hoort er kennelijk een beetje bij. De eerste keer in Thailand trapte onze Rohloff-naaf door, doordat de snelkoppeling te strak zat. Op Sri Lanka brak de ene spaak na de andere en de laatste reis van China naar Phuket hadden we een bandenprobleem, we versleten 5 buitenbanden.  Het komt uiteindelijk altijd wel goed, maar het is voor mij wel reden voor getob. Je leert jezelf wel kennen in dit soort situaties, hoe ga ik om met tegenslag in den vreemde?

En de tik? Vandaag is de tik weg. Het achterwiel is eruit geweest, de kettingen zijn gesmeerd en de fiets (en wij) hebben een rustdag gehad. En alles is nog een keer nagelopen. Misschien is hij er morgen weer en moeten we leren leven met dit fietselijk tekort. Een beetje tobber ben ik wel ja.