Week 15 Chum Ko - Ko Phayam

3 februari Chum Ko - Chumphon 41 km
4 februari Chumphom - Kraburi 66 km
5 februari Kraburi - Ranong 69 km
6, 7 en 8 februari Ko Phayam
 
Niks doen
Niks doen is best lastig. Zeker als je op fietsvakantie bent. Maar deze laatste maand doen we naast fietsen ook veel niks, bij voorkeur op of bij het strand. We hebben nog 500 km te fietsen in drie weken, verdeeld over 8 etappes. Kortom dagen genoeg om niks te doen. Dit hebben we zelf zo gepland dus je hoort ons niet zeuren, maar het is even omschakelen. Fietsen is verslavend. 
Gisteren hebben we op de rustdag daarom maar een 40 km rondje gefietst. Naar een prachtig verlaten strand, met een azuurblauwe zee, waar je meters ver in kon lopen. 
Al dobberend daarin moest ik ineens aan mijn werk denken. Het was maandagochtend. Over een paar weken sta ik weer in de file op de A13 op maandagochtend. Of zou de nieuwe A4 de filedruk hebben verminderd inmiddels? Rare gedachtes zo in een tropische zee. 
Grappig hoe de menselijke geest werkt. Het betekent dat je je zo langzamerhand toch weer aan het voorbereiden bent op de periode hierna. Met deze voorbereidende gedachtes wordt namelijk de geest rijp gemaakt zodat je over een aantal weken zegt: ik wil toch wel weer naar huis, het is mooi geweest zo.
Maar gesteld dat we nog een maandje verder zouden fietsen, naar Singapore bijvoorbeeld. Dan komen deze gedachtes niet in je op. 
Maar we komen gewoon naar huis hoor! Al was het maar omdat ik eind deze maand 60 word en de viering daarvan door man en dochterlief in het diepste geheim wordt voorbereid, met veel Whatssapp verkeer dat ik niet mag inzien. Ik verheug me er enorm op!
We fietsten overigens naar dat strand omdat het strand in ons dorpje een grote vuilnisbelt was. Overal troep en (scheeps)afval, inclusief een dode jonge hond. Daar gingen we liever maar niet zwemmen. 
Dat maakt je hier toch wel droevig, die troep. Ook zojuist weer, toen we vanuit onze volgende beachfront bungalow de zee in liepen om het fietszweet van ons af te spoelen moesten we tussen de plastic zakken door laveren. 
Als we ons te erg vervelen tijdens het nietsdoen kunnen we altijd nog het strand gaan schoonmaken. Maar wat ons daarvan weerhoudt is dat ze hun verzamelde vuilnis in de berm verbranden. Door de rook moeten we vervolgens dan weer doorheen fietsen met ingehouden adem.
Het zal dus oefenen in niks doen worden. En af en toe nog een stukje schrijven over al onze belevenissen. En voorzichtig weer een beetje nadenken over thuis. En waar de volgende fietsreis naar toe gaat bijvoorbeeld....
Niks doen is best lastig. Zeker als je op fietsvakantie bent. Maar deze laatste maand doen we naast fietsen ook veel niks, bij voorkeur op of bij het strand. We hebben nog 500 km te fietsen in drie weken, verdeeld over 8 etappes. Kortom dagen genoeg om niks te doen. Dit hebben we zelf zo gepland dus je hoort ons niet zeuren, maar het is even omschakelen. Fietsen is verslavend. 
Gisteren hebben we op de rustdag daarom maar een 40 km rondje gefietst. Naar een prachtig verlaten strand, met een azuurblauwe zee, waar je meters ver in kon lopen. 
Al dobberend daarin moest ik ineens aan mijn werk denken. Het was maandagochtend. Over een paar weken sta ik weer in de file op de A13 op maandagochtend. Of zou de nieuwe A4 de filedruk hebben verminderd inmiddels? Rare gedachtes zo in een tropische zee. 
Grappig hoe de menselijke geest werkt. Het betekent dat je je zo langzamerhand toch weer aan het voorbereiden bent op de periode hierna. Met deze voorbereidende gedachtes wordt namelijk de geest rijp gemaakt zodat je over een aantal weken zegt: ik wil toch wel weer naar huis, het is mooi geweest zo.
Maar gesteld dat we nog een maandje verder zouden fietsen, naar Singapore bijvoorbeeld. Dan komen deze gedachtes niet in je op. 
Maar we komen gewoon naar huis hoor! Al was het maar omdat ik eind deze maand 60 word en de viering daarvan door man en dochterlief in het diepste geheim wordt voorbereid, met veel Whatssapp verkeer dat ik niet mag inzien. Ik verheug me er enorm op!
We fietsten overigens naar dat strand omdat het strand in ons dorpje een grote vuilnisbelt was. Overal troep en (scheeps)afval, inclusief een dode jonge hond. Daar gingen we liever maar niet zwemmen. 
Dat maakt je hier toch wel droevig, die troep. Ook zojuist weer, toen we vanuit onze volgende beachfront bungalow de zee in liepen om het fietszweet van ons af te spoelen moesten we tussen de plastic zakken door laveren. 
Als we ons te erg vervelen tijdens het nietsdoen kunnen we altijd nog het strand gaan schoonmaken. Maar wat ons daarvan weerhoudt is dat ze hun verzamelde vuilnis in de berm verbranden. Door de rook moeten we vervolgens dan weer doorheen fietsen met ingehouden adem.
Het zal dus oefenen in niks doen worden. En af en toe nog een stukje schrijven over al onze belevenissen. En voorzichtig weer een beetje nadenken over thuis. En waar de volgende fietsreis naar toe gaat bijvoorbeeld......
 
Halverwege

Nadat we eind oktober waren geland in Kunming en Marijke via WhatsApp aan Lisanne, onze dochter onze locatie had verstuurd stelde ze vast dat we 10.000 kilometer van huis waren. Ze schrok een beetje toen ik zei dat we de helft daarvan zouden gaan fietsen. Het wordt op zo'n moment ook wel heel concreet hoe ver 5.000 kilometer is. Waar je met het vliegtuig een hele dag onderweg bent moet je op eigen kracht terug zien te komen. Voor de helft weliswaar en we mochten er 4 maanden over doen. Inmiddels zijn we de 5.000 kilometer gepasseerd en hebben tijd over. Het viel toch nog wel mee, zelfs met een onderbreking van een week om op en neer naar Nederland te gaan. We hebben gewoon tijd over om niks te doen. We hadden natuurlijk voorbij ons einddoel Phuket kunnen fietsen en met een omleiding weer terug, maar zo erg is de fietsverslaving ook weer niet. 
Gisteren zijn we voor dat tijdverdrijf aangekomen op Ko Phayam, een eilandje in de Andamanzee waar geen grootschalige resorts zijn, maar waar voornamelijk jongeren, maar ook veel overjarige hippies verblijven in meestal eenvoudige bungalows. Ons geplande verblijf hier is 6 nachten, maar gisteren hadden we ernstige twijfels of we het zolang zouden uithouden. Waarom eigenlijk? Waarom zat er direct al onrust in ons lijf? Op het strand vandaag hebben we geprobeerd daar een verklaring voor te vinden. Zo heel erg is het hier immers niet. 
Het heeft er volgens ons mee te maken dat er een ritme is ontstaan, een manier van leven, van aankomen en vertrekken. Dat laat geen ruimte om ergens te "landen". Om ergens eens de rust te vinden om niks te doen. Dit terwijl we zeker zeer ontspannen zijn. Het is een psychologisch proces en het lijkt soms ook wel een vorm van nergens meer bij (willen) horen. We voelen ons natuurlijk zeer verwant met mede-fietsers, maar bij hen menen we iets dergelijks te zien. Iets zonderlings hebben ze eigenlijk allemaal. Een Engelsman die al jaren fietste zei in dit verband: I gave up all responsebility. I started my second childhood. Bij onszelf kunnen wij uiteraard niks zonderlings ontdekken.
Na de vorige keer dat we 4 maanden op reis zijn geweest raakte ik na een maand of 8 in een behoorlijke dip. Dat had voor mijn gevoel te maken met allerlei zorgelijke gebeurtenissen in de familie. Een psycholoog vertelde me wel dat zo'n reis je wat wiebelig kan maken. De verklaring daarvoor was dat je door 4 maanden zwerven uit je normale dagelijkse regime raakt, waar je bij terugkomst weer in moet zien te komen. 
We hebben natuurlijk wel meer rustdagen gehad in onze reis. Je kan simpelweg niet altijd maar doorrijden. Het is ook leuk om soms ergens wat langer te zijn. Vientiane in Laos is een leuke, interessante stad waar we 3 dagen waren, net als in Hue Beach in Vietnam. Het verblijf in Savannaket was noodgedwongen wat langer, omdat ik niet helemaal lekker was. Het was telkens zo dat het even duurde voordat ons een gevoel van rust overviel. Het zal dus hier ook wel goed komen, alhoewel we nu al hebben besloten ons verblijf hier tot 5 dagen te beperken. Dan kunnen we wat langer in het natuurpark Khao Sok national park kunnen verblijven. Natuur vinden we interessanter dan strand, alhoewel we hier al 4 neushoornvogels hebben gezien en een boomslang. Natuur is er hier gelukkig ook. Maar ook wel veel rotzooi. Het pad naar het stand ligt bezaaid met bouwafval en andere klerezooi. De troep die hier overal ligt en drijft maakt me soms treurig. Het strand is hier gelukkig wel schoon.
Inmiddels zitten we voor ons bungalowtje na een lekkere stranddag. We gaan er straks op uit om ergens te eten en de mogelijkheden zijn enorm. Gisteren met twee Thaise mannen op het strand gegeten. Was erg gezellig. Doordat ze allebei al jaren in het buitenland wonen spraken ze zeer behoorlijk Engels. Morgen een dag waarop ik mijn zoveelste boek kan uitlezen en naar het volgende kijk ik al erg uit. Het komt wel goed met de rust. 

Little kuts
We worden 's morgens wakker van een zacht ritmisch geronk. Eerst denk ik nog dat het de zee is, maar die ligt daarvoor net iets te ver weg. 280 meter, zegt het bordje bij de receptie van de Little Huts. Dat trouwens in grote witte krullen zo geschreven is dat het lijkt alsof er little kuts staat. 
Het geluid blijkt te komen uit een tent die naast de ontbijtruimte is opgesteld. Een customer zegt de ontbijtjongen verontschuldigend. Ondanks het feit dat het toch al half tien is blijft het zachte geronk ons ontbijt begeleiden. Zware tropennacht geweest zeker, in een van de talloze beachbars. 
Als we 's avonds na een lekker diner op het strand (in twee fases, ze krijgen het hier niet voor elkaar om tegelijkertijd je eten te serveren) weer bij onze little hut komen is het een paar hutjes verderop erg gezellig. Luide muziek, hard gepraat. Twee goed gevulde blanke jongemannen en een rank Thais meisje. Als we een beetje verstoord hun kant opkijken gaat de muziek meteen zachter en even later komt een van de jongemannen op ons af, beetje aangeschoten maar nog tot gesprek in staat. Ze komen uit Finland, zijn met de trein in 7 maanden helemaal van Helsinki naar Thailand gereisd. Maar nu heeft hij een Thais vriendinnetje opgedaan en is de vriend naar de tent verbannen. Niet veel later komt de vriend ons een blikje bier aanbieden. Als compensatie voor zijn gesnurk. In de hoop dat wij met wat extra bier ook comateus de nacht doorbrengen? 
Helaas lukt dat niet. Rond half drie komen ze luidruchtig thuis, Fin II verdwijnt in zijn tent en produceert al snel de bekende geluiden. Maar Fin I begint met zijn Thaise vriendin in het hutje waarvan alle ramen openstaan (geen airco hier) nog aan het onderhoud van hun seksleven. Met veel drank in het lijf gaat dat allemaal niet zo snel. Wel drie kwartier zijn we getuige van een grommende Fin en een gillende Thaise. Nadat hij hoorbaar aan zijn gerief is gekomen gaat zij nog een poosje door met gillen. Ze krijgt ook klapjes op de billen. Of het met haar ook gelukt is weten we niet, maar op een gegeven moment riep ze stop, stop, stop. Dat leek ons ook een goed idee. De vrijpartij eindigt met een gezamenlijke douche. Die is koud en duurde dus niet zo lang, waarna de rust wederkeerde bij de Little Huts. Op wat zacht geronk na uiteraard. 
Bram gaat vanmiddag vragen over wat Fin I als compensatie in gedachten heeft. Een kratje misschien?
9 februari Ko Phayam
10 februari Ko Phayam