Week 3 Jaffna-Batticaloa

Maandag 21 januari 2013 Jaffna - Mannar 89 km + transfer 


Acceptable

"Acceptable" zei de hotelmanager van het Jaffna Heritage hotel toen we hem vroegen naar de conditie van de A32, op de kaart een rode weg langs de westkust naar het zuiden.
Ok, ruim 100 km over een acceptable road met de wind in de rug moet kunnen.

We hadden misschien onze verschillende begrippenkaders wat nader moeten exploreren.
De eerste 26 km zijn meer dan "acceptable": tien meter breed glad gepolijst asfalt hebben we voor ons zelf. Net af, hier en daar zijn ze nog bezig met gele en witte verf om wat noodzakelijke strepen te zetten. Het was er erg rustig en dat stemde ons niet gerust. Zou de brug die recentelijk in plaats van de ferry was aangelegd dan nog niet open zijn?
Maar met de brug was niks aan de hand, aan de voet rechts een prachtig plasje met lepelaars, flamingo's en talloze kleine reigertjes. Aan het eind van de brug weer een militaire post waar we staande werden gehouden. Nadat Bram weinig succesvol zijn naam had proberen uit te leggen mochten we probleemloos verder. De mijne deed er weer niet toe. 

Na de brug was het afgelopen met asfalt: dirtroad. Rood gravel. Nu hebben wij het daar niet zo op, teveel stof waar mijn suboptimale longen niet blij mee zijn. En bumpy. Maar gisteren had het geregend, dus met het stof viel het wel mee.
Op het kruispunt in Pooneryn (vast ook Nederlands erfgoed) overleggen we wat te doen, we kunnen kiezen uit 25 km dirtroad richting de A 9 of gokken dat de weg verderop beter wordt. Terug naar de A9 is niet zo aantrekkelijk, dan moeten we dezelfde weg terugfietsen naar het zuiden als op de heenweg en zo interessant was die nou ook weer niet. Rechtdoor dus, het is nog maar 9 uur 's morgens immers.
Foute keuze.
De weg wordt gaandeweg steeds slechter, kuilen en gaten, zand, diepe groeven van vrachtwagens en bussen. En door verlaten niemandsland. Ik verwacht ieder moment een olifant uit het struikgewas. Het enige wat uit het struikgewas komt is echter een telefonerende vrouw. Aan de mobiele bereikbaarheid in Sri Lanka schort het niet. Wel weer drie wielewalen gezien.
Ons gemiddelde daalt tot 10 km per uur en dan is 70 km nog te gaan wel erg lang. Na dik 40 km dirtroad geven we ons gewonnen en proberen vervoer te regelen. Er stopt een busje met een gesloten achterdeel, " kan onze fiets daar in"?
Nee, hij vervoerde chemicals, dus dat was geen goed idee. De pick-up truck die erachter stopt is wel bereid ons naar Mannar te brengen, na bemiddeling door de chemicalman die wat Engels spreekt. Voor 3000 roepies (18€), vast veel te veel geld, maar we hebben het er voor over. We hoeven niet eens in de laadbak, samengeperst  op de voorbank hebben we ons door elkaar geschud 25- 30 km verder laten brengen, begeleid door jankende Tamil muziekjes. Dit was dan weer wel een wijs besluit, want de weg werd nog slechter. Het was maar goed dat ons truckje een four-wheeldrive was. De dirtroad werd een bosweg na vier maanden moesson. Van enige conversatie was helaas geen sprake, de twee chauffeurs (na 5 km hadden we opeens een andere) spraken geen Engels.
20 km voor Mannar was er weer een militair roadblock. De wat ongewone combinatie van twee Westerlingen op de voorbank en een tandem in de laadbak in een Tamil truckje vonden de militairen geen reden voor een stevige ondervraging. De chauffeur moest even zijn ID laten zien en toen mochten we verder. Daarna was de hobbelweg ineens vervangen door een betonbaan, dus toen we met veel non-verbale communicatie duidelijk hadden gekregen dat de rest van de weg goed bleef tot Manar hebben we ons weer laten afzetten, de laatste kilometers naar Mannar weer met forse tegenwind over de strekdam. 
Aan de ene kant baalde ik ervan dat we wat al te naÔef waren geweest over de wegkwaliteit, maar aan de andere kant was het ook wel een prachtig avontuur. Ondanks alles heb ik geen moment getwijfeld of het wel goed zou komen. Dit is AziŽ, veilig. En er valt altijd wel wat te ritselen.
Morgen nog een forse etappe terug naar Anuradhapura (over een asfaltweg hopelijk).
En daarna gaan we ons maar een poosje aan de AWOL route houden, we hebben even genoeg avontuur gehad.



Dinsdag 22 januari 2013 Mannar - Mihintale 109 km 

Asfalt inderdaad. En saai.

Woensdag 23 januari Mihintale - Sigirya 90 km

Muggen

Sri Lanka geldt als een low risk country voor Malaria. We hoeven daarom niet aan de pillen. Tussen 6 en 7 zowel 's morgens als 's avonds goed insmeren met minstens 30 % DEET en bedekkende kleding dragen. En tegen de dengue ook overdag in de DEET.

Er is echter geen beginnen aan, het barst hier van de muggen. 
De strijd tegen de Dengue zijn we al niet eens aangegaan, als fietser heeft dat geen zin. Binnen een half uur heeft je zweet de DEET al verdund tot onwerkzame promillages.
Voor de Malaria doen we iets beter ons best, maar soms word je  's morgens vroeg als je op het toilet zit al in je billen geprikt, nog voordat je de kans hebt gekregen naar de DEET te grijpen.
De meeste simpele guesthouses zijn ook binnen niet mugvrij. Dat komt omdat het badkamerraam per definitie niet goed sluit, door bouwkundige onvolkomenheden of omdat het er niet in zit. Voor horren hebben ze kennelijk geen budget. We proberen in de kamer de wapperaar of airco aan te hebben, daar houden de muggen naar verluidt niet van, maar ondanks dat gaat het toch nog wel eens mis. Ze prikken gewoon door de kleren heen.
In Mannar zaten we even te wachten  op een met horgaas afgeschermde veranda van het -naar bleek- volgeboekte Baobab guesthouse terwijl de eigenaar een ander guesthouse belde met de vraag of daar nog kamers vrij waren. In die 5 minuten ben ik vijf keer geprikt, door fietsbroek en -shirt heen.   
Die hoge mugdichtheid komt vast door de tanks. Overal in het land zijn deze waterreservoirs, waar in de regentijd het water in opgespaard wordt voor drogere tijden. Op zich een goed idee, want dat maakt meerdere rijstoogsten per jaar mogelijk. 
Dat watermanagement hebben ze niet van de Hollanders geleerd in de 17e eeuw want die tanks zijn soms al tientallen eeuwen oud. En zitten dus barstensvol met muggen. Maar ook barstensvol vogels, dus dat is dan wel weer leuk. Vandaag purperreigers en een slangenhalsvogel gezien.

Maar vannacht zullen we er geen last van hebben. We hebben ons zelf getrakteerd op twee nachtjes luxe hotel na 1200 km tropisch fietsen in twee weken. We hebben een eigen bungalowtje, met airco en wapperaar en.... een hor voor het badkamerraam! 

Donderdag 24 januari rustdag Sigirya

Vrijdag 25 januari Sigirya-Polonniruwa 59 km + rondrit 13 km.

Olifantenpoep

Om 7 uur verlaten we onze bungalow om de tandem in vol ornaat voor de ontbijtzaal van het Sigarya Village hotel neer te zetten. Een beetje opscheppers zijn we wel. Die ontbijtzaal zit vol met mensen die, net als wij ook wel gedaan hebben, zich met een bus door het land laten rijden, van de ene hotspot naar de andere. Wij hebben gisteren besloten om de hotspots te laten voor wat ze zijn. We hebben de historische monumenten uiteindelijk allemaal 8 jaar geleden al gezien en bovendien vonden wij onze tocht tot nu toe zonder al die westerse toeristen veel leuker. 
Gisteren hebben we bijvoorbeeld een hernieuwd bezoek gebracht aan de Sigirya rots. Een oude versteende magnaprop van een vulkaan waarop de resten van een paleis of klooster zijn te zien. Acht jaar geleden een van de hoogtepunten, al was het alleen maar vanwege de klim van 250 meter, over roestige wiebelige trappen langs een loodsteile rotswand, ze waren er nog steeds, je moet geen hoogtevrees hebben en erop vertrouwen dat ze in ieder geval vandaag nog blijven zitten. Onderweg prachtige erotische fresco's.
Bij een tweede bezoek blijkt toch dat het nieuwe er vanaf is, je weet al wat er gaat komen. De spanning zat hem deze keer in het regenfront dat je zag aankomen over de jungle en ons vervolgens kletsnat heeft doen regenen. De terugweg naar beneden was nat en glibberig, gelukkig onweerde het niet.

We spaken vanmorgen ook nog even met onze buurman, van de bungalow naast ons. Die was met zijn vrouw en twee dochtertjes vanuit AustraliŽ onderweg terug naar Nederland met een Toyota Landcruiser. Ze hadden er 2 jaar gewoond en hadden een jaar uitgetrokken voor de terugweg per auto. Ook best spannende onderneming, ze waren er onderling nog niet uit hoe en of Pakistan doorkruist moest worden (hij voorzag geen problemen, zij zag het niet zo zitten, waar kennen we dit patroon toch van....). Het gesprek werd onderbroken doordat mijn masseur, waar ik gisteren was geweest, die langs kwam voor een praatje. Die masseur had mij helemaal in de olie gezet. En met helemaal bedoel ik ook helemaal. Dat was wel een beetje een rare ervaring. Ik heb het al eerder meegemaakt dat masseuses er een happy end aan toe willen voegen, maar een man die "het zaakje" in de olie zet, overigens zonder enige erotische bijbedoeling, vond ik op zijn minst opmerkelijk.
De eerste kilometers van onze route vandaag liepen over een rustig, net geasfalteerd weggetje dwars door de jungle. We hoorden de mooie oerwoudgeluiden. Er waren ook een paar guesthouses, omgeven door hoge muren, tegen de wilde olifanten. Het had wel leuk geweest daar te slapen en 's nachts de geluiden te horen. Ze moeten nog wel wat aan naamsbekendheid doen willen ze gevonden worden door toeristen hier aan zo'n stil landweggetje. Overal langs de weg zagen we de uitwerpselen van olifanten liggen, maar ze kwamen zelf niet in beeld. Wel talloze apen.
De hoofdweg A11 liep eveneens door dicht bos en was de eerste 20 kilometer niet druk. Hoe meer we richting Polonnaruwa kwamen, hoe drukker het werd. En constant op en neer. Marijke merkte dat haar rechterknie een beetje zeer doet. Het is een uitstekende keuze geweest om de belangrijkste toeristische attracties te laten voor wat ze zijn - die liggen allemaal in de bergen - en ons lekker langs de kust naar het oosten en zuiden te laten afzakken. Ik ben uiteindelijk toch een kind van de kust en gek op zee en strand. Niet om daar dagen op te gaan liggen, maar grote waterpartijen geven ontspanning. Dat merken we vanmiddag ook toen we uit het overigens afschuwelijke dorpje Polonnaruwa terug reden naar het hotel en even aan de kant van het grote meer hier hebben gezeten. Even de dag doornemen op een steen met uitzicht over het water waarin de plaatselijke bevolking zich wast, de sterntjes hun visjes meepikken, aalscholvers die verschrikt vlakbij bovenkomen om direct weer onder te duiken en de zwaluwen die over het water scheren om een slokje water te nemen. Hoog boven ons ontwikkelde zich een donkere wolk, waaruit al weer een beetje regen viel. Gauw terug zodat we niet weer zo kletsnat regenen als gisteren. Vanaf morgen is het weer droog. Lekker strandweer.    

Zaterdag 26 januari 2013 
Polannaruwa - Kalkudha 72km + transfer 5 km.

(On-)doorwaadbare plaatsen

Het heeft de afgelopen twee dagen weer flink geregend. Urenlang komt het met bakken uit de lucht, gelukkig niet tijdens het fietsen. We werden wel kletsnat op de Sigarya-rots. Mijn I phone bleek daartegen niet bestand. Uitzetten en in een bakje rijst leggen, waren de instructies van dochterlief. Nu hadden we even geen droge rijst, maar op weg naar P. voor  26 roepies (toch gauw 15 cent) een cup rijst gekocht, die wonderen deed voor de iPhone. Helemaal happy is ie nog niet, maar de belangrijkste dingen functioneren weer.

Ander gevolg van de regen is, dat de wegen hier en daar onder water staan. We hebben al een paar keer zo'n doorwaadbare plaats moeten nemen. Even inschatten hoe diep het is, kijken of er veel stroming is en dan trappen maar. Een beetje spectaculair is het wel.
Vanmorgen waren we net 10 km op pad toen aan de overkant van de weg een fietsende dame naast haar fiets stond.
Ze was net "overgezet" en ook afgezet (1000 roepies, 6€). "I was not in a position to bargain". De weg bleek op minstens 6 plaatsen onder water te staan, met op een plek minstens 50 cm water. Dat wordt toch zo langzamerhand wat te diep om doorheen te fietsen. Ook al waren onze sokken en schoenen toch al nat. Terwijl we met de Ierse stonden te praten stopte er een vrachtwagen, zo'n fraaie ouderwetse kleurrijke roestbak. De chauffeur gebaarde dat we wel mee mochten met hem. Fiets en bagage in de laadbak en hup door de plassen. Het was te diep voor personenwagens, die moesten omkeren. Na 5 km werden we op een kruispunt weer afgezet. " Geef die man een fooitje", zei ik tegen Bram. "Hij heeft ons zo geholpen" .
Maar het bleek geen vriendendienst, hij wilde er maar liefst 2000 roepies voor vangen. Dat hebben we natuurlijk niet gedaan, met 1000 nam hij ook genoegen.
Ontwikkelingshulp zullen we maar denken.

De rest van de weg richting Batticaloa was bijna helemaal droog, op een hele grote overstroming vlak bij onze eindbestemming na, die ons noopte tot een omweg. Wel de hele dag weer forse tegenwind en constant op en neer. Op de een of andere manier is het fietsen hier zwaarder dan in Thailand en Laos. Ongetwijfeld door het vochtige tropische klimaat, in Zuid-oost AziŽ was het in de periode dat we er waren veel minder vochtig. 
We drinken liters water per dag.
We zijn geŽindigd in  Kalkuhda, 25 km ten noorden van Batti. Vanwege prachtige ongerepte stranden. De hotels die er ooit stonden zijn door oorlog en tsunami gesneuveld. Daardoor weinig accommodatie, allemaal wat verder van zee. Althans volgens de versie 2011 van de Lonely Planet.  
De realiteit van 2013: toeristisch ontwikkelingsgebied. 13 hotels zijn tegelijkertijd in aanbouw langs een mogelijk ooit prachtig en verlaten strand. Overal klinken bouwvakkersgeluiden. Het strand vol met lokale  dagjesmensen (de vrouwen baden met kleren en al), veel rotzooi en veel stenen in de zee. Luide muziek klinkt uit de luidsprekers. Maar veel vriendelijke mensen, een groepje knullen wil met ons op de foto, zo vaak zien ze kennelijk nog geen toeristen. Wacht maar tot de hotels klaar zijn.
Zwemmen is niet erg aantrekkelijk, Bram probeert het even maar stoot heftig zijn teen.
We lopen een stukje zuidwaarts en hebben het strand voor ons zelf. Even de witte bovenbenen bijkleuren.....
Morgen maar eens kijken of er nog echt verlaten stranden zijn. 

Zondag 27 januari Kalkudha - Batticaloa 47 km

Verlaten

Nou die verlaten stranden zijn er. Hier ten zuiden van de stad Batticaloa volledig verlaten stranden. Zover het oog rijkt prachtige zandstranden. Maar helemaal leeg, geen enkele voorziening, geen ijsverkopers, massagemevrouwen of batikverkopers, helemaal niks. Bloedheet.
Er staan hier en daar wat palmbomen voor de broodnodige schaduw, maar daaronder is het een vuilnisbelt. Er komen dus kennelijk soms wel mensen.
En verder overal funderingen van door de tsunami omvergeblazen huizen, je wordt er niet vrolijk van.
Zo verlaten bedoelen we nu ook weer niet, iets in het midden dus. We wilden hier eigenlijk een paar dagen blijven, maar het guesthouse (bayview bungalow, lots of musquitos) is morgen vol. De andere guesthouses hebben we ook bekeken maar om uiteenlopende redenen afgekeurd. Morgen dus toch maar weer verder. Als Bram weer wakker is, dan gaan we nog even naar het Dutch fort, de vierde alweer.