Wintervakantie in China 2005/06

Wintervakantie in China

Meestal schrijf ik in de eerste week na de vakantie een reisverslag. Dit jaar heb ik wat meer tijd nodig om de ervaringen te laten bezinken. Niet alleen omdat het wel een erg drukke vakantie was in een beperkte periode, maar ook omdat het wel even duurt voordat je alle ervaringen een plekje hebt gegeven. Zeker wanneer je besluit om na een 15-urige terugvlucht de volgende morgen om kwart voor acht weer achter je bureau te gaan zitten. Niet zo verstandig achteraf.

Het had even wat tijd nodig. Inmiddels zijn we vier weken verder en wordt het tijd voor enige bespiegelingen over een reis naar een ander continent. Fascinerend, dat wel. Maar het was toch geen liefde op het eerste gezicht, tussen mij en China. Dochterlief overweegt echter Chinees te gaan studeren, na aangename ervaringen met Azië in eerdere reizen. Alvorens zo’n belangrijke keuze te doen er toch maar even gaan kijken?

 

Moet je dat nu wel doen, in de winter naar China? “Veel te koud” kregen we regelmatig te horen. Nou koud, dat was het inderdaad, maar te?

Het had ook wel iets speciaals. Groot voordeel ervan was, dat er weinig Westerse toeristen waren. Op de eerste ochtend (toen man en kind weer waren bijgekomen van hun eerste episode van non-welbevinden) liepen we gedrieën op het Tiennamen plein in Beijing. Tot onze verassing vormden ook wij daar een grote bezienswaardigheid. Sluiks maakten twee Chinese mannen in zwarte leren jasjes met hun ultramoderne telefoontoestel een foto van ons. Later weten we, dat het zwarte leren jasje met de zwarte coltrui het post-Mao uniform is van de moderne Chinees. Wij Westerlingen hullen ons in ski-jack en thermo-ondergoed, maar deze mannen doen net of er niets aan de hand is. Kwestie van wennen waarschijnlijk.  Ik ben echter erg blij met mijn thermohemd en -broek. De van thuis meegenomen zwarte haarband wordt om esthetische redenen afgekeurd door mijn reisgezelschap. Voor 1 Euro (afgedongen natuurlijk) koop ik onder het portret van Mao een muts met de opdruk Beijing Olympics 2008. Nog 957 dagen, 6 uur en 3 minuten te gaan, zegt de lichtkrant op het plein. Ik ben er in ieder geval op tijd bij.

Wat we ons niet gerealiseerd hadden was dat het ook binnen overal zo koud was. Van tochtwering of warmte-isolatie hebben de Chinezen nog niet gehoord. In menig restaurant houden we de jas maar gewoon aan, zo koud is het er. De voordeur kiert en de achterdeur staat gewoon open. “De Chinezen houden van frisse lucht” zegt onze reisleider Luc,” want hoe erg is het niet om andermans adem te moeten inademen”. Dat ze onder de huidige omstandigheden met forse luchtverontreiniging er toch beter aan doen de buitenlucht buiten te houden hebben de Chinezen zelf nog niet bedacht. Mijn rode jack is aan het eind van de vakantie gesierd met een forse grauwsluier en stinkt bovendien naar Noedelsoep. Gratis souvenirs van een winterse reis naar China. Onze reisgenoten met lichtgekleurde jassen doen na de eerste reisweek hun jas naar de laundryservice van het hotel. Donkergekleurde kleren meenemen dus, en warme.

 

Een fascinerende reis, naar een land vol contrasten. Een intern gerichte maatschappij in een gigantisch groot land met 1.3 miljard inwoners. Ze spreken nauwelijks Engels en zelfs met veel lichaamstaal ondersteunde communicatie leidt niet altijd tot succes. ”Waarom zouden we Engels leren, spreken jullie geen Chinees dan?”

Grote contrasten tussen arm en rijk en grote contrasten tussen stad en platteland. In Beijing lijkt het of er een paar jaar geleden een bom is gevallen en ze gewoon opnieuw zijn begonnen. Grote hotels en kantoorgebouwen flankeren de grote autowegen door de stad. Vijfbaans, tijdens de ochtend- en avondspits volledig verstopt. “Nine million bicycles” hebben we niet meer gezien, de moderne Chinees verplaatst zich in de auto. In het verkeer geldt het recht van grootste en sterkste, cq het recht van degene met de luidste toeter. Als voetganger heb je nauwelijks rechten. Dat kostte me op het eerste zebrapad op de luchthaven al bijna mijn leven. Slechts door met koffer en al een sprintje te trekken kon ik het vege lijf redden. In de loop van de vakantie leren we daar trouwens wel mee omgaan, je hebt geen recht op voorrang, maar ze houden er wel enigszins rekening mee dat ook de voetgangers op de een of andere manier aan de overkant moeten komen. We passen regelmatig de macht van de massa toe, in groepsverband voelen wij ons als voetgangers toch machtiger dan een grote bus. Het bleef gelukkig zonder kwalijke gevolgen.

Op het platteland is het straatbeeld anders, daar overheersen nog wel de fietsen en handkarren. En helaas ook het spugen en rochelen. In Pingyao voelen we ons terug in de tijd, we moeten wijken voor kolenman en strontkar. De kolenman stort zijn bestelling gewoon op straat en een nieuwe stofwolk doet een aanval op onze toch al geteisterde luchtwegen. Op Pingyao  kom ik later terug, nog even terug naar Winters Beijing.

 

In Beijing staat alles in het teken van de Olympics. Aan de uitbreiding van de luchthaven wordt nog hard gewerkt, maar volgens onze gids zijn veel sportaccommodaties al bijna gereed. “Let maar op” zegt hij “een jaar van te voren is alles hier klaar”. De Verboden Stad is inmiddels grotendeels gerestaureerd, het paleis van de Hemelse Vrede was helaas gesloten voor restauratie. Het park eromheen was trouwens net zo interessant. Ondanks de kou verblijven de Chinezen overdag buiten. Kaartje leggen, spelletje mahjong, gezamenlijk musiceren, alles in mogelijk. En vooral af en toe fijn rochelen. Onder de galerij in het park is het een drukte van belang, een echtpaar waagt een sierlijk dansje op de muziek van een zelf meegebrachte radio. ‘s Morgens bij het ochtendgloren zien we in de parken mensen in groepjes bezig met Tai-Chi, maar ook Chinees tennis/plakbal is populair. Hier zitten de ouderen niet de hele winter achter de ramen bij de kachel maar wordt er buiten geleefd. Ik denk dat ze hier de gezonde beweegnorm van een half uur per dag wel halen.

 

Tijdens de Rikshawtour door de Hutongs lijden we in de open fietsjes bittere kou, ondanks het verstrekte dekentje. Gelukkig mogen we even later wat rondlopen. Op het bevroren meer zien we de grootste attractie van deze morgen, de prikslee. Voor 1 Euro de man glijden we even later over de witte (nou ja, eigenlijk meer grauwe) ijsvlakte. Ergens midden op het ijs heeft een man een kraampje met ijshockey - en kunstschaatsen. Hij heeft nog niet erg veel klandizie. Na een kwartiertje hebben we het weer wel gezien, we zijn weer warm en onze schouders gaan al protesteren van de onwennige beweging.

Verder valt deze Hutong- excursie een beetje tegen. Alle huizen zijn grijs, de kleur van het volk. Gecombineerd met de smog geeft dat een sombere uitstraling. Maar de teleurstelling komt waarschijnlijk ook wel, omdat we de avond daarvoor bij Chinese mensen in een dergelijke Hutong te eten waren genodigd. Een geweldige belevenis.

Via een Rotarycontact van mijn echtgenoot waren we uitgenodigd bij de ouders van een Chinees meisje, Yuan, dat met ondersteuning van Rotarians in Nederland studeert. Onze dochter had met haar via de e-mail de afspraken gemaakt en we werden dinsdagavond verwacht voor het diner. Beladen met pakjes uit Nederland stonden we in de hotelhal te wachten op haar oom, die ons zou brengen en zou trachten te tolken. Zijn Engels was beperkt, maar voor het doel van de avond ruim voldoende. Na een half uur avondspits waren wij het adres, een Hutongbuurtje in het noordelijke centrum van de stad. Via een paar kruip-door-sluip-door steegjes kwamen we bij ons gastadres, moeder stond ons reeds buiten op te wachten. Ook de medebewoners van de buurt aanschouwden vanachter de gordijnen onze aankomst.

Een kleine tweekamerwoning, in de grootste kamer een grote wandkast, een oude Amerikaanse koelkast, een tweepersoonsbed en een opklaptafel met melkkrukjes. In de eerste kamer het bed van hun dochter, beladen met dozen, een houtkacheltje om op te koken en een bassin met stromend(!) water. Gewoon beton op de vloer, geen kachel, maar brandschoon. We hadden gelukkig een dikke trui aan, want het was er koud. Moeder hield de hele tijd gewoon haar jas aan.

 

We werden met veel egards en veel groene thee ontvangen en al snel volgde de uitwisselingsceremonie van de cadeaus. Ook wij werden overladen met presentjes, die je dan eerst beleefd hoort te weigeren maar dan toch aan moet pakken. Uitpakken in aanwezigheid van de gever is uit den boze, de foto van Yuan werd in de kast gezet, om later als we weg waren uit te pakken. Vervolgens volgde een overdadige maaltijd, waaraan onze gastheren overigens niet erg deelnamen. Alles was voor de gasten.

 

Dankzij de vele koppen thee en de door de gastheer royaal ingeschonken biertjes moesten we uiteindelijk toch naar het toilet. Nog even overwogen het maar op te houden tot terugkeer in ons comfortabele hotel, maar dat leek toch niet zo’n goed plan. We gaan dus maar voor het totaalpakket, inclusief bezoek aan de collectieve sanitaire voorziening van de Hutong wijk. Dat was onze eerste confrontatie met het beruchte Chinese sanitair. Achteraf gezien viel dit groepstoilet nog mee, alleen was de geur niet zo fris omdat twee Chinese buurtgenotes er kennelijk al even op hun hurken zaten.

In eerste instantie waren de toiletten nog te beschouwen als een bezienswaardigheid, later in de reis een steeds groter wordende belemmering. “Als ik nu niets drink, hoef ik straks niet te plassen, dat scheelt weer een confrontatie met ongewisse sanitaire omstandigheden”.

Gaten in de grond, al dan niet met de resten van je voorgangers, afgeschermd door een schotje, bij de luxueuzere uitvoering met halfhoge deur aan de voorkant. Deze kon soms ook nog op slot, al was dat niet zo zinvol omdat je toch wel kon zien dat er iemand op zat. Zelf meegebracht toiletpapier moest, zoals zo vaak in Azië, in een mandje naast het toilet, maar je Westerse motoriek is daar niet zo op aangepast, menigmaal verdween het eerste papiertje toch in het toilet. Het went wel, eenmaal thuisgekomen was het eerst even zoeken naar het bijbehorende mandje. Oh nee, dat hoeft thuis niet.

De toiletten in de hotels zijn prima. Maar daarbuiten niet echt. Voordeel van het systeem is, dat je nergens met je handen aan hoeft te zitten. Na afloop doet een flesje hand-desinfectie wonderen, ook al heb je alleen aan je eigen lijf gezeten. Na een bezoek aan een het wooncomplex van de familie Wang in de buurt van Pingyao gingen we lunchen in een plaatselijk restaurant. Lekker eten op het draaiplateau, voor geen geld. Na het eten toch maar even plassen. Het toilet op de binnenplaats was van de zelfde orde als ik zojuist in het paleis uit de 16e eeuw had gezien, vierhonderd jaar vooruitgang was hier aan voorbij gegaan. Het toilet in de naburige Lingshui tempel (prachtige houten beelden, maar dringend behoefte aan een afstofbeurt) was een echt een dieptepunt. Het gootje onder de poepgaten werd elke vijf minuten doorgespoeld. Toch pech als je er net boven staat. Naarmate de reis verder vorderde werden de sanitaire omstandigheden bedroevender. Dochterlief is twee keer ziek geweest, de tweede keer tijdens de treinreis naar Xi’an, niet echt een gelukkig moment.

 

Maar terug naar de positieve belevenissen. We hadden een excursiepakket Beijing erbij geboekt, een beetje voorzichtig geworden na alle verhalen dat je in China als zelfstandig toerist niet zo goed uit de voeten kan. Dat bleek niet nodig, via metro en taxi kom je overal, laat zonodig door de hotelreceptie de gewenste bestemming op een briefje schrijven. Meerwaarde vormde echter onze Belgische gids Luc, die op latere leeftijd Chinees was gaan studeren en een wandelende encyclopedie vormde. Zijn beminnelijke en relaxte stijl vormde een prettig tegenwicht tegen de hectische Chinese omgeving. Elk nadeel heb z’n voordeel, ook aan deze kant van de aarde. Zeker de excursie naar de Chinese muur vonden we achteraf handig. We bezochten deze op een plek ruim anderhalf uur rijden van de stad, waarvan we dankzij ons kuddedierengedrag de plaatsnaam niet eens weten. Flinke klim, bij ieder wachttorentje opnieuw een beslissing nemen of je “er nog eentje neemt”. Uiteindelijk op de top beland, medaille van mijn lieve echtgenoot gekregen als bewijs van mijn uitzonderlijke prestatie. “She climbed the great wall”.

Letterlijk en figuurlijk toch wel een hoogtepunt van de reis naar China, vooral vanwege de mystieke uitstraling van de plek. In de achtergrond zag je Djengis Khan met zijn woeste kudde paarden al op je afstormen. Oh nee, toch niet, dat is de bus.

 

Pingyao, de tweede etappeplaats in de reis is een belevenis. Na een redelijke nachtrust in de trein komen we ’s morgens in alle vroegte aan op het station. Per elektronkarretje gaan we naar het hotel. Het heeft die nacht gesneeuwd.  Met weinig fantasie waan je jezelf in een ander tijdperk. De stadskern binnen de muren van de stad (toch nog 400.000 inwoners) is net een openluchtmuseum. Niet alleen zijn vele panden honderden jaren oud, maar ook de mensen leven nog ver terug in de tijd. Slagers spreiden hun koopwaar uit op een tafeltje in de buitenlucht, afgedekt met een smoezelig doekje. Op een stoep zit een man met een handnaaimachine een leren jas te repareren. Ze willen overigens niet op de foto.

Het is er toeristisch, maar we zijn in dit jaargetijde de enige toeristen. In de kroeg op de hoek serveren ze chocomelk met Bailey’s. We zijn aan zo’n opwarmertje wel toe. De kroeg wordt verwarmd met een houtkachel en enige schalen met open houtvuur. Gelukkig zijn er voldoende kieren tussen de ramen en deuren om ons voor een koolmonoxidevergiftiging te behoeden. Buiten bedelt een man met het syndroom van Down. Hij is blij met onze gift “xsi xsi”( dank je wel). Normaal geef ik niet zo makkelijk aan bedelaars, maar de leefomstandigheden voor deze groep mensen, waar ik in Nederland mijn dagelijks brood mee verdien, zijn bedroevend. Het valt me op dat motoriek en stemgebruik zo overeenstemmen met mijn Nederlandse “klantjes”.

 

Een bezoek aan de plaatselijke apotheek met als missie een nieuwe verzameling anticonceptiepillen te scoren leverde opmerkelijke resultaten op: condooms, calciumtabletten en de morning after-pil, maar geen Microgynon. Vraag me af hoe ze dat hier doen met de een-kind gezinnen. Een tolk werd uit een naburige winkel geplukt, ze sprak een beetje Engels en meende het probleem te snappen: terwijl ik met overdreven handgebaren aangaf geen baby in mijn buik te willen zei ze: “ are you not happy with your body”?

Ook hier worden we regelmatig met enige nieuwsgierigheid bekeken, ze zijn toch nog niet erg gewend aan Westerlingen. Het is de meest indrukwekkende etappeplaats van onze reis.

Desalniettemin zijn we toch blij als we na twee nachten weer verder mogen. De smog en de sanitaire omstandigheden doen ons verlangen naar de volgende etappeplaats Xi’an.

Niet dat het daar zoveel beter is, ook in deze miljoenenstad is het mistig en dampig. Na een matige nachtrust in de smoezelige nachttrein checken we in in het hotel tegenover het station. Handige locatie, maar een beetje versleten, met Oostblok-achtige uitstraling. Mijn laken vertoont meerdere gaten, de badkamer kent geen verwarming maar wel een levensgroot raam met zicht op duizenden treinreizigers. Gelukkig is de douche warm dus het raam beslaat snel.

 

We gaan dezelfde ochtend met de bus naar het Terracottaleger. Ook een overbodige geboekte excursie, de rechtstreekse bus hiernaartoe vertrekt pal voor het hotel. Maar we krijgen nu wel een uitleg van een charmante Chinese gids (met geel vlaggetje!), maar halverwege haar verhaal ziet ze in, dat ze beter even haar mond kan houden. Een blik naar achteren in de bus laat me de slapende koppies van onze medereizigers zien. Kennelijk meer mensen slecht geslapen in de nachttrein.

Het Terracottaleger is indrukwekkend, al wordt de indruk enigszins verstoord door het gigantische marmeren complex dat de Chinezen er overheen hebben gezet. Je mag niet fotograferen met flits, maar binnen lijkt het net een disco. Burgerlijke ongehoorzaamheid is kennelijk een van de nieuwe Chinese verworvenheden. Wij zijn braaf en kopen maar een fraai fotoboek van de opgravingen met de ter plekke gezette handtekening van één van de boeren die in 1974 de eerste ontdekking van dit imposante leger heeft gedaan. Of het een authentieke boer is waag ik te betwijfelen, maar hij  zat er wel bij met een uitstraling alsof hij eigenaar van het complex was.

 

Xi ‘an is verder charmant. Winkelstraten met Westerse winkels en Oosterse kraampjes. We laten voor 10 eurocent onze wandelschoenen poetsen. Leuke moslimwijk,  met verstilde schoonheid in een Chinese moskee met een prachtige tuin, ook in de winter. Weer gezellig gegeten met onze jas aan in de enige tent met een Engelse menukaart. Een juffrouw met Heineken-schortje en dito flesopener voorziet ons van een vertrouwd drankje. Het toilet valt mee, het eten is heerlijk.

De volgende ochtend ontbijten we in de “Chinese kantine” van ons hotel. Noedelsoep, met kip en gedroogde garnalen. En veel thee. 2 euro voor ons drieën. Van eten buiten de deur word je in China niet arm, tenminste als je geen kreeft gaat eten. Dat deden we als toetje op Hainan. Want je moet toch ergens je geld aan kwijt.

 

Aan het eind van de vakantie verblijven we drie dagen op Hainan, het Gran Canaria van China. De eerste dag warmen we ons op aan zwembad en strand. Heerlijk. Het hotel in de middle of nowhere heeft minstens 500 kamers en we verblijven er samen met een andere Nederlandse reisgroep, in totaal zo'n 35 personen. Gezamenlijk hebben we zeker 150 man personeel tot onze beschikking. Je hebt de laatste hap ontbijt nog niet achter de kiezen of je bord wordt al afgeruimd. Beetje mislukt vastgoedproject dus, maar wij genieten er toch wel van. Weer een beetje luxe en warmte na de winterse omstandigheden van de afgelopen dagen.

 

Er is daar echter hetzelfde probleem als op de Europese variant: als het slecht weer is, is er dus niets te doen. De derde dag waait buiten de wind met windkracht 9 om het gigantische hotelcomplex. Het is te koud om zonder fleecetrui buiten te zitten. Boekje lezen en internetten dus maar.

 

Een paar keer gaan we in deze dagen in de strandtent vis of schelpdieren eten, je kunt in het bassin aanwijzen welke beest je lekker lijkt, een tien minuten later ligt hij, overgoten met een kilo knoflook op je bord. Biertje erbij, zicht op de onstuimige Stille Oceaan, we komen de dag wel door. En onderwijl filteren onze longen weer schoon, na 10 dagen smog en sigarettenrook.

 

Op Hainan laten we ons nog verleiden tot een extra dagexcursie. Drie dagen niks doen is tenslotte niet eenvoudig.

Bezoek aan een minderhedenstam bleek een bezoek aan een toeristenfuik. Leuk was onderweg wel de lokale markt, waar ze alleen maar de groente kousenband verkochten. Brommers vol werden opgetast met een kuub kousenband. Ook hier is het weer de vraag wie de grootste bezienswaardigheid vormt. Een bus met blanke toeristen of de lokale bevolking. We hoeven gelukkig niet te eten bij de door de lokale gids uitgekozen lunchlocatie op een boot in de haven, vol met de krioelende kakkerlakken. In het restaurant van tweede keuze is het evenmin een feest. De lokale specialiteit “gekookte kip” blijkt te bestaan uit een in stukken gehakte overjarige soepkip. De kop en poten laten we maar liggen, het toilet voegt een nieuwe episode toe aan ons avondvullende programma over “de Chinese toilettaire situatie”. Terug in het resort voegen we ons in de cocktail bar enigszins besmuikt bij onze wijzere reisgenoten. Zij hebben een heerlijke dag aan het zwembad gelegen. We nemen een Margharita om het leed te verzachten. Na uitvoerige bestudering van de instructies weet de ober een look-alike af te leveren. De volgende dag lukt het al beter, het zout blijft deze keer gelukkig wel aan de glasrand hangen.

 

De één na laatste dag vliegen we naar Guangshuo, waar we nog ons hart kunnen ophalen aan winkelen en markten. Hele straten met één product: plastic zakjes, knopen, kralen, telefoontoestellen, dode geiten of gevilde honden. Op de markt zakkenvol gedroogde zeepaardjes, slangen en schorpioenen. We eten ter afsluiting met de hele groep in een groot visrestaurant. Met een delegatie van de groep lopen we al aanwijzend door de “live” menukaart: krab, vis, coquilles, bordje spinazie en tahoe. 10 euro per persoon, een duur afscheidsdiner. Vandaag maar geen krokodil, schildpad of slang. Versuft liggen deze dieren in hun veel te kleine kooi te wachten op de klanten van de volgende dag.

 

Na een vliegtocht van 15 uur staan we zondagavond  weer op Schiphol.

Al met al was het een indrukwekkende reis, weer heel anders dan onze vorige tochten richting Azië. De Chinezen zijn, na aanvankelijk een beetje ondoorgrondelijk gedrag, zeer vriendelijk en behulpzaam, al spreken ze geen woord Engels. Onze dochter weet echter na deze reis nog veel minder of ze wel Chinees wil gaan studeren. Het blijft een heel interessant land, maar voor een koukleum als dochterlief in de winter veel te koud.

 

Voorlopig spreken we tien woorden Chinees, en kennen al drie karakters, zij heeft er nog minstens 4997 te gaan als ze het toch gaat studeren.

Maar het cultuurgoed van het land is bijzonder interessant, evenals de manier waarop China zich in korte tijd ontwikkeld heeft. Die ontwikkeling zie je echter vooral in de grote steden, op het platteland leven de Middeleeuwen nog steeds voort. Of liever gezegd de Ming Dynastie.

Zoals gezegd, het was geen liefde op het eerste gezicht, maar wel buitengewoon boeiend. We komen er vast nog wel eens terug, maar dan wel graag in de lente of herfst…...