Week 2 Anuradhapura-Jaffna

Maandag 14 januari 2013 rondrit langs de tempels in Anuradhapurha 29 km
 
Beetje nat dus, zo her en der...
Dinsdag 15 januari 2013 Anuradhapurha - Vavuniya 59 km

Tamilland
 
We hadden de afgelopen week een stukje willen schrijven over de toegenomen welvaart in Sri Lanka. Over glanzende nieuwe tuk-tuks en supermarkten. En over hoe vrouwen en mannen hun traditionele sarongs aan de palmboom hebben gehangen en zich thans hullen in van de kont afhangende spijkerbroeken (de jonge mannen), bandplooibroeken (de oudere mannen) en niet noodzakelijkerwijs bij elkaar passende lange rok en blouse ( de vrouwen). En dat ze allemaal minstens 15 kilo dikker zijn geworden.
Maar we waren er nog niet aan toe gekomen. Nu is het even te laat, we zijn in Tamilland.

Nadat we van allerlei kanten te horen hadden gekregen dat reizen naar dit gebied in het noorden veilig was en we via internet hadden uitgezocht dat er op redelijke dagafstanden accommodatie was te vinden zijn we vanmorgen vroeg uit koningsstad Anuradhapurha vertrokken richting het noorden. Jaffna ligt op 176 km afstand, in drie dagen te overbruggen over de A9. Bij de eerste colastop vroegen we de kroegbaas ernaar: is dit nu al Tamilgebied of niet want eerlijk gezegd zagen we geen verschillen. " Dit dorp is een mix, hierna komt er een moslim dorp en daarna is het voornamelijk Tamil" .
Het enige opvallende verschil bleek het aantal politieposten en kazernes. Maar overal mochten we vrolijk doorfietsen, uitgezwaaid en aangemoedigd door de politiemannen. 
 
Bovendien bleek er veel meer accommodatie te zijn, we zagen enkele malen het bordje rooms en ook enkele nieuwe hotels. We hadden ons voorgenomen in Vavuniya te stoppen, maar kwamen even in de verleiding om door te fietsen naar de volgende grote plaats, 44 km verder, want het fietsen ging erg goed vandaag. Maar na het middaguur wordt het toch wel erg warm en een beetje onzekerheid over accommodatie 44 km verderop is er ook. We hebben ons intrek genomen in hotel Nelly Star. Beetje vervallen, beetje smoezelig, maar met zwembad(waar een kind gekleed in zwom...) en Wifi. Na de douche, met warm water zelfs, een rondje door de stad gemaakt en toen zagen we zeker het verschil.
Rommelige winkels waar weinig te koop is, kleine, donkere, magere mensen. Ze lijken iets minder  toegankelijk dan de Singalezen, maar we hebben toch nog wel enige gesprekjes kunnen voeren. De afgeragde bussen uit het zuiden rijden hier, evenals de daar afgedankte tuk-tuks. Mannen en vrouwen lopen vaak nog in sarongs en sari's, we zagen meerder winkeltjes met prachtige stoffen, dat wel. 
Hoogtepunt was het archeologisch museum waar de bewaker ons zelf rondleidde langs de potscherven en buddhabeelden. Bij ieder item wees hij op het bordje, waar niet veel meer op stond dan de datering. We mochten niks overslaan. Maar hij sprak gelukkig verder geen Engels, dus we waren snel weer klaar.
Straks maar weer een rice and curry en dan vroeg naar bed. Onder de kanlroze klamboe.
 
Kijken hoe ver we morgen komen. Een medehotelgast sprak van roadblocks met stevige ondervragingen. We shall see. 

 
Woensdag 16 januari Vavuyina- Killinochchi 82km
 
 
 
Kippennek
 
We weten weer dat we in armoedige streken zijn geraakt. Vanavond stond kippennek op het menu. In een loeischerpe curry met de kippenmaag, niertjes en lever erbij. Als je dus naar niet-toeristische gebieden wilt reizen is dat de consequentie. Gelukkig was er ook linzencurry en een heerlijke mango. Plus een grote schaal noedels. Hongerig vielen er erop aan, na 82 km fietsen tegen de wind in over een hete weg door Tijgerland. Zo werd dit gebied in de recente oorlogstijden genoemd. Na vertrek vanmorgen uit Vavuyina stuitten we na 20 km op een echte roadblock. Paspoort inleveren, vragen beantwoorden. Alleen Bram hoefde zijn beroep op te geven en te tekenen. Vrouwenemancipatie is hier nog niet een van de prioriteiten. Die liggen bij ontmijnen, moeder- en kindzorg en het leven weer opbouwen.  Je ziet hier overal wagens rondrijden van hulporganisaties. Ook in het guesthouse dat we met enige moeite vonden zijn de overige gasten NGO medewerkers en hun chauffeurs.
 
Halverwege de weg had de Australische regering nieuwe stenen huizen neergezet voor weggevluchte bewoners. Ze waren echter allemaal onbewoond. We vragen ons de reden daarvoor af, te onveilig, te duur? Wij voelen ons niet onveilig, iedereen staat vrolijk naar ons te zwaaien, wegwerkers ( ook vrouwen..) en spoorbaanbouwers. We mochten lunchen in de schaduw van een legerpost, op hun stoeltjes. Het doet een beetje denken aan Cambodja, dat ook zo'n boeiend land in opbouw was.
 
Het guesthouse is Spartaans. Een tl lamp aan de muur, koud water, maar wel een airco. Die gaan we zeker gebruiken deze keer, tegen de muggen want behalve in Tijgerland zijn we ook in Malarialand.
 
 
 
Op weg naar Jaffna kregen we gezelschap van deze vrolijke wielrenner. Hij fietste minstens vijftien kilometer met ons op, sprak helaas geen Engels, maar vierde in ieder dorp waar we doorkwamen een ware triomftocht.

Donderdag 17 januari 2013
 
Killinochchi - Jaffna incl. rondritje Jaffna 86 km (totaal 510 km)

Billensproeier
 
Reizen is een mooie manier om de gewoonten van een land te leren kennen. En met de fiets kom je helemaal overal. Gisteren spande het er even om of we wel een guesthouse konden vinden. Na een bezoekje aan de politiepost werden we naar een Spartaans onderkomen verwezen, het leek wel een kloostercel. Vandaag zitten we in een oud shabby guesthouse in Jaffna. De grote gemeenschappelijke factor van al die basic adresjes is toch wel het gebrekkige disfunctionerende sanitair. Douches die zo zijn gemaakt dat het water de kamer instroomt. Toiletten waarvan  je voor het slapengaan het kraantje moet dichtdraaien, omdat je anders vanwege de constante drup niet kan slapen. Lekkende ronddraaiende kranen, douchekoppen die alle kanten op sproeien behalve naar beneden. En ga zo maar door.  Het komt volgens ons, omdat ze zelf geen badkamers gewend zijn. Hun douche is een grote bak water met een steelpannetje op zijn best, wc's bestaat uit een gat in de grond in een golfplaten hutje ergens achter in de tuin, zoals bij ons ook vroeger.
Gisteren moest Marijke voordat ze bij een legerpost naar de wc kon eerst zelf een emmer water uit de rivier halen. Een rivier waarin de wc overigens gewoon loosde. Als Willem klaar is  met onze badkamer thuis (zie de blog van 7/1) kan hij hier wel aan de slag.

Maar wat ze dan weer wel hebben en wij niet is de billensproeier. Ik zal niet teveel in details treden, maar het is wel lekker om na een toiletbezoek de boel schoon te kunnen spuiten, in plaats van met een papiertje hetzelfde resultaat te willen boeken. Op onze vorige reis hadden wij in er Thailand een gekocht om thuis te monteren. Tijdens onze verbouwing is het onderwerp nog wel ter sprake gekomen, maar daarvoor hadden we een speciale wc-pot moeten kopen van tweeŽnhalf duizend euro. Dat vonden we veel te veel geld. Nooit meer gedacht aan een extra waterpunt met een slangetje eraan en ons waterpistooltje. Voor het genot van echt schone billen zullen we dus telkens terug naar AziŽ moeten. Vervelend hŤ?!


Vrijdag 18 januari 2013
Rondrit Leiden en Delft, 79 km

Delfgaauw
 
Vandaag een rondritje gemaakt naar Leiden en Delft. Nee, geen grapje. Voor de kust van Jaffna ligt een achttal eilanden, waaraan de Nederlanders in de 17e eeuw een Nederlandse naam hebben gegeven. Delft (Neduntivu) en in mindere mate Leiden (Valanai) worden tot op de dag van vandaag nog zo genoemd. Omdat we getrouwd zijn in Delft en ons kind er geboren is gingen we vandaag voor een dagtocht naar Delft.
Onze gastheer van Sarras guesthouse bleek geboren in Delft. Bij aankomst gisteren was hij in een jolige stemming. Toen we onze plannen voor vandaag bespraken bood hij onmiddellijk aan ons te begeleiden, "we have to leave early and you can meet my family". Een paar uur later waren zijn geestverruimende middelen uitgewerkt en bleek het een tiranniek, narrig baasje. Van een dagtocht naar Delft was geen sprake meer, misschien mede na enig gesteggel over een verhoging van de reeds afgesproken kamerprijs (met 15 euro toch al vrij royaal voor wat hier geboden wordt).
Dus maar weer fietsen. Op de kaart leek het 25 km naar de ferry en die vertrok volgens de Lonely Planet om 10 uur. Na een stevig ontbijt in een klein restaurantje langs de weg (hier nogal verwarrend hotel geheten) om 8 uur op weg over een dam naar het eerste eiland, Leiden. De natuur was werkelijk prachtig, uitgestrekte wetlanfs, maar we hadden voor de ibissen, lepelaars, pijlstaarten en smienten geen tijd, want de afstand bleek ruim 30 km. En er waren ook nog eens twee paspoortcontroles.
Net op tijd arriveerden we bij de ferry. "Is dit de boot naar Delft?" "Ja, hier moet je zijn". De fiets werd naar binnengereden en wij moesten een plaatsje zoeken in een reeds volgepakte marineboot. Niet helemaal mijn ding. Waar zijn de zwemvesten, waar is de nooduitgang? Ik zat weliswaar aan het raam maar daar paste ik in geval van nood nooit doorheen. Ok, relax. Niet iedere veerboot in AziŽ vergaat. Op naar Delft. Best gek dat al die mensen er ook naar toe gaan, trouwens.
Na de afvaart voer de boot echter westwaarts en niet zuidwaarts. Voor de kust ligt een klein eilandje dat als bedevaartsoord fungeert voor de hindoes. Gingen al die families op hun paasbest gekleed dan daar naartoe? Dan ging de boot daarna vast door naar Delft. Op het eilandje aangekomen stapte iedereen uit, dus wij ook maar. "Nee, de boot naar Delft gaat alleen om 8 uur ' s morgens".
Ok, dan maar naar de tempel. Hindoetempels zijn bewerkt met talloze beelden van goden, in alle kleuren van de regenboog geschilderd. Binnen was het een drukte van belang. Vrouwen in hun fraaie sari's en tunieken zaten biddend op de grond, mannen met ontbloot bovenlijf liepen rond. Bram's witte bovenlijf boven fietsbroek stak wat schril af bij de bruine lijven van de Hindoemannen. De ceremonie bestond voor zover wij konden waarnemen, vooral uit het begieten met water van heilige voorwerpen en veel trommel- en fluitmuziek. De devotie is echt fascinerend om te zien. Ook worden veel bloemen geofferd.
Na een kort ritje op het eiland namen we een vissersboot weer terug. Bram staand op het bovendek om de fiets vast te houden.
De terugweg kostte aanmerkelijk meer moeite dan de heenweg vanwege de forse tegenwind. De flamingo's die er vanmorgen nog niet waren maakten wel veel goed. 
Missie Delft dus niet geslaagd, we zijn hooguit tot Delfgaauw gekomen. Maar wel weer een heel bijzondere dag gehad. De reis er naartoe is tenslotte belangrijker dan de bestemming.
Na terugkomst in Jaffna op zoek gegaan naar een beter hotel voor morgennacht. We zijn dit primitieve gedoe met koud water en kattepislucht in de gang een beetje zat. Na enig zoeken een kamer geboekt in een prachtig nieuw hotel met zwembad, 42 euro. Best duur, maar we vinden dat we dat wel weer verdiend hebben.  Vandaag weer bijna 80 kilometer. Nu eerst maar weer een koude douche.....

 
Zondag 20 januari 2013 Rondrit Jaffna Peninsula 81 km
 

 
Dudeljo
 

 
Tijdens onze rustdag gisteren hoorden we van een prachtig strand ten noorden van Jaffna. Oorspronkelijk zouden we vandaag weer terug naar het zuiden gaan, maar de verlokkingen van het strand waren te sterk. Wij blijven dus nog een nachtje in dit lekkere hotel. Vandaag dus naar het noorden, nog eenmaal tegen de wind in, die hier constant uit het noordoosten waait. We hebben dan ook al heel wat kilometers tegen de wind in gereden. Via Point Pedro langs de kust naar het strand bij Kankasanturai en dan via een paar pagodes, die ze pas begin 20e eeuw ontdekt hebben, terug naar Jaffna. 
 
Porto Pedro is een vissersplaatsje, waar in de oorlog hevig is gevochten. Dat is aan de vele verlaten en half ingestorte gebouwen nog af te zien. In 2004 heeft het de tsunami overigens ook in volle hevigheid over zich heen gekregen. Vissersschepen lagen een kilometer landinwaarts. Er heerst een wat deprimerende sfeer en het is een beetje een rotzooitje in Porto Pedro. En ook veel zichtbare armoede. Maar hoe komt het toch dat het in armoedige gebieden vaak zo'n klerezooi is? Is er armoede bij gebrek aan initiatief, of werkt armoede zo desastreus op de gemoedstoestand van mensen dat ze niet eens meer initiatief nemen rommel op te ruimen? 
 
Langs de kustweg was er om de 50 meter een militaire post. Bij een post hadden de soldaten een klein grastuintje aangelegd met daarin van schelpen de tekst SL Navy. Om de verveling te verdrijven, zoveel gebeurt er niet momenteel. Bij een van de vele posten werden we aangehouden. De militair wilde onze namen weten. Voor dit doel hadden we ons paspoort meegenomen. Hij keek erin, schreef wat op en vroeg, nadat hij ons de paspoorten had teruggegeven uit welk land we kwamen. Zulke controles zijn natuurlijk niet zo heel erg zinvol. Ik stelde Marijke voor de grap nog voor om even te vragen waar het geboortehuis van de leider van Tamil Tijgers staat, want dat was in dit dorp. Maar dat vond ze geen goed idee.
 
De weg boog af van de kust. Wij probeerden na verloop van een aantal kilometers weer terug te gaan naar de kust. Wij stuitten op een slagboom met een militair, die niet uit kon leggen waarom, maar doorrijden was onmogelijk. Het gebied was afgezet met een groot prikkeldraadhek. Het was in deze streek dat de Singalezen 25000 Inwoners, dus voornamelijk Tamils hebben gedwongen dit gebied te verlaten. Overal om ons heen lege huizen en verlaten landbouwgrond. En overal bordjes met "danger, mines". Een hele lugubere sfeer en het gaf ons het gevoel met een rondje ramptoerisme bezig te zijn. 
 
Er zat dus niks anders op dan terug te gaan. Na nog een poging met hetzelfde resultaat besloten we terug te gaan naar Jaffna. Het dagtotaal zou nu ook al richting de 80 kilometer gaan. Het was genoeg voor vandaag. Dan maar geen strand. Het was trouwens toch geen strandweer, het regende vandaag.
 
En plotsklaps zag ik hem. Je kan je gewoon niet vergissen als je de wielewaal ziet. Dat oogverblindende geel met zwart sluit iedere verwarring uit. Voor de vakantie had ik het boek Dudeljo van Hans Dorrestein gelezen. Daarin heeft hij brieven opgenomen van mensen met een wielewaalervaring. Stuk voor stuk wisten de brievenschrijvers zich te herinneren waar en wanneer ze de wielewaal gezien hadden. Een wielewaal laat zich namelijk niet zo gemakkelijk zien. Vaak zit hij hoog in de bomen, aan het zicht onttrokken door de bladeren. Maar wij zagen hem (Oriolus xanthornus ceylonensis) zomaar zitten en vliegen. Het verschil met onze wielewaal is dat deze endemische soort een zwarte kop heeft. Het maakt hem eigenlijk alleen maar mooier.
 
Sri Lanka is een vogelparadijs. En doordat er streken zijn met weinig mensen is de kans groter bijzondere soorten te zien, zoals deze wielewaal. Geen strand dus en geen pagodes. Maar als je me van te voren verteld had dat ik 80 kilometer moest fietsen om een wielewaal te zien, dan weet jij al wat mijn antwoord zou zijn geweest. 
Maar wel  wrang als je weet dat de leegte in dit gebied ontstaan is na verplaatsen van 25.000 mensen. 
 

 
Zaterdag 19 januari Rustdag Jaffna 15 km
 
 
Ramptoerisme
 
Het ultieme genot van de toerist is om ergens te zijn waar geen andere toeristen zijn. Nieuwe steden en dorpen "ontdekken". In die opzet lijken we geslaagd, we zagen in vier dagen Jaffna nog geen 10 andere Westerse toeristen. Maar je voelt je toch een beetje  ramptoerist hier. De stad likt haar wonden na een bloedige burgeroorlog die bijna 30 jaar heeft geduurd. 70.000 mensen vonden de dood.
 
In mei 2009 versloeg het Srilankaanse leger de Tamil Tijgers. Hun leider vond twee dagen later onder onopgehelderde omstandigheden de dood. Sedertdien houdt de Srilankan Army met veel machtsvertoon het gebied onder controle. Alhoewel machtsvertoon, ze zijn zichtbaar aanwezig, maar er heerst voor zover we kunnen waarnemen geen grimmige of vijandige sfeer. Maar de Tamils willen net als de Basken, Noord-Ieren en Catalanen hun eigen staat, moe van de discriminatie. Overigens legden de Britten in de vorige eeuw de basis voor dit conflict, door juist de Tamils voor te trekken, wat de woede van de Singalezen, groter in aantal, opwekte.
 
Of deze militaire overwinning nu leidt tot duurzame vrede is voor iedereen de vraag. Weliswaar wordt er flink gewerkt aan wederopbouw, maar het geld daarvoor komt uit het buitenland. De spoorweg naar het noorden wordt opnieuw aangelegd door Chinezen, de huizen opnieuw neergezet door AustraliŽ, India en Japan. Wij Nederlanders dragen bij aan de restauratie van "ons" fort. Maar volgens de hotelmanager gisteren bij ons lunchadres komt er nauwelijks geld uit Colombo, er heerst dan ook zichtbare armoede. Overal staan lugubere ruÔnes van huizen. Ieder huis kent ongetwijfeld zijn eigen horrorverhaal. Voor de familie die er woonde en in het beste geval met medeneming van een paar bezittingen heeft kunnen vluchten. Maar ook voor de soldaat die het beschoot, strijdend voor de goede zaak, maar ongetwijfeld ook liever met iets anders bezig dan het kweken van een posttraumatische stress-stoornis.
 
Aan de andere kant brengt toerisme ook veel impulsen. We brengen geld en dus werkgelegenheid. Het fijne hotel waar we nu twee nachten verblijven is pas twee maanden open, om de groeiende toeristenstroom op te vangen. Wat je in Jaffna kan zien naast de kapotgeschoten gebouwen is beperkt, het Nederlandse fort, een prachtige Hindoetempel, een paar katholieke kerken, een levendige markt en vooral veel vriendelijke mensen, die graag een praatje met je aanknopen al spreken ze veel slechter Engels dan de Singalezen. Ze hebben markante donkere hoofden die een beetje imponeren, maar als ze glimlachen komt een rij blinkende witte tanden tevoorschijn die onmiddellijk vertedert. Het ijs is dan snel gebroken. 
 
We kijken met plezier op deze indrukwekkende excursie terug. Morgen gaan we terug naar het zuiden, naar Mannar, over de A 32 die "acceptable" zou zijn. Meer dan honderd kilometer, maar met de wind in de rug moet dat inmiddels wel lukken.