Week 7 Xepon - Thakhet

9 december Xepon- Phalan 95 km
10 december Phalan - Savannakhet 60 km en 45 in taxibusje
11 december rustdag Savannakhet

Hardrock

Bij nader inzien is in Laos toch alles anders geworden. Het is nu kwart voor 1 's nachts en ik kan niet slapen. Niet omdat ik niet moe ben, sterker nog, na 95 tropische kilometers ben ik bekaf. Maar in de achtertuin van ons naamloze guesthouse in een naamloos gehucht op het Laotiaanse platteland is een popconcert. Het is om 7 uur vanavond begonnen. Bram zei nog: joh, dat is zo afgelopen, die Aziaten gaan met de kippen op stok. Maar helaas, ze weten van geen ophouden. Het genre is moeilijk te duiden, soms klinkt het als stevige hardrock, dan weer de zoetsappige Thaise vierkwartsmaat. Maar altijd met dreunende bas en een volume waarmee je het dak van de Arena eraf blaast. 
Het klinkt alsof er helemaal geen publiek is, maar als we de volgende ochtend er tamelijk sacherijnig langsfietsen is het veldje bezaaid met achtergebleven plastic. Hopelijk ruimen ze dat nog wel op. 30 km verderop wordt het podium weer opgebouwd, inclusief de bijbehorende kermis en markt. We kunnen een ons tegemoet komende fietsende Engelsman de tip geven om een guesthouse iets verderop te zoeken, maar of dat lukt weet ik niet, ze zijn hier niet zo dik gezaaid. 
Terwijl we met hem te praten staan in de volle zon wordt Bram ineens niet lekker. Gelukkig staat er aan de kant van de weg onder een dikke boom een leeg hutje, waar hij al snel weer bijkomt. De Engelsman had net staan te vertellen dat hij het soms lastig vindt om alleen te fietsen, stel dat je ziek wordt of zo. We begrijpen dat helemaal, we kunnen hem misschien helpen. Eergisteren waren we namelijk een ook alleen fietsende Engelse jongedame tegengekomen. Hij ging hard fietsen om haar in te halen. 
Bram is al een paar dagen niet fit. Op onze laatste avond in Vietnam had ik net ons stukje gepost op de website over fietsen in Vietnam waarin stond dat we niet ziek waren geworden, of Bram kroop met een verhit hoofd koortsig onder de dikke dekens. De volgende dag ging het wel weer. Maar we zijn toch daar maar een dagje extra blijven hangen omdat je met een enge tropische ziekte in Vietnam waarschijnlijk beter af bent dan in Laos. Daarna leek het beter te gaan, dus de volgende dag toch maar Laos in gefietst. Maar het is nog niet over, helaas. Hij is niet doodziek, maar moe, hoofd- en spierpijn. Een of ander virus ongetwijfeld. Misschien toch een milde vorm van dengue, alhoewel niet alle symptomen kloppen?
We hebben nadat hij niet lekker was geworden maar een taxibusje aangehouden, hup tandem erin, iedereen een beetje inschikken. Eerst naar onze beoogde etappeplaats Xeno, maar toen het busje bleek door te rijden naar Savannakhet zijn we maar blijven zitten. De weg was toch saai en heet. 
Op een van de twee houten banken in het busje lag een man onder een dikke deken. Uit de handen-en-voeten-conversatie die ik met mijn buurvrouwtje had bleek dat ze op weg waren naar het ziekenhuis. Die man zag er veel beroerder uit dan Bram met zijn bruine kop, dus dat was voor ons wel weer geruststellend. 
Zo'n ritje in zo'n halfopen taxibusje, de songthaw, is trouwens best wel spannend. Op de tandem heb ik zelden het gevoel iets onverantwoordelijks te doen, maar met 80 km/uur over hobbelige wegen zonder gordels of wat dan ook, een noodstop en je ligt met gebroken nek in de berm 20 meter verderop. Er stapt even later nog een oma in met haar kleinkind, haar bamboe mandje met sticky rice, een lege jerrycan en twee balen rijst. Rijstbalen bovenop onze fietstassen, mandje sticky rice aan mijn stuur, kleinkind losjes op het stalen stoeltje op de achterplecht. Oma houdt hem nog wel vast, dat wel. 
Gelukkig komen we zonder kleerscheuren over, betalen het toeristentarief van 5 euro voor 45 km, zoeken een guesthouse en gaan eerst maar eens uitzieken. Bram ligt om half 7 al te slapen. 
We blijven hier nog wel even, dus alle tijd om een volgend stukje te typen over alles wat anders is geworden in Laos. Want dat lijkt wel degelijk zo te zijn. 
 
12 en 13 december rustdag
14 december Savannakhet - Nong Bok 85 km

Na drie dagen ziekteverlof in slaperig Savannakhet vandaag weer on the road. Om 6 uur al op de fiets, het is bloedheet hier later op de dag. 
Savannakhet is een prima stad om een beetje ziek te zijn, je mist niks als je niets doet. Een paar oude Frans-koloniale gebouwen, een aandoenlijk dino-museum, een grote tamelijk smerige markt en een paar westerse cafeetjes waar je heerlijk ijskoffie kan drinken. En niet te vergeten terrasjes aan de Mekong voor een koel drankje terwijl de zon aan de overkant prachtig ondergaat. Tussen zijn dutjes door voelde Bram zich gelukkig fit genoeg om dit allemaal te ontdekken en te genieten van de relaxte sfeer in de stad. 
Onderwijl uitkijkend naar het Laotiaanse wegverkeer: een enkele fietser, een paar niet-toeterende brommertjes en talloze glanzende witte auto's. Vooral Japanners, maar Bram keek ook lichtjes kwijlend naar zo'n dikke Mercedes waarbij de helft van het dak meekomt als de deuren opengaan. Dat ik meende dat voor onze leeftijdscategorie er een tillift bijgeleverd moest worden vond hij maar een onzinnige opmerking. 
De nieuwe rijkdom heeft hier zijn intrede gedaan. Behoorde het land eind vorige eeuw nog tot de twintig armste van de wereld, is het inmiddels het hele Afrikaanse continent voorbijgestreefd. Mede dank zij veel Chinese investeringen. En mede ook omdat veel Afrikaanse landen er zo'n puinhoop van maken maar dat terzijde.

Waarbij de tweedeling in het land weer zeer duidelijk is, mensen uit de minorities/ bergvolkeren wonen nog in hun bamboehutjes, de nieuwe rijke bouwt een paleisje.  In rustig Laotiaans tempo, dat nog wel.
Koffie, staal, elektriciteit, olie en niet te vergeten toerisme zijn de nieuwe inkomstenbronnen. Al moet er in een stad als Savannakhet, de tweede stad van het land nog wel iets gebeuren willen de de toeristen langer dan een dag blijven hangen. Het Thaise consulaat bleek de grootste toeristische trekpleister, felbegeerde visa's voor bijvoorbeeld een Engelse juffrouw die Science doceerde op een Thaise primary school. Of een Rus die een tamelijk onduidelijk winkeltje voerde in Pattaya.
We hadden alle tijd om met een ieder te keuvelen. Tussen de dutjes door dan.
 
15 december Nong Bok - Thakhet 40 km
Er valt zoveel te beschrijven al fietsend door zo'n tropisch land dat het soms moeilijk is een keuze te maken in de onderwerpen. (Bijna) alles is anders dan thuis. Maar we kunnen niet de hele tijd zitten typen, we moeten tenslotte ook nog fietsen, drinkstopjes houden, naar kindertjes zwaaien en niet te vergeten zorgen dat we ergens slapen en genoeg eten en drinken. De belangrijkste toeristenhotspots hebben we tot nu toe grotendeels gemeden, het genot zit in de kleine dingen. Zoals het contact met de mevrouw van het stalletje bij ons eerste stopje vanmorgen. Prachtig koel plekje in de bocht van de weg. Onder een grote, breed uitwaaierende tropische boom voor een ouderwetse brug, waar we later lopend overheen moesten omdat je makkelijk met de wielen tussen de planken kan komen. Ze sprak geen woord Engels, maar desalniettemin werd duidelijk dat wij uit Holland kwamen, op weg zijn naar Vientiane en zij een stuk jonger was dan wij. Ze zwaaide ons met gemengde gevoelens uit. Waarom nemen ze niet de bus?
Maar laat ik nog iets vertellen over ons hotel vannacht. Het is altijd een beetje spannend waar gaan we slapen. Er bestaat geen overzicht van overnachtingsadressen van de Laotiaanse VVV. We moeten het doen met reizigersinformatie op internet. Zo is er www.crazyguyonabike.com, een Engelstalige site die reisverslagen van fietsers bij elkaar brengt. We troffen er o.a. een reisverslag van een Nederlands/Australisch gezin dat jarenlang op twee tandems met hun twee kinderen door de wereld zwierf. Geen huis meer in enig land, altijd on the road.  En op de site waar je ook onze route kan vinden https://trackmytour.com/gNjlv  zagen we een route van een stel Nederlandse fietsers die vorige maand dit traject in tegenoverstelde richting hebben gefietst. Daardoor wisten we dat we de eerste twee tamelijk groezelige guesthouses op de landelijke route langs de Mekong vanuit Savannakhet links resp. rechts konden laten liggen. 
In het dorp Nong Bok zou een guesthouse zijn zagen we aan hun waypoint. Nong Bok is niet meer dan een kruispunt. Nou, ok dan, twee kruispunten. We waren er al bijna doorheen toen opeens een heus hotel opdoemde. Groot wit gebouw, twee verdiepingen, twee vleugels. Ik denk wel 40 kamers, gloednieuw. In een grote hal met veel graniet bekleed een prachtige receptiebalie uit tropisch donker hout geboetseerd. En een dubbeldeurs koelkast, leeg helaas. Maar verder niemand te bekennen. Op ons uitgebreid hello roepen in alle hoeken van het gebouw geen reactie. We hebben niet veel keus dan te wachten, want het volgende guesthouse is wellicht 40 km verderop en we hebben er al 85 opzitten. In de achtertuin staat een jongeman bij een auto, maar diens lichaamstaal straalt uit: let niet op mij, ik hoor er niet bij. 
Maar na enige tijd wordt hij wat ongemakkelijk onder deze situatie en gaat hij telefoneren. Hij ontvangt van degene die hij aan de lijn heeft instructies. De sleutels liggen in de middelste la, breng hen maar naar kamer B 204 en die kost 100.000 Kip,11 euro. De jongeman, nu hotelboy ad interim weet niet hoe gauw hij weer uit die rol moet ontsnappen.
De kamer ziet er op het eerste oog netjes uit, maar we moeten eerst even herinrichten. Zo verwijderen we het plastic verpakkingsmateriaal rond het matras. Te broeierig en het kraakt. Bovendien is het slecht voor het matras omdat het niet kan ventileren, maar dat vertellen ze er in de Laotiaanse beddenwinkel kennelijk niet bij. Verder moeten we nog het winterdekbed uit de hoes halen en een massaslachting onder de mieren in de badkamer aanrichten. 
We hadden ook nog een uurtje druk kunnen zijn om de stickers overal af te halen. Plastic rond de deurgrepen van de kast, de energiestickers op koelkast, airco en boiler. Merkstickers op het sanitair. Of de beschermfolie van de TV. En niet te vergeten alle beschermfolie van de kozijnen en deurposten. 
Maar daarmee willen ze kennelijk trots uitstralen dat alles brandnieuw is. We laten het maar zo. Andere prioriteiten: douchen, eten en slapen namelijk!